Niets zo veranderlijk als de tijdgeest. In de jaren tachtig, toen Mattie Boom aantrad als conservator van het Rijksmuseum in Amsterdam, waren fotoboeken van fabrieken, net als reclame, besmet, de makers slippendragers van het kapitalisme en dus oninteressant. Grofkorrelig verwoord: die boeken waren commerciële rommel van de uitbuiters die verantwoordelijk zijn voor de verpesting van natuur en milieu. Maar kijk nu: het Rijksmuseum, waar Boom nog steeds mede leidinggeeft aan de fotografieafdeling, heeft de complete collectie van 1.134 fabrieksfotoboeken van Bart Sorgedrager aangekocht.
Eerdaags komt de transportwagen die fascinerende verzameling bij Sorgedrager thuis ophalen. Van verwaarloosd stiefkind tot collector’s item, zie daar de zegetocht van de fotoboeken van Krupp, Hoogovens, Bruynzeel, Fiat en al die andere klinkende én vergeten namen uit de industriële geschiedenis.
Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur van de Volkskrant en schrijft onder meer over fotografie en de manier waarop nieuwsfoto’s ons wereldbeeld bepalen.
De verslaggever is nog net op tijd om in de werkkamer van de Amsterdamse fotograaf en collectionneur Bart Sorgedrager (64), een rijzige man en kalme prater, de mooiste exemplaren uit zijn verzameling te bewonderen. Zich te vergapen aan bijzondere druktechnieken, spectaculaire en experimentele vormgeving, fantastische fotografie en aan de algehele zorg waarmee fabrikanten hun beste beentje voorzetten.
Ze deden dat om potentiële afnemers voor zich te winnen. Wantrouwige consumenten over ondoorgrondelijke industriële processen gerust te stellen. En te pronken, met zowel technologische hoogstandjes als met hun maatschappelijke inspanningen. Een koffietafelboek avant la lettre, cadeau gedaan aan investeerders, keizers en dictators. Verguisd in de jaren van ontwakend milieubewustzijn. Nu op waarde geschat als een te lang ondergewaardeerde loot aan de stamboom van de fotografie.
De Duitse staalmagnaat Alfred Krupp (1812-1887) was zich als geen ander vroeg bewust van de kracht van de fotografie als communicatiemiddel. In 1867, minder dan dertig jaar na de ontdekking van dit nieuwe medium, bestelde hij bij de fotostudio van zijn fabrieken reusachtige panoramafoto’s, die hij exposeerde op de wereldtentoonstelling in Parijs. ‘Hij gaf zijn opdrachten vanuit Nice, waar hij aan het kuren was – blijkbaar had hij behoefte aan frisse lucht’, zegt Sorgedrager. Frisse lucht die schaars was in het Ruhrgebied, waar Krupp zijn staal fabriceerde.
Krupp bewees zich met zijn opdracht meteen als regisseur: de opnamen moesten plaatsvinden op een zondag, als de staalproductie stillag en de schoorstenen niet de gebruikelijke rookwolken zouden uitstoten. Dat zou de foto’s immers niet ten goede komen. Op zondag kon de uitstoot worden gereguleerd, want dat de schoorstenen en stoomlocomotieven wel een béétje moesten roken, stond buiten kijf: de pluimen vormden een toonbeeld van bedrijvigheid en daarmee de belofte van voorspoed. Of het hoofd van de studio op de opnamedag vijfhonderd of duizend arbeiders nodig had om te figureren, moest hij zelf maar weten. Ze moesten doen alsof ze werkten, want de belichting van elke foto duurde seconden, zodat onbeweeglijkheid een vereiste was.
Met zijn vooruitstrevende visie, waarvan ook die vroege inrichting van een fotostudio getuigde, zette Krupp een trend in die een stempel zou drukken op de bedrijfsfotografie en de daaruit voortvloeiende boeken. Ze dienden geen documentair doel, maar werden gemaakt ter promotie van de fabrikant: ze weerspiegelden his master’s view. In 1912 vierde de firma Krupp haar honderdjarig bestaan met een jubileumboek dat aan de voor de feestelijkheden opgetrommelde keizer Wilhelm II van Duitsland werd aangeboden: het werd kostelijk geïllustreerd met houtsneden gebaseerd op foto’s. Een tweede boek uit 1912, deel uitmakend van Sorgedragers collectie, laat zich bekijken als de catalogus van de wapenfabriek waartoe Krupp zich – met zijn beroemde, vernietigende kanonnen – had ontwikkeld in de aanloop naar wat de Eerste Wereldoorlog zou worden. Bommen, granaten en ander wapentuig domineren.
Het Krupp-boek is een exponent van de veelzijdigheid die Sorgedragers collectie kenmerkt: zowel de duistere kanten van bedrijven als inspirerende ondernemerszin klinken erin door. Neem bijvoorbeeld KLM, die al in 1921 luchtfoto’s ging maken van fabrieken en scheepswerven. De luchtvaartmaatschappij schreef honderd industriëlen aan met het aanbod luchtfoto’s van hun fabriek te laten maken. Allen reageerden positief, waarop KLM aan de slag ging. In 1926 resulteerden die inspanningen in het boek Nederlands grootste bedrijven vanuit de lucht. De foto’s van KLM Aerocarto pronkten sindsdien veelvuldig voor in de fotoboeken die de industrie liet maken.
Niet alleen door de overdracht van zijn collectie naar het Rijksmuseum is 2023 een oogstjaar voor Sorgedrager. De vrucht van veertig jaar antiquariaat in, antiquariaat uit, ‘waarbij de scheidslijn tussen passie en obsessie dun was’, behelst ook de uitgave van Factory Photobooks. Het boek, gemaakt in nauwe samenwerking met vormgever Els Kerremans, is de vijfhonderd pagina’s dikke weerslag van de selectie van 220 exemplaren uit zijn collectie (uit de periode 1890 tot pakweg 1987), aangevuld met de fotoboeken die Sorgedrager zelf heeft gemaakt voor Nederlandse fabrieken, vlak voordat zij werden gesloten.
Elk omslag van, en meerdere spreads uit elk boek (achttien landen zijn vertegenwoordigd) zijn gefotografeerd en afgedrukt, met gegevens over fotografen, vormgevers, uitgever en drukker én met achtergronden over de bedrijfsactiviteiten. Een feest voor iedereen met liefde voor fotografie, design en industriële geschiedenis. Een boek bovendien waaraan de wereldwijd erkende autoriteiten op het gebied van fotoboeken hun medewerking hebben verleend: Martin Parr en Gerry Badger.
Sorgedragers liefde voor fabrieksfotoboeken dateert al van de tijd dat hij afstudeerde (in 1985) aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Daar was hij een buitenbeentje. Zijn eindwerk was, origineel, een fotoroman, gemaakt in samenwerking met een bevriende antropoloog. Een beeldverhaal over de nogal anarchistische stedenvorming in Lissabon, vermomd als liefdesgeschiedenis. Het werd als vierdelig feuilleton gepubliceerd door het Portugese damesmagazine Crónica Femina – niet iets waarmee de eindexamencommissie van zo’n highbrow instelling als de kunstacademie wegliep.
Na de Rietveld Academie werd Sorgedrager door het Stadsarchief van Amsterdam uitverkoren een fotoproject te vervaardigen over voetbalclub Ajax. ‘De jaarlijkse stadsopdrachten van conservator Anneke van Veen zijn zó belangrijk geweest voor de fotografie. Ik mocht Ajax een jaar volgen, dat toen net floreerde in het Europees voetbal. Het was de tijd dat de club nog heel toegankelijk was, en stadion De Meer nog geen skyboxen had. Clubvoorzitter Ton Harmsen liet me overal toe, ik vloog mee als de selectie in het buitenland voetbalde, en kon zonder beperkingen de kleedkamer in lopen. Met mevrouw Cruijff (partner van Johan, de toenmalige coach, red.) kon ik het ook goed vinden, dat hielp enorm.’
Het Ajax-avontuur resulteerde in Temidden der Ajacieden, het fotoboek dat de belevenissen van de club van binnenuit volgt en de spelers op de huid zit. ‘Het is geen sportfotografie’, benadrukt Sorgedrager. ‘Het ging mij erom me te verdiepen in het instituut Ajax, heel veel mensen te ontmoeten, er alles over te weten te komen en, na voltooiing van het boek, het onderwerp weer los te laten, en me op een volgend te storten. Daar word je een breeddenkend persoon van.’
En zo volgden na Ajax meer bedrijven: de sluitende kerncentrale in Dodewaard (met als uitkomst het fameuze boek Mensenstroom), de verdwijnende ijzergieterijcultuur langs de Oude IJssel in de Achterhoek, de geboortegrond van Sorgedrager (IJzer aan de Oude IJssel), de Ritmeester sigarenfabriek in Veenendaal, de Kruitfabriek in Muiden. Sorgedragers werkwijze was meestal dezelfde: als hij vernam dat een fabriek de poorten sloot, vaak vanwege overplaatsing naar lagelonenlanden, meldde hij zich. ‘Ik wachtte meestal een paar weken, zodat de directie en de werknemers een beetje van de shock waren bekomen. Ik stelde dan voor een boek over de fabriek te maken als herinnering en ode aan hun jarenlange werk.’ Zijn boeken worden gekoesterd, weet hij: zelden komt hij exemplaren tegen op de tweedehandsmarkt.
De boeken van Sorgedrager markeren het einde van de ‘maakindustrie’ in Nederland. Talrijke fabrieken – uit de textiel- en kledingindustrie, scheepswerven, kabelbedrijven – werden gesloten of overgeplaatst naar lagelonenlanden. Sorgedrager maakte, met de technische camera, wat Gerry Badger ‘memento mori’ noemt: hij werd onderdeel van het rouwproces dat zo’n bedrijfssluiting doorgaans betekent. Zijn eigen boeken markeren de nadagen, terwijl het merendeel van Factory Photobooks juist de bloei en voorspoed van de industrie toont.
Veel van de foto’s in die fabrieksboeken tonen de bedrijven in volle glorie, maagdelijk nog bijna; de roet van decennia moest er nog op neerslaan. Ook de vaak stormachtige groei die bedrijven doormaakten is in de boeken die zij in de loop der jaren lieten maken goed te zien. Neem de boeken van de Fabbrica Italiana Automobili Torino – alom bekend als Fiat. In 1912 verscheen een in bruin leer gebonden boek met 47 zwart-witfoto’s in diepdruk, met naar toenmalige maatstaven hypermoderne, maar met de ogen van nu nog bescheiden werkplaatsen.
In 1934 kwam Fiat, Terra, Mare, Cielo, een intimiderend boekwerk met op het omslag de naam van de autofabriek in letters die uitgehouwen lijken uit rotsblokken, bovenop een rotsplateau dat uittorent boven de zee. Het is de fascistische beeldtaal – bruut, kil, rechtlijnig – die aansluit bij Mussolini’s aspiraties om met ijzeren vuist te heersen over de landen aan de Middellandse Zee. Sla het boek open en een uitklapbare spread van drie pagina’s (samen een meter breed) toont het enorme Lingotto-fabriekscomplex in Turijn, met op de achtergrond de besneeuwde Alpen. Op het dak van het vijf verdiepingen hoge gebouw slingert de racebaan waar nieuwe modellen werden getest.
Op de volgende pagina’s zien we Mussolini die het massaal toegestroomde personeel toespreekt: de verzinnebeelding van het Italiaanse corporatisme, waar de bedrijven zich behalve met hun eigen winstgevendheid ook verregaand bemoeiden met het landsbestuur (en de Duce op zijn beurt met de bedrijven). Zoals in veel boeken uit die periode, springt ook in het oog hoezeer de vormgevers van destijds zich lieten inspireren door de avant-garde uit de Sovjet-Unie. Strakke lijnen, zuigende perspectieven, stroomlijn, ferme, schreefloze belettering: alles in Fiat, Terra, Mare, Cielo ademt snelheid, kracht, haast en ongeduld, alsof het nieuwe Romeinse rijk van Mussolini geen dag langer op zich zou laten wachten.
Ook Nederlanders lieten zich door de Russen inspireren. Zoals Piet Zwart, volgens Sorgedrager ‘overduidelijk een fan van El Lissitzky’. Zwart was betrokken bij talrijke door Sorgedrager besproken boeken, zoals dat van Bruynzeels fabrieken in Zaandam (keukens en vloeren) uit 1931, dat, ontworpen door de Hongaar Vilmos Huszár, met zijn (gele) kleurvlakken ook nadrukkelijk diens achtergrond bij De Stijl in zich draagt. ‘In die tijd was er volop geld voor dit soort boeken’, zegt Sorgedrager. ‘En de opdrachten aan fotografen en opdrachtgevers kwamen vaak louter op basis van vertrouwen tot stand. Huszár woonde in Voorburg naast oud-directeur Cornelis Bruynzeel sr. Die regelde de afspraken met de buurman tussen neus en lippen door.’
De lijst van bijzondere uitgaven is eindeloos. Vuur aan zee (1958) van de Hoogovens in IJmuiden, met foto’s van Violette Cornelius, Ed van der Elsken, Paul Huf, Ata Kandó en Cas Oorthuys, vormgegeven door de Nederlandse grootmeester Jurriaan Schrofer (die bij talrijke fotoboeken betrokken was). Zeldzaam: een opvouwbare kartonnen stereokijkertje met tien dubbele foto’s (voor 3D-effect) uit 1964, ter gelegenheid van de ingebruikname van de knuppelwalserij van het staalbedrijf.
Curieus ook: een inklapbaar metalen stereoscoop met een set van 25 dubbelfoto’s van Heinrich Hoffmann, de huisfotograaf van Adolf Hitler. In 1939 vervaardigde hij de in kunstleer vervatte cassette over de Berlijnse bierbrouwerij Bötzow. Op een van de foto’s prijkt een medewerker met getrokken vuurwapen – hij had in 1936 een medaille gewonnen bij het pistoolschieten op de Olympische Spelen in Berlijn. Heeft niets met bier te maken, vermoedelijk wél met de persoonlijke gewelddadige fascinaties van de fotograaf.
Van veel recenter datum is het Jaarverslag KPN uit 1994, waarvoor niemand minder dan de beroemde Duitser Andreas Gursky vier kleurenfoto’s leverde. Hij vervaardigde de voor zijn werk kenmerkende digitaal gemonteerde collages die op ingenieuze wijze een realistisch panoramisch overzicht bieden op onder meer de postsorteermachines van de opvolger van de PTT. KPN had de fotograaf een lijst met te fotograferen onderwerpen en locaties geleverd, maar daar trok Gursky zich niets van aan. Hij trok zijn eigen plan, KPN kon zich slechts voegen naar zijn verlangens, maar maakte uiteindelijk goede sier met de inbreng van de hippe Duitser. Het jaarverslag groeide uit tot een gewild verzamelobject.
Zoals KPN de regie uit handen werd genomen, zo verschoof ook bij andere bedrijfsfotoboeken de aandacht van het fabricageproces naar het appeal van toonaangevende fotografen. De autofabrikant BMW gaf in 2000 voor Autowerke II foto-opdrachten aan de beroemde Oekraïner Boris Mikhailov, de Nederlandse Rineke Dijkstra en prominente Duitsers als Thomas Struth, Wolfgang Tillmans en Candida Höfer. Het BMW-boek markeert het einde van de traditionele fabrieksfotoboeken. Niet alleen het gevolg van bedrijfsbeëindigingen en verplaatsingen naar lagelonenlanden, maar ook door veranderende productieprocessen – de introductie van steeds meer computergestuurde apparatuur en robots – waaraan voor een fotograaf geen eer te behalen is.
Voorbij vlogen de jaren van het fabrieksboek met voorin steevast een afbeelding van het fabriekscomplex in vogelvluchtperspectief (al dan niet getekend, later vanuit het vliegtuig gefotografeerd), gevolgd door portretten van (voormalige) directeuren en andere prominenten, foto’s van productieproces en eindproduct, waarna, tegen het eind, nog aandacht werd besteed aan de maatschappelijke verantwoordelijkheden die het bedrijf ook droeg: vakantiekolonies voor werknemers, eigen woonwijken, bijdragen aan het verenigingsleven, en medische zorg.
In de jaren zeventig, tachtig van de vorige eeuw stierf het fenomeen van de fabrieksfotoboeken uit. ‘Rokende fabriekspijpen waren altijd een bewijs van economische voorspoed. Maar vanaf de jaren zestig kwam de keerzijde, de vervuiling van het milieu, veel meer op de voorgrond’, zegt Sorgedrager. Het maatschappelijk onbehagen keerde zich tegen het bedrijfsleven, in de hoogtijdagen van de sociaaldemocratie kon het grootkapitaal niet langer op onverdeelde sympathie rekenen. Een fotoboek waarin uit de doeken werd gedaan waar de oorsprong lag van de vieze lucht, het vervuilde water, het lawaai en de stank – daar was logischerwijs geen belangstelling voor.
Straks zijn Sorgedragers ruim 1.100 boeken opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum, en staart een lege boekenkast hem aan. Echt nooit meer scharrelen in antiquariaten, de opwinding ondergaan van een bijzondere vondst? Een voorzichtig lachje: ‘Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken.’
Bart Sorgedrager: Factory Photobooks – The Self-Representation of the Factory Photographic Publications, 1890 – 1987. Vormgeving Els Kerremans. Nai010 publishers; 508 pagina’s; € 69,95.
Een van Bart Sortgedragers favoriete fabrieksfotoboeken is dat van de Amerikaanse tractor- en bulldozerfabrikant Caterpillar, van rond 1936. Het boek, A Souvenir of My Trip to Caterpillar is gebonden in imitatieleer. De naam van de ontvanger, B.F. Gephart, is erop gedrukt in gouden letters. Binnenin staat de foto van een groep heren in pak, van wie Gephart er een moet zijn. Naast de groep is een bordje met een nummer te zien, wat aangeeft dat de fotograaf groepen bezoekers in serie portretteerde.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden