Home

Lhbti-boek niet in folie? Dat is een boete. Hongaarse wet leidt tot zelfcensuur bij boekwinkels en musea

Twee ambtenaren kloppen op de deur van een boekhandel in het Hongaarse stadje Pásztó. Ze hebben een afstandsmeter bij zich. Eerder hadden collega’s al vastgesteld dat hier boeken met lhbti-personages worden verkocht. Onwennig, alsof ze niet precies weten hoe het moet, meet het tweetal de afstand tussen de winkel en de nabijgelegen kerk: 220 meter. Niets aan de hand. Maar vóór de kerk staat een school, op 170 meter afstand. De winkelier hoort nog of er een boete wordt opgelegd.

Het zou zomaar een parabel kunnen zijn uit de Hongaarse literatuur, die een lange traditie van absurdistische verhalen kent. Maar in Pásztó zagen inwoners in oktober met eigen ogen hoe ambtenaren controleerden of de enige boekwinkel van het kleine stadje de wet naleeft. In Hongarije moeten boeken die lhbti-personages of homoseksualiteit bevatten namelijk in folie worden gewikkeld en buiten de kinder- en jeugdliteratuur worden geplaatst. Ook mogen ze niet worden verkocht binnen een straal van 200 meter van kerken en scholen.

De wet is twee jaar oud, maar werd lange tijd niet gehandhaafd. Tot afgelopen zomer. Sindsdien volgen nieuwsberichten over controles, zoals in Pásztó, maar ook boetes elkaar op.

Over de auteur
Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

Twee andere boekwinkels kregen een geldstraf. Een filiaal van Líra, een van de grootste boekwinkelketens van het land, ontving een boete van 12 miljoen forint (ongeveer 32 duizend euro). De winkel had exemplaren van Heartstopper niet in folie verpakt. Dit literaire stripboek voor jongvolwassenen van de Britse schrijver Alice Oseman verhaalt over de opbloeiende liefde tussen twee jongens en is ook te zien als serie op Netflix. Het was de hoogste boete voor een boekwinkel in de recente Hongaarse geschiedenis.

De lhbti-gemeenschap is een vaste zondebok van Viktor Orbáns regering. De premier presenteert Hongarije als bastion van de traditionele familie, van alle kanten belaagd door ‘lhbti-ideologie’. Afgelopen jaren voerde de regering discriminerende wetgeving door en orkestreerde ze hetzen tegen lhbti’ers.

Volgens de regering is de wet bedoeld om kinderen te ‘beschermen’ tegen werk dat ‘geslachtsverandering en homoseksualiteit bevordert’ alsook ‘seksualiteit voor eigen doeleinden portretteert’. In de praktijk leidt de wet tot een angstklimaat dat voorbij de schappen van de boekwinkel reikt. Ook in de bibliotheek en de museumwereld houden Hongaren het hoofd gebogen en passen ze preventief zelfcensuur toe om maar niet de grillige toorn van Orbáns overheid te wekken, blijkt uit een rondgang.

Beschut door de overdekte galerij van de winkelstraat in Pásztó wandelen vrouwen langs de boekwinkel, even verderop struinen ze door de damesmode. Ily (63), die niet met haar echte naam in de krant wil, noemt het incident waarbij het aantal meters tussen boekwinkel, kerk en school werd gemeten ‘belachelijk’. Pásztó is een typisch Hongaars plaatsje, alles ligt op een steenworp bij elkaar vandaan: boekhandel, kerk, school, supermarkt, gemeentehuis.

Voor de wet zelf heeft Ily geen goed woord over. ‘Waarom bemoeit de regering zich zo met ons leven? Het heeft niets te maken met kinderbescherming. Het moet mensen dom houden. Ze willen geen burgers, maar schapen.’ Ook conservatieve inwoners, zoals de 64-jarige István, maken morrende geluiden. ‘Ik vind dat lhbti-thema’s niet thuishoren op school, bijvoorbeeld. Maar dit is onredelijk.’

De boekwinkel is ongelukkig met alle media-aandacht en wil behalve een statement op Facebook niets kwijt over het incident.

Eszter Mihály, die voor Amnesty International onderzoek doet naar lhbti-rechten in Hongarije, noemt de wet een ‘ernstige schending van de vrijheid van meningsuiting’. Het schaadt inspanningen voor een open maatschappelijk gesprek over seksualiteit en genderdiversiteit, stelt ze. De seksuele voorlichting is al niet om over naar huis te schrijven: onderwijs-ngo’s worden dankzij dezelfde wetgeving van scholen geweerd als ze het thema homoseksualiteit behandelen. Waarom de overheid uitgerekend nu de cultuursector onder druk zet, blijft gissen, zegt Mihály. ‘Mogelijk spelen de lokale verkiezingen over een aantal maanden een rol.’

Terug in hoofdstad Boedapest bladert Krisztián Nyáry, schrijver en creatief directeur van Líra, in een van zijn winkels door een exemplaar van Heartstopper. ‘Dit is trouwens gewoon te zien op Netflix’, zegt hij, verwijzend naar de serie die gebaseerd is op het boek dat zijn bedrijf duizenden euro’s boete opleverde. Hij vecht de boete aan. De rechtsgang duurt nog maanden, zo niet jaren, maar Nyáry wil dat een rechter zich over de wet buigt.

Los van de inhoud is deze buitengewoon vaag. ‘Het is onmogelijk om je eraan te houden. Als je de wet letterlijk neemt, kun je de helft van de boeken van de plank halen. Ook Sappho, Shakespeare en Thomas Mann, overigens verplichte literatuur voor scholieren.’

Klassiekers blijven vooralsnog buiten schot – in de praktijk moeten populaire tienerboeken het ontgelden. Nyáry’s winkels verpakken de boeken niet in folie, tenzij de uitgever dit zelf doet. Ze staan nu op de planken tussen literatuur voor volwassenen, hoewel ze daar lastiger zijn te vinden voor de doelgroep.

De juridische vaagheid leidt tot zelfcensuur, stelt Nyáry. ‘Als schrijver denk je nu wel twee keer na voordat je een lhbti’er opvoert, als je wilt dat je boeken ongehinderd worden verkocht.’ Ook boekwinkels gaan zichzelf censureren, uit angst voor boetes. Een vage wet werkt op deze manier ‘effectiever dan een verbod’, stelt Nyáry.

De directeur heeft gelijk, blijkt elders in het centrum van de hoofdstad. In een kleine zelfstandige boekwinkel noemt verkoper Máté Galko (45) de boetes ‘angstaanjagend’. ‘Als wij zo’n hoge boete krijgen, kunnen we de boel sluiten.’

Hij is gestopt met de verkoop van het Hongaarse kinderboek Sprookjesland is voor iedereen, dat klassieke sprookjes een inclusieve draai geeft. De plek in de etalage waar het boek stond, laten ze demonstratief leeg. ‘Ons kleine protest.’ In boekwinkels van de keten Libri zijn ‘lhbti-boeken’, die mondjesmaat worden verkocht, in folie gewikkeld.

In een kinderbibliotheek staat het inclusieve sprookjesboek nog op de plank, hoewel het volgens een 28-jarige medewerker altijd is uitgeleend. ‘Het is heel populair.’ Maar boeken uit de Heartstopper-serie bracht de bibliotheek over naar een vestiging voor volwassenen, vertelt ze. Op eigen initiatief, niemand gaf ze daar opdracht toe. ‘Voor de zekerheid. Maar schrijf alsjeblieft mijn naam niet op, ik zou dit eigenlijk niet moeten vertellen.’

De ‘lhbti-wet’ gaat niet enkel over boeken en kan breed worden toegepast. Dat gebeurde afgelopen najaar, toen een tentoonstelling van World Press Photo in het Nationaal Museum onder vuur kwam te liggen. Dóra Dúro van de radicaal-rechtse partij Mi Hazánk nam aanstoot aan een fotoserie over een seniorenhuis voor de lhbti-gemeenschap in Manilla. Ze eiste dat het museum bezoekers onder de 18 niet zou binnenlaten.

Directeur László L. Simon – die als parlementariër van Orbáns partij Fidesz overigens vóór de wet stemde – weigerde leeftijdscontroles in te voeren en bedankte Dúro na de rel voor de extra publiciteit. Kort daarop werd hij ontslagen door het ministerie van Cultuur.

Zoals de boetes en controles boekwinkels bang maken, had het ontslag van Simon effect op de museumwereld. Het Etnografisch Museum nam het zekere voor het onzekere. Een hoek van een fototentoonstelling over de inheemse bevolking van Brazilië werd afgesloten met een lintje. De suppoost vraagt jong ogende bezoekers of ze wel 18 zijn.

Het gaat om een foto getiteld ‘Homoseksualiteit’. Te zien zijn twee mannen met ontbloot bovenlijf. Eén legt liefdevol zijn hand op de schouder van de ander. Saillant genoeg werd de foto al eens gecensureerd: in Brazilië zelf, in de jaren zestig.

Veel bezoekers vinden het belachelijk, maar bij een enkeling kan het beleid op instemming rekenen. ‘Ik ben zelf niet preuts hoor’, zegt de 58-jarige Csilla Hegedüs, die net met haar te jonge kleindochter is weggestuurd. ‘Maar kinderen hoeven dit niet te zien.’

Boekwinkeldirecteur Nyáry ziet het met lede ogen aan. Hij is oud genoeg om zich het communisme en de bijbehorende censuur te herinneren. ‘Ik werd politiek bewust in de jaren tachtig. Dat was een periode waarin we steeds meer vrijheid kregen. Nu leven we in een tijd waarin vrijheden worden afgenomen. Dat is onbekend terrein, ik heb daar eerlijk gezegd geen strategie voor.’

Ondertussen sneeuwt het belang van lezen zelf volledig onder. Terug in het kleine Pásztó loopt de 13-jarige Bernadette de boekwinkel uit, in haar handen een stapel van maar liefst zes boeken. ‘Ik lees veel, ik ben gek op liefdesverhalen.’ De wet begrijpt ze niet. ‘Als je interesse hebt in een boek, moet je dat gewoon kunnen lezen, ook als tiener.’

Ze hoopt vooral dat de winkel niet hoeft te sluiten als gevolg van het hele circus. ‘Het is de enige plek waar je hier boeken kunt kopen. Als hij niet bestond, was ik niet zo’n boekenwurm geweest.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next