Petronella Torenvliet is 100 jaar. Hoe kijkt zij terug op de eeuw die achter haar ligt?
Eeuwelingen hebben doorgaans weken de tijd nodig om bij te tanken van alle festiviteiten en belevenissen rond hun 100ste verjaardag. Zo niet Petronella Torenvliet, ‘Nel’ voor intimi. Zij ontvangt de interviewer van de krant meteen de ochtend na haar feest met familie en vrienden. Er is geen greintje vermoeidheid of chagrijn bij de Amsterdamse te bespeuren.
De 100-jarige woont zelfstandig, in het gezelschap van tientallen knuffeldieren. Om het bezoek een plek te geven naast haar op de bank, moet een joekel van een beer met jong in haar schoot verhuizen. Bij de verplaatsing komen pakjes vloeitjes tevoorschijn die de berin onder haar billen verstopt hield. Petronella draait zelf haar sjekkies, met de hulp van een handmatige sigarettenmaker. Geleerd van Sjaak Swart, vertelt ze, die na zijn carrière als profvoetballer bij Ajax een sigarenwinkel bestierde bij haar in de buurt in Amsterdam-Oost. ‘Mijn man draaide altijd mijn sjekkies, maar ik wilde het zelf kunnen. Hij had geen zin het uit te leggen. ‘Vraag Sjaak maar’, zei hij.’
Petronella Torenvliet heeft haar werkende leven lang, dat begon na de lagere school, schoongemaakt. Werk dat nu in grote steden grotendeels door arbeidsmigranten wordt gedaan.
‘Hij is mijn oudste. Ik heb ook een dochter van 76. Zij is ongeneeslijk ziek. Ze kwam in een rolstoel naar mijn verjaardag. Ik hoop niet te hoeven meemaken dat zij eerder gaat dan ik.
‘Piet doet alles voor me. Hij komt elke vrijdag samen met zijn vrouw. Ik hoef maar te zeggen: ‘Piet, het licht in de badkamer is stuk’, en hij maakt het. Hij houdt de tuin bij, doet met mijn schoondochter de boodschappen, de financiën, leest mijn post voor, hangt de slingers voor mijn verjaardag op.’
‘Ik kom niet meer buiten. Lopen gaat niet goed meer, dan tuimel ik gauw om. In huis val ik ook vaak, soms wel zeven keer op een dag, maar ik heb nog nooit iets gebroken.’ (Als ze naar de keuken loopt om slagroomtaart te halen, leunt ze tegen meubels en muren.) ‘Mijn kinderen bellen mij elke dag. Ik kook mijn eigen maaltijd en vries elke dag de helft in. Bami, of sperziebonen, andijvie, spitskool met aardappelen erbij. Vlees, daar ben ik mee gestopt, dat smaakt mij niet meer.’
‘Ik ben dik tevreden. Moet je eens kijken wat een volk ik om mij heen heb, met al die beesten. Je zou mij moeten zien als ik alleen ben. Als ik ’s morgens koffie zit te drinken, met een koekje erbij, heb ik het idee dat de beer naast mij naar mij kijkt, en vraag ik haar: ‘Wil je er ook een?’ Voordat ik nog een koekje uit de trommel pak, ga ik iets naar voren zitten, zodat zij het niet ziet. Elke avond zeg ik alle beesten een voor een ‘welterusten’, ook de knuffels in de logeerkamer. Als laatste kom ik bij de beer op de bank, die zeg ik: ‘Welterusten, tot morgen.’
Geboren: 24 november 1923 in Amsterdam
Woont: zelfstandig, in Amsterdam
Beroep: schoonmaker
Familie: twee kinderen, vier kleinkinderen
Weduwe: sinds 1998
‘Ik woon hier al ruim veertig jaar en blijf tot het einde. Als ik vanaf de bank naar buiten kijk, zie ik alleen maar groen: mijn tuintje, een sloot, bomen, gras. In Amsterdam-Oost, waar ik een groot deel van mijn leven heb gewoond, hadden we niet eens een veranda.
‘Ik heb hier de zorg voor de duiven. Elke dag rond 13 uur komen ze naar mijn tuin, wel 20 of 25, dan voer ik ze vogelzaad. Ik ga achter de gordijnen staan en kijk om het hoekje toe. Wat ik zo typisch vind, is dat het hele stel altijd ineens tegelijk, woeps wegvliegt. Alsof er een de baas is en zegt: nú gaan we!’
‘We waren met zes kinderen, twee jongens en vier meisjes. We hadden het fijn, wel arm. Er lag niet elke dag vlees op ons bord, daar was geen geld voor. En áls we vlees aten, dan paardenvlees, dat was het goedkoopst. Over toetjes hoefde je niet te beginnen. Mijn vader werkte voor een zandbedrijf. Hij heeft grote parken in de stad helpen aanleggen. Met een schep verplaatste hij het zand, dat was vreselijk hard werken. Tegenwoordig doen ze dat anders. Mijn moeder was flink. Zij werkte ook, als schoonmaker. Dat is ze tot haar 70ste blijven doen. Ze zei altijd tegen mij: ‘Nel, houd er rekening mee dat je altijd moet blijven werken, want tot je dood betaal je belasting.’
‘Na twee jaar Huishoudschool moest ik eraf. Dat vond ik jammer, want in de derde leerde je tafel dekken – ik wilde graag in een hotel werken. Maar er was geld nodig, mijn moeder had een baantje voor mij geregeld bij de melkboer: melkbussen schoonmaken. Per gulden die ik verdiende, mocht ik tien cent houden.’
‘Bijouterie, ik heb altijd graag sieraden gedragen. Het eerste wat ik vroeg toen ik verkering kreeg, waren gouden oorbellen, pegeltjes. En ik kreeg ze.
‘Ik wilde meer verdienen dan het hongerloontje bij de melkboer. Ik kon terecht bij de Maggi-fabriek, aan de lopende band. Nog voor de oorlog ben ik gaan werken in werkhuizen; schoonmaken bij mensen thuis. De hele dag kleden kloppen, totdat je er lamme armen van kreeg. Stofzuigers waren er nog niet. Mijn eerste werkhuis was in Amsterdam-Zuid, bij een Joods gezin, fijne mensen. Hij was oogarts, en werkte aan huis. Tijdens het schoonmaken droeg ik een witte jurk, en een grijze als ik patiënten naar de oogarts moest brengen.
‘Het gezin had wel vier hulpen in huis, ieder met een eigen taak. Elk jaar voor Pesach moesten we met zijn allen het hele huis schoonmaken. Alle kasten moesten leeggehaald worden, er mocht geen kruimel brood achterblijven. Als je een oude boterham vond, dan werd die in de tuin in de fik gestoken. Toen de oorlog begon, moest ik daar weg, want je mocht niet voor Joden werken.’
‘Ja, allemaal. De kinderen zijn in Israël gaan wonen.’
‘Na de geboorte van mijn zoon heb ik even niet gewerkt, maar ik ben toch gauw weer gaan schoonmaken. Er was geld nodig. Mijn man werkte in de scheepsbouw, eerst als klinker en later als lasser. Net zoals mijn moeder ging ik schoonmaakwerk doen in een school, 21 jaar lang heb ik dagelijks na schooltijd een kleuterschool schoongemaakt in de Indische buurt in Amsterdam, waar we ook woonden. Mijn man hielp bij zware klussen. Als de opzichter kwam kijken, zei hij: ‘Het lijkt wel alsof u uw eigen huis heeft schoongemaakt, zo netjes.’’
‘Totdat ik erachter kwam dat hij ook een ander had. Dat ontdekte ik in de zes weken voor zijn dood, 25 jaar geleden. Hij lag ziek op bed en kon geen kant uit. Het viel mij op dat hij steeds maar zat te bellen, met de telefoon onder de dekens. Ik dacht: er is iets aan de hand. Hij kon natuurlijk niet naar haar toe, en zij niet naar hem, en hield vanonder de dekens telefonisch contact met haar. Ik haalde de stekker uit het stopcontact. Hij riep: ‘De telefoon ligt eruit!’ Ik: ‘Dat komt door de stofzuiger.’ Het ergste was: ze woonde jarenlang pal bij ons om de hoek in Amsterdam-Oost. Ik wist precies wie ze was en ben haar vaak tegen het lijf gelopen.’
‘Als ik had kunnen schreeuwen, had ik het gedaan, maar dat kon ik niet. Mijn gevoel voor hem was in één keer weg. Bij de begrafenis zei de uitvaartondernemer dat hij nog nooit had meegemaakt dat iemand van mijn leeftijd zo onbewogen was bij het afscheid van haar man. Ik heb maar niks gezegd.
‘Ik weet nog dat er een keer iets op tv was over een soortgelijk geval, over een man die vreemdging. En dat mijn man vroeg: ‘Wat zou jij doen als ik zoiets deed?’ Ik antwoordde: ‘Dan zou ik zeggen: ‘Daar is het gat van de deur!’ Hij keek dus wel uit mij erover te vertellen.
‘Ik heb vreselijk gehuild toen tweeënhalf jaar na het overlijden van mijn man bleek dat hij een dochter had met die vrouw. Ik heb haar nooit willen zien. Mijn zoon Piet heeft wel contact met haar. Zij kan er natuurlijk ook niets aan doen, dat weet ik wel, maar ik kan het niet aan.’
‘Mijn zoon wilde een tijdje geleden de fotoalbums bekijken. Hij zei: ‘Ik zie geen enkele foto van pa.’ Ik vertelde hem dat ik dat had gedaan. Alle foto’s waar hij op stond heb ik uit de albums gescheurd en weggegooid. Ook onze trouwfoto, die heb ik eerst doormidden gescheurd. Ik weet nog dat ik het deed, ik zat hier op de bank.’
‘Zeker. Je moet iets doen. Ik denk niet meer terug aan mijn huwelijk met hem.’
(Na een stilte:) ‘Toen we nog jong waren, wilde hij zo graag een accordeon. Ik nam er een extra werkhuis bij om daar voor te sparen – en kon zo een accordeon voor hem kopen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden