De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid beïnvloedt. Deze week: kantelend winterbeeld.
Heeft u ook zo’n zin in dat winterweer dat ons dit weekend is beloofd? Lekker de ijzers onderbinden, warme jas en handschoenen aan (altijd handschoenen aan wanneer je gaat schaatsen) en dan de stijf bevroren sloten en plassen op. De fotoredacties van het ANP en de NOS namen alvast een voorschot op het weerbericht dat aan het begin van de week temperaturen van rond de 0 graden voorspelde – rond de 0, mensen! – en diepten uit hun archieven de winterfoto’s op. Ach, kijk die in rijp gedoopte takjes, die helderblauwe luchten boven eindeloze ijsvlakten.
Het zou goed kunnen dat het ervan komt hoor, je moet altijd hoop houden. In een stukje Nederland zal misschien een slootje dichtvriezen, waar we met z’n allen een ochtend een beetje op kunnen schuifelen, en dat zal dan het enige zijn waar we het over hebben. De hel van ’63 zal vertoond worden op tv, voorafgegaan door reclames voor rookworst en erwtensoep, de ‘It giet oan’-grapjes zullen niet van de lucht zijn. Maar het grootste deel van het land ziet waarschijnlijk met lede ogen aan hoe de afgelopen twaalf weken regen worden verlengd met nog een week.
Het is niet dat er de afgelopen jaren geen waarschuwingen waren. ‘De winters worden warmer en natter’ – het is een zin die in het achterhoofd is blijven kleven, maar nog niet beklijfde. In het collectieve geheugen is het beeld van ‘winter’ nog altijd: koud, wit, kokend hete chocolademelk. En het is ook niet eerlijk natuurlijk, want waarom viel er in Oostenrijk en Zweden een dik pak sneeuw, en is het in het noorden van India zo koud dat mensen doodvriezen, terwijl men hier, in het land van de Elfstedentocht, toch minstens twee keer per dag zeiknat op de fiets zit? ‘It giet’ is de enige grap die je kunt maken. Haha.
Dat winterbeeld moet dus kantelen. Daarom grote hulde voor fotograaf Lina Selg, die zich op 2 januari op een willekeurige stedelijke hoek in Nederland opstelde en precies die beeldvorming bij de lurven greep. Bracht ze de vorige dag nog verslag uit van de vrolijke nieuwjaarsduik in Scheveningen (lachende mensen in kleurrijke badkleding en met oranje mutsen op, tegen een kortstondig blauwe lucht), nu stond ze, als vanouds in de regen, de wateroverlast vast te leggen. Haar serie is nu al in de race voor de lulligste en herkenbaarste fotoreportage van het jaar (dat is één categorie), met deze foto als toppunt, boegbeeld van een verzopen natie.
Alles hier voel je tot op je onderbroek. Het spiegelende fietspad, de egaal grijze lucht, het water dat van ellende niet meer weet waarheen het weg moet stromen. Het met één hand vasthouden van je capuchon, wat met de rukwinden van storm Gerrit, Henk, Ingrid – waar zitten we inmiddels – natuurlijk totaal geen zin heeft. Van die soppende, borrelende plassen waar je overheen moet springen en die gratis tegen je broekspijpen worden gesmeten door voorbijrijdende auto’s. Regen die horizontaal door de straat in je gezicht striemt, jassen die nooit meer droog worden. Die eeuwige plastic zak om het zadel – wat moet je ermee; de andere kant is óók nat.
Maar goed, dit is dus waar we het mee moeten doen de komende tijd. Tijd voor een nieuwe nationale sport (behalve oud-Hollands mekkeren dan, waarvoor sommigen – mijn naam is haas – meteen de gouden plak zouden winnen) en tijd voor een nieuw, berustend en breedgedragen collectief beeld van de Hollandse winter, die zompig en zacht zal zijn. Tenzij we vandaag wakker zijn geworden in een land waar het ouderwets vriest dat het kraakt. Grote kans dat u dan dit stuk niet leest en op zoek bent naar uw schaatsen. (Onder het bed!)
Source: Volkskrant