Home

Opinie: Wat we nog kunnen leren van de 17de-eeuwse dichteres Johanna Coomans

De schrijverskring rond Jacob Cats (1577-1660) staat volop in de belangstelling. Vorig jaar was het vierhonderd jaar geleden (1623) dat de veelzijdige Zeeuwse dichtbundel Zeeusche nachtegael verscheen. Ter ere van dit jubileum organiseerde de Bibliotheek van Zeeland een dichtwedstrijd en een symposium; ook viert het Zeeuws Museum Adriaen van de Venne, die in woord en beeld bijdroeg aan de dichtbundel, met een overzichtstentoonstelling Lokaal én nationaal is het bijzondere, feministische openingsgedicht van deze bundel echter weinigen opgevallen.

Wapenschild, aan alle eerlijke jongens opgedragen door de Middelburgse dichteres Johanna Coomans (?-1659) is een parodie op een gelijkluidend embleemdicht van Jacob Cats.

Over de auteur

Joyce Pijnenburg is historicus en programmamaker. Binnenkort verschijnt van haar hand Tros en Tong: Jacob Cats, Johanna Coomans, Anna Roemers Visscher, de verstoring van de Zeeusche Nachtegael.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Waar Cats de metafoor van de druiventros had ingezet als erewapen voor jonge, ongehuwde vrouwen, vergeleek Coomans onbesuisde jongemannen met een tong. Met een vlijmscherpe pen temde Coomans de tongen van de mannen om haar heen, en specifiek die van Cats, die in zijn eigen Wapenschild nogal had uitgepakt in het departement vunzige verzen.

Onder het mom van liefdeleerdicht voor huwbare meisjes is Wapenschild, aan alle eerzame maagden opgedragen van Jacob Cats (1618) eerder een kuisheidsdictaat waar – de dubbele standaard kon niet evidenter zijn – de verlekkering vanaf druipt:

Een tros die nooit zo hard gespannen heeft gestaan,
Dat haar door grote jeugd het sapje is ontgaan.
Een tros door val noch stoot gebarsten of gereten,
De pitjes zijn haar nooit ontvallen door de spleten

In lijn met het formele doel van het liefdeleerdicht legt Vadertje Cats de meisjes uit dat ze zich bescheiden in huis dienen terug te trekken. Immers:

Je eertje is je goed, je bloempje is je al,
Ach! ’t Is meteen gedaan, als dat komt tot een val.

Waarom worden vrouwen verantwoordelijk gehouden voor de zondeval en beschouwd als zwak van vlees, terwijl mannen jonge meisjes mogen beleren over de liefde, in vunzige, soms zelfs intimiderende termen? Die vraag zingt rond in het Wapenschild van Johanna Coomans. Niet de tros, maar de tong is verantwoordelijk:

Wie schendt een druiventros, die brozer is dan glas?
Welnu, dat doet de tong, die ook de oorzaak was.
Het is alleen de tong, waardoor zo vele maagden
Ten val gekomen zijn, en ’t daarna zeer beklaagden.

Wie zich na het lezen van Cats’ Wapenschild heeft voorgesteld eens lekker in die sappige tros te bijten, wordt door Coomans afgestraft met het horrorbeeld van een schijnbaar afgehakte tong. Die duidt dus op de ‘jongens’ uit de titel van haar embleemdicht. Ze wil hen afbrengen van voorhuwelijkse verleiding, leugenachtigheid en dubbelzinnige en vuile praat:

Een tong, niet slinks gemaakt om iemand te bedriegen,
Een aangename tong, oprecht, zonder te liegen.
Een reine, kuise tong, op ieder vlak een schone,
Die nooit zich heeft vervuild; zich buiten mocht vertonen.
Een effen, gladde tong die zich nog nimmer vouwde,
En zich van dubbelzin altijd heeft afgehouden.

Coomans wist wat ironie was. In feite staat haar eigen versie van het Wapenschild bol van de, vuil te noemen, dubbelzinnigheden:

Voor hen heb ik dus óók een wapen willen maken;
Het is een moedig volk dat neigt tot hoge zaken;
Dat komt een wapen toe, al is’t nog nooit bedacht,
Het is een oude stam, en best een groot geslacht.

Wie wellicht over deze dubbele bodems heen heeft gelezen, komt verderop in het gedicht het ‘kruid’ tegen. Het dient zich in toom te houden, aldus Coomans:

Een kruid dat buigzaam is, gelijk waar je het legt;
Het toont geen harde kop: doe wat je wordt gezegd.

Aan het slot van de parodie wordt Cats nog impliciet aangesproken op zijn zich opgeilen aan jeugdigheid:

Wanneer de snelle tijd haar loverglans wegblaast,
Veracht haar daar niet om, dat doet alleen een dwaas;
Zorg dat je haar dan juist met extra liefde voedt;
Haar jeugd vergaat wellicht, haar deugd blijft even goed.

Wanneer na vierhonderd jaar de 17de-eeuwse Zeeuwse dichters weer in de belangstelling staan, zou de aandacht juist uit moeten gaan naar Johanna Coomans. De Middelburgse dichteres richtte haar pijlen op systemisch seksisme en het mannelijk perspectief, dat we tegenwoordig de male gaze noemen.

De zondeval, de door christenen veronderstelde oorzaak van de menselijke ellende, schreef ze toe aan de wellust van mannen, in plaats van vrouwen. Daarmee sloot ze zich aan bij een feministische strijd: al sinds de 15de eeuw bestreden vrouwen en mannen de orthodoxe lezing van Eva en Adam, de appel en de slang.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next