‘Ik was 28 jaar, pas zesenhalf jaar politieagent en moest tijdens de WK-finale Brazilië-Frankrijk naar een aanrijding op de A9. Het ging om een Ford Escort die de vangrail had geraakt. Er was alleen blikschade, niemand gewond. Omdat iedereen die avond voetbal keek was het extreem rustig op de weg.
‘Half leunend op de vangrail hielp ik de geschrokken bestuurder met het schadeformulier, dat ik invulde op een map op mijn knie. Mijn collega Ron was in gesprek met haar vriend.
‘Na een minuut of vijf hoorden we plotseling piepende remmen, gierende banden en een harde klap. Een Volvo knalde heel hard tegen de Ford Escort en nog voordat we konden reageren, zaten het meisje en ik klem tussen haar auto en de vangrail. Als een hagelbui vloog het glas van het zijraam langs mijn gezicht, en ik voelde een stekende pijn in mijn benen. Die Volvo tolde door, waardoor ook Ron werd geraakt en de vriend van de bestuurder over de vangrail werd gelanceerd.
‘Ik kon niet meer staan, maar dacht meteen: ik moet hier weg. Ik heb mezelf over de vangrail geslingerd. Ik had veel pijn en mijn rechterbeen lag in een onlogische hoek. ‘Hoe gaat het met je?’, vroeg ik steeds aan die bestuurder, zonder me om mezelf te bekommeren. Toen ik van alle kanten sirenes hoorde, was dat een heel troostend geluid.
‘De ambulancemedewerkers knipten van onderaf mijn dienstbroek open, ik durfde niet naar mijn been te kijken. Ik heb talloze keren bij anderen gestaan die met een ambulance mee moeten, maar als het jezelf overkomt is dat heel gek, alsof je van een afstand naar jezelf zit te kijken: hé, dat ben ik.
‘In het ziekenhuis had ik het vreselijk koud, lag door de adrenaline te rillen. Een verpleegkundige legde wel vier dekens over me heen. Twee wonden op mijn been werden gehecht. Op de röntgenfoto leek niets gebroken, dus mocht ik naar huis.
‘Ik woonde alleen en kon van de pijn niet lopen. Een collega bracht krukken, heeft me de trap op geholpen, hielp me uitkleden en legde me in bed. Heel genant, maar fijn dat hij er was.
‘De hechtingen peuterde ik er zelf uit, maar verder hield ik ontzettende pijn, ondanks de vele pijnstillers. Na twee weken belde ik Ron: ik moet naar de huisarts, maar ik kan er zelf niet naartoe. Hij laadde me in een dienstauto en bracht me weg.
‘De huisarts schrok en regelde een spoed-MRI-scan. Daaruit bleek dat ik een breuk had in het tibiaplateau in mijn knie, stadium drie – dat is de een na hoogste krak die je daar kunt hebben. En er was meer letsel over het hoofd gezien. De arts zei met een wit weggetrokken gezicht: ‘Ik hoop niet dat je erop hebt gestaan.’
‘Ik moest zes weken in het gips en uitvoerig revalideren. En dan zit je ineens in een rolstoel. Ik was zo afhankelijk als de neten, terwijl ik niet snel iemand om hulp vraag. En je ontdekt een andere kant van de wereld: mensen praten over je heen, met degene die je rolstoel duwt, alsof je een idioot bent. Je wordt niet voor vol aangezien.
‘Door al het letsel was ik niet meer fit en sterk genoeg om de straat op te kunnen. Ik was alles kwijt: mijn status, mijn rang, mijn uniform, mijn werk waar ik zo van hield. En ik kon nooit meer hardlopen, wat ik zo graag deed.
‘We hadden een ongelooflijk goeie districtscommissaris, die zei: ‘Lonneke, als je zo jong bent en je hebt zo’n dienstongeval, dan zijn wij ervoor verantwoordelijk dat je goed terechtkomt.’ Ik werd omgeschoold tot misdaadanalist, wat eigenlijk een bevordering inhield.
‘Als ik hier iets van heb geleerd, is het dat mensen altijd oordelen terwijl ze niet weten wat er precies is gebeurd. Collega’s zeiden: ‘Je had achter de vangrail moeten gaan staan’, maar het was extreem rustig op de weg. Ook burgers oordelen vaak over een politieoptreden zonder de situatie precies te kennen.
‘Uiteindelijk, na tien jaar, viel ik om. Ik kreeg nachtmerries, werd prikkelbaar en was niet meer betrokken bij de mensen om me heen. Ik bleek ptss te hebben. Door die aanrijding, en door andere ernstige incidenten die ik in mijn hoofd had weggeduwd. De traumapsycholoog zei dat ik pijn uitschakelde, maar dat werkt op de lange termijn niet. Dat is als het onder water duwen van een skippybal, dat houd je niet vol.
‘Ik ben behandeld met cognitieve gedragstherapie waardoor de mentale pijn weer hanteerbaar werd. Daardoor kon ik weer aan het werk tussen de uniformen waar ik zo van hou, en kan ik dit vertellen zonder tranen. Daarom staat dit kaartje hier in mijn keuken: ‘Broken does not mean worthless’, met daarbij een vaasje waarvan de scherven met goudlijm zijn hersteld. Het is er sterker van geworden, en gewoon weer bruikbaar.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden