Zoals elke alcoholist je zal vertellen: een verslaving gaat nooit weg. Je kunt er op een gegeven moment stront genoeg van krijgen, dat wel. Dat je een keer wakker wordt, en denkt: en nou is het afgelopen, ik ga naar de sportschool, meer blauwe bessen eten en dan komt alles goed. En dat kan nog werken ook. Maar het leven blijft lijden, en de geest blijft een last.
Dus toen ik de afgelopen maanden een beetje veel hooi op de vork had, verscheen Candy Crush weer op mijn iPhone. Ik had er geen erg in, want ik was niet meer verslaafd, en het kon geen kwaad, want sinds wanneer kan een spelletje kwaad? Nou? Nou? Nou? Precies. Het stomme was: ik had het niet eens voor mezelf gedownload. Ik zat in een show waarin iemand moest spelen dat ze Candy Crush speelde, en ze wist niet wat dat was, dus ik installeerde het op mijn iPhone om het haar te laten zien.
Over de auteur
Thomas van Luyn is cabaretier, presentator en columnist voor Volkskrant Magazine.
Dat was twee maanden geleden, en sindsdien heb ik het al twee keer gewist, en twee keer opnieuw geïnstalleerd. Ik zou willen dat ik van Candy Crush huiduitslag kreeg, of gezichtsverlamming. Diarree desnoods. Maar het doet helemaal niets slechts, objectief gezien. Niet echt. Daarin onderscheidt het zich van andere drugs als blowen en alcohol: de gezondheid wordt niet minder, het geld vliegt me niet de zak uit, en zodra ik de app sluit, zijn mijn sociale en intellectuele vaardigheden als vanouds. Dat is het subversieve ervan. Je komt niet wankel op je werk, je gaat niet op de tafel dansen, mijn vrouw verlaat me niet als ze erachter komt, dus wat is eigenlijk het probleem?
Eigenlijk maar eentje: het vreet tijd. In hele kleine hapjes, maar toch. Bij het ontbijt, op de wc, tussen twee zinnen tikken door, tijdens het koken. De hapjes tijd waarin ik normaal even mijn werkelijkheid reconstrueer, wie ik ook alweer was en wat ik ook alweer wou. Die vallen je niet op, totdat je die kleine reflecties en dagdromen niet meer hebt. En nu doe ik het ook al in de auto als ik heb geparkeerd en het regent. Soms ook als het niet regent. En soms ook voor het stoplicht. En in de file. En ook tijdens het langzaam rijden, als het rustig op de weg is.
Ja daar gaat het fout ja, dus nu heb ik ’m weer gewist. Ik ben niet gek. En het zijn bij mij altijd fasen. Ik zit nog steeds in een fase, trouwens. Candy Crush is gewist, Playstation is aan. Jarenlang heb ik mijn kinderen Fortnite zien spelen, zonder dat het me ook maar enigszins boeide, behalve dan de dansjes die je poppetje deed als-ie iemand had neergeschoten. Die waren te gek, en hebben mijn dansmovesrepertoire aanzienlijk verrijkt. Maar nu wilde mijn jongste graag dat ik een keer met hem mee speelde, en ik zou een slechte vader zijn als ik hem niet af en toe wat aandacht gaf. Dus nu... enfin, laten we het erop houden dat de nachten wat korter zijn geworden. Maar straks ga ik weer marathons lopen of breien, wie weet. Ik hoop dat het snel zover is, want ik ben best een beetje slaperig de hele tijd.
Source: Volkskrant