Home

Vmbo’ers spijbelen minder dan havisten en vwo’ers: ‘Er is thuis niet zo veel onderhandelingsruimte dan in een gezin met hoogopgeleide ouders’

Toen René Halberstadt (61) nog als leerplichtambtenaar werkte, kwam hij geregeld bij gezinnen thuis om te achterhalen waarom een leerling frequent of langdurig afwezig was. Soms bleek de reden simpel: liefdesverdriet. Of een leerling had zich niet goed voorbereid op zijn tentamen. Soms bleek het helemaal mis. Verwaarlozing, mishandeling, gameverslaving. In alle gevallen gold: bij ziekmeldingen speelden de ouders een sleutelrol. Zij bepaalden of er voldoende reden was om een kind thuis te houden.

Maar hoe groot is die onderhandelingsruimte tussen ouders en kinderen? En waardoor wordt die bepaald? Dat zijn vragen waar Halberstadt, inmiddels werkzaam als projectleider bij Ingrado (de beroepsvereniging voor leerplichtambtenaren), antwoord op geeft in het proefschrift dat hij recent verdedigde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

De titel, Schoolverzuim, een tip van de sluier opgelicht, is veelzeggend. Er is namelijk nauwelijks zicht op hoe vaak er wordt verzuimd. Scholen zijn alleen verplicht om excessief ongeoorloofd verzuim – meer dan 16 uur afwezigheid in een maand – te melden bij de leerplichtambtenaar. Het ministerie van Onderwijs, dat deze cijfers jaarlijks in kaart brengt, noteerde vorig jaar een aantal van 67 duizend jongeren in deze categorie.

In de praktijk missen veel meer jongeren jaarlijks enkele dagen school. Niet alleen door ziekte of een begrafenis, maar ook doordat ze spijbelen. Tussen deze twee vormen van verzuim (geoorloofd en ongeoorloofd) loopt een dunne scheidslijn waar niet altijd even makkelijk de vinger opgelegd kan worden. ‘Ze hangen nauw met elkaar samen’, zegt Halberstadt. ‘Jongeren die meer ongeoorloofd afwezig zijn, zijn ook vaker geoorloofd afwezig – en vice versa.’

Omdat verzuim een belangrijke indicator is voor uitval, is het volgens Halberstadt belangrijk hier meer inzicht in te krijgen. Hij vond twaalf middelbare scholen met in totaal 5.663 leerlingen bereid om cijfers over hun afwezigheid te delen. Ook nam hij enquêtes af bij leerlingen, ouders, docenten en mentoren. Het gaat om een verkennend onderzoek, benadrukt hij. ‘Meer studie is nodig.’

‘Vooropgesteld: alle ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen naar school gaan, want het is de poort naar hun verdere leven. Maar over het algemeen vertonen ouders van wie de kinderen vaker naar het vmbo gaan en die een migratieachtergrond en een lage sociaal-economische status hebben, meer conformistisch gedrag. Hun kinderen hóren naar school te gaan.

‘Daarnaast hebben ouders met een migratieachtergrond een meer autoritaire opvoedstijl dan ouders met een Nederlandse of westerse achtergrond. Er is dus minder onderhandelingsruimte dan bij hoogopgeleide ouders, die waarden als eigen verantwoordelijkheid en zelfontplooiing hoog in het vaandel hebben staan en hun kind dus eerder ziek melden, ook als er iets anders speelt.’

‘Op vmbo-scholen geldt vaker een verzuimbeleid dat als ‘streng’ getypeerd kan worden. Dat komt in de eerste plaats vanuit de scholen zelf: die gaan ervan uit dat leerlingen thuis minder ondersteuning krijgen en vinden het dus van groot belang dat ze naar school komen. Daarbij ontstaan er in een sterk gesegregeerd schoolklimaat als in Nederland monoculturen, waarin de opvoedstijl van ouders met een vergelijkbare culturele en sociaal-economische achtergrond overeenkomen.

‘Een opvallende uitkomst in mijn onderzoek is dat in klassen met een hoog ongeoorloofd verzuim, individuen ook vaker afwezig zijn. Daarin zie je de rol van ouders terug. In een vmbo-klas met kinderen van ouders die allemaal streng zijn, is het niet gek dat individuen minder vaak ziek worden gemeld.’

‘Ja, en dat is problematisch, want de interactie tussen school en ouder werkt preventief. Een ouder die de school moet bellen, kan iemand aan de andere kant van de lijn krijgen die opmerkt: ik zie dat uw kind vorige week ook al ziek was en als ik terugkijk, dan blijkt maandag altijd een moeilijke dag te zijn. Hoe zit dat? Het is heel belangrijk dat een school dit signaleert en samen met ouders optrekt om een oplossing te vinden.’

‘Dat kun je niet zo stellen, want welke aanpak het beste werkt hangt nauw samen met de ouder- en leerlingenpopulatie. In Nederland is op basis van de internationale gemeenschap van wetenschappers een beweging op gang gekomen die ervoor pleit geoorloofd en ongeoorloofd verzuim helemaal los te laten en de focus te leggen op aanwezigheid. Dat is een veel inclusievere aanpak.’

‘Scholen moeten allereerst bepalen wat zij een goede mate van aanwezigheid vinden, bijvoorbeeld 95 procent van de tijd. Om ervoor te zorgen dat kinderen ook daadwerkelijk zo vaak aanwezig zijn, moet de school inzetten op het versterken van de band met de kinderen. Dit kan door de rol van mentoren te vergroten, klassenactiviteiten te organiseren en te zorgen voor een gezond en veilig schoolklimaat. Kinderen voelen zich hierdoor lekkerder op school, waardoor de drempel om er naartoe te gaan lager wordt.’

Hij lacht hard: ‘Zeker, maar geen excessieve. Mijn ouders kwamen uit wat we nu een kansarm milieu zouden noemen. Ze hebben beiden alleen de basisschool afgerond. Voor mij vonden ze school dus super belangrijk, maar ze hadden ook oog voor wat ik nodig had. Ik had wat dat betreft de liefste ouders van de wereld.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next