Een paar keer per week staat Thomas Odukoya (26) bij zijn club Tennessee Titans op de weegschaal. Nauwgezet wordt zijn gewicht, ongeveer 115 kilogram, en dat van zijn teamgenoten bijgehouden. Wie te zwaar is, krijgt een boete, anderen moeten juist aankomen. Om zijn fysiek op peil te houden, werkt Odukoya dagelijks vijfduizend calorieën naar binnen.
Op een terras in thuisbasis Nashville kiest hij bij de lunch voor een hamburger met frietjes. De laatste happen laat hij staan.
Het is zijn tweede seizoen in de wondere wereld van de NFL, de populairste sportcompetitie in de Verenigde Staten. Buitenlandse spelers zijn er zeldzaam. Odukoya, geboren in Amsterdam en opgegroeid in Almere, is de enige Nederlander in de competitie. Slechts drie landgenoten gingen hem voor. De onlangs overleden Harald Hasselbach, tweevoudig Super Bowl-winnaar met Denver Broncos, is de bekendste.
Over de auteur
Koen van der Velden schrijft voor de Volkskrant over sport in de Verenigde Staten. Hij woont in New York.
Met zijn postuur lijkt Odukoya (1.98 meter) gemaakt voor American football, een sport voor stevige kerels waarbij met een combinatie van strategie, atletisch vermogen en het nodige lichamelijke geweld terrein op de opponent dient te worden veroverd.
Dat hij ooit voetbalde, is nog maar moeilijk voor te stellen. Odukoya speelde in de jeugd van FC Omniworld, de voorloper van eredivisionist Almere City. ‘Van American football wist ik niks’, zegt hij in aanloop naar de laatste wedstrijd van het seizoen, zondag tegen Jacksonville Jaguars. ‘Ik leerde het pas kennen toen ik het ging spelen.’
Hij was 16 toen een vriend hem meenam naar het lokale Flevo Phantoms, een van de weinige American footballclubs in Nederland. Of hij het niet eens wilde proberen. Odukoya was direct verkocht. ‘Football is een echte teamsport, met allerlei typen spelers’, klinkt hij bevlogen. ‘De kleinste, snelste atleten ter wereld spelen in de NFL samen met de zwaarste en sterkste. Die mix maakt het bijzonder.’
Hij houdt van het fysieke aspect van zijn sport, zegt Odukoya, een zogeheten tight end. ‘Bij de ene aanval kan ik de bal ontvangen, bij een andere zet ik een blok voor een teamgenoot’, verklaart hij zijn positie. ‘Als tight end moet je van alle markten thuis zijn.’
Hij heeft het naar zijn zin in Nashville, de stad van countrymuziek, bluegrass en zuidelijke vriendelijkheid, maar zijn ultieme doel heeft hij nog niet bereikt. Vooralsnog kwam hij alleen in oefenwedstrijden in actie – zijn competitiedebuut laat nog op zich wachten.
Odukoya hoort bij de zogeheten ‘practice squad’ van de Titans, een groep van zestien reserves die het eerste team op trainingen klaarstoomt voor wedstrijden. Van hem wordt verwacht dat hij de tight end van de aanstaande tegenstander nabootst. Indien nodig, kan hij invallen.
Zijn coaches zijn vol lof over hem. ‘Hij werkt keihard en wordt steeds beter’, zei hoofdcoach Mike Vrabel eerder. ‘We hebben geluk dat hij bij ons speelt.’
De schouderklopjes zijn leuk, zegt Odukoya, maar ‘uiteindelijk wil je spelen. Een paar keer had ik dit seizoen het gevoel dat het ging gebeuren, maar het kwam er telkens niet van.’ Waar andere spelers uit de reservegroep hun kans kregen, bleef die voor Odukoya uit. Verbetert zijn situatie niet, dan overweegt hij een overstap naar een andere club.
Wachtend op zijn doorbraak beseft hij de onwaarschijnlijkheid van zijn pad naar de NFL. De stap van Almere naar de Titans kon bijna niet groter zijn.
Odukoya herinnert hoe er vroeger op Sportpark de Marken in Almere tijdens wedstrijden van de Flevo Phantoms een handvol toeschouwers langs de zijlijn stond. Toen hij in het najaar in een oefenwedstrijd debuteerde in de hoofdmacht van de Titans, zaten er 60 duizend fans op de tribunes van het imposante Nissan Stadium. ‘Ik had mijn hart nog nooit zo snel voelen kloppen’, zegt Odukoya.
Hij steekt zijn hand met gestrekte vingers voor zich uit. ‘Als ik dit had gedaan, had ik vast enorm getrild. Ik weet niet wat het was, maar toen de bal in het spel werd gebracht, waren de zenuwen verdwenen.’
Bij de Flevo Phantoms blonk Odukoya wekelijks uit, maar Amerikaanse scouts waren in Nederland nergens te bekennen. Als hij ontdekt wilde worden, moest hij actie ondernemen, en dus stelde Odukoya een bandje met hoogtepunten van zichzelf samen. Hij stuurde het naar meerdere Amerikaanse coaches en kreeg gehoor bij West Hills College in Californië. Op zijn 19de trok Odukoya naar Amerika.
Via een tussenstop in Kansas belandde hij bij de universiteit van Eastern Michigan, waar zijn talent begon op te vallen. Na vier seizoenen meldde hij zich aan voor de draft van de NFL, de selectieronde waarbij clubs jonge talenten uit de etalage plukken. Odukoya werd over het hoofd gezien, maar lang duurde de teleurstelling niet. Tennessee Titans wilde hem inlijven.
En zo stond hij opeens in de kleedkamer tussen spelers die hij voorheen op televisie zag. ‘Dat was wel een beetje intimiderend, maar je merkt al snel dat het gewone jongens zijn.’ Met Derrick Henry, de grootste ster van Tennessee, ging hij onlangs een hapje eten.
De concurrentie in de NFL is moordend, merkte Odukoya. ‘Het is een harde wereld. Elke voorbereiding beginnen we met ongeveer negentig spelers. Je werkt de hele zomer samen, maar als het seizoen begint, worden een stuk of veertig spelers weggestuurd. Het verloop tussen teams is groot. Voor veel spelers is het onzeker of ze volgend seizoen nog bij dezelfde club zullen zijn. Of dat ze gezond blijven.’
Odukoya kent de risico’s van zijn sport, die door wetenschappers aan hersenbeschadiging wordt gelinkt. Bij meerdere oud-spelers werd na hun overlijden de progressieve hersenaandoening cte vastgesteld, het gevolg van veelvuldige klappen tegen het hoofd. ‘Daar sta ik zeker bij stil’, zegt Odukoya.
Bij zijn training op woensdagmiddag, waarbij journalisten twintig minuten mogen meekijken, draagt hij een helm met extra bescherming. Ook de exemplaren die in de wedstrijd worden gebruikt, zijn in de loop der jaren gemoderniseerd en moeten hersenletsel voorkomen. Odukoya: ‘Ik hoop dat cte voor onze generatie iets uit het verleden gaat zijn.’
Hij klopt op tafel. ‘Ik heb nog nooit een hersenschudding gehad. Vroeger ging ik er vaak vol met mijn hoofd in, maar nu probeer ik mezelf meer te beschermen. Daarin worden we getraind.’ Op aandringen van de NFL is ook het taalgebruik in de kleedkamer aangepast. ‘Aanwijzingen als ‘put your face in’ hoor je tegenwoordig niet meer.’
Toch komen hersenschuddingen nog geregeld voor. ‘Ik had een teamgenoot die er een maand uit lag’, zegt Odukoya. ‘Toen hij na al die tijd voor een check in het trainingscomplex was, zag je aan de blik in zijn ogen dat er iets mis was in zijn hoofd. Dat is natuurlijk wel eng.’
De loopbaan van een speler in de NFL duurt gemiddeld ongeveer drie jaar, ofwel de duur van Odukoya’s contract in Tennessee. Hij probeert zo veel mogelijk te genieten van zijn avontuur. Over een plan B zal hij later nadenken.
Met zijn salaris kan hij voorlopig vooruit: in de achttien weken van het reguliere seizoen verdient hij ruim twee ton. Het valt in het niet bij de 37 miljoen dollar van quarterback Ryan Tannehill, maar Odukoya heeft geen klagen. Mocht hij doorschuiven naar de 53-koppige hoofdmacht, dan zal hij bovendien een aanzienlijke salarisverhoging krijgen. Een glimlach. ‘Dat is een extra reden om ervoor te gaan.’
De bazen van de NFL hebben hem er graag bij. De competitie wil internationale groei stimuleren, onder meer door het lokken van buitenlandse spelers. Odukoya kreeg zijn kans in Tennessee dankzij een speciaal daarvoor in het leven geroepen programma. ‘In Nederland is American football een kleine sport’, weet hij, ‘maar landen als Duitsland, Zweden en Oostenrijk leveren tegenwoordig best wat spelers aan Amerikaanse universiteiten.’
Odukoya was erbij toen de Titans eerder dit seizoen in Londen speelden, een andere manier waarop de NFL uitbreiding wil realiseren. ‘Een speciaal moment’, zegt Odukoya. Hij wilde het delen met vrienden en familie, dus kocht hij 26 kaartjes. Het kostte hem duizenden dollars, maar het was het hem waard.
Zijn familie volgt de Titans op de voet, ook al deed Odukoya dan nog niet mee. Zijn Nigeriaanse vader kijkt mee vanuit Manchester, zijn moeder zit in Nederland voor de televisie.
Wanneer het seizoen erop zit, zal Odukoya weer een paar weken naar Almere gaan. Zoals altijd gaat hij dan even langs bij Sportpark de Marken, de plek waar het allemaal begon. ‘Even bijpraten met mijn coaches’, zegt Odukoya.
Misschien neemt hij enkele van zijn Amerikaanse teamgenoten mee. Ze zijn nieuwsgierig naar zijn moederland, waar kinderen voetballen en American football nauwelijks bestaat. Het weerhield Odukoya er niet van een gooi naar de NFL te doen. Als het aan hem ligt, zullen anderen hem volgen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden