Met een hooivork stevig in de hand loopt Fernando Calvo zijn olijfboomgaard in. De bomen hangen vol met olijven, die na een paar dagen regen zijn volgezogen met water. Calvo denkt aan een paar jaar geleden. Toen werden zijn olijfbomen op een nacht leeggeroofd door dieven. Het zal toch niet opnieuw zo zijn dat zijn oogst wordt meegenomen? Wat doen die onbekenden op zijn land?
Als Calvo even later begrijpt dat zijn bezoek geen kwaad in de zin heeft, zet hij zijn hooivork weg, tegen een van de bomen. De takken buigen door het gewicht van de olijven. ‘Ze zijn op dit moment duizenden euro’s waard’, verklaart hij zijn angst voor diefstal. ‘Zodra de regen ophoudt, ga ik ze oogsten.’
Over de auteur
Maartje Bakker is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder werkte ze op de politieke redactie en was ze correspondent in Spanje, Portugal en Marokko.
De Spaanse media staan bol van berichten over gestolen olijven. De verklaring is eenvoudig: de prijs van olijven en olijfolie is geëxplodeerd. Dat wordt veroorzaakt door schaarste, want de oogst valt op veel plekken in Spanje tegen. En dat komt door de uitzonderlijke droogte van dit jaar.
De rijke oogst van Fernando Calvo is dus de uitzondering. Zijn land bevindt zich in Miajadas, een dorp in de zuidwestelijke regio Extremadura. Hier vlakbij stroomt een grote rivier, de Guadiana, en dat maakt dat Calvo zijn land kan bevloeien.
Maar in veel delen van Spanje moeten de olijfboomgaarden het louter hebben van de regen. Die bleef dit jaar uit. Vooral tijdens het voorjaar, toen de olijfbomen in bloei stonden, was het in Spanje ongekend heet en droog.
Het is een gebeurtenis die niet op zichzelf staat. Immers: door de uitstoot van broeikasgassen verandert het klimaat. Het wordt warmer op aarde, en zeker in de binnenlanden van Spanje. Ook de droogte neemt in het hele mediterrane gebied toe, volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). De problemen rond de olijfoogst zijn dus niet iets eenmaligs.
Dat is van grote betekenis voor Spanje, met afstand de grootste olijfolieproducent ter wereld. Na de laatste oogst, in de winter van 2023, wist het land in z’n eentje 666 duizend ton olijfolie te produceren. Maar een jaar eerder, in 2022, was dat nog 1.492 duizend ton.
De hoge prijs van olijfolie is in de Spaanse supermarkten het gesprek van de dag. Waar een liter aceite de oliva virgen extra in 2020 nog 4,37 euro kostte, is dat nu 9,25. En dat is een probleem, want olijfolie is van oudsher de grote steunpilaar van de Spaanse keuken. ‘Ik doe er nu veel zuiniger mee’, zegt Teresa Cruz, een oudere vrouw die in de buurtsuper van Miajadas boodschappen doet. ‘Ik gebruik nu meer andere olie, als ik een ei of aardappelen bak.’
Maar vanmiddag wil ze migas maken, broodkruimels met spekjes en paprika, en daarvoor is olijfolie onontbeerlijk. De migas blijken populair in de supermarkt: het is koud en regenachtig en dan hoor je dit te koken, weten alle oudere dames die op een doordeweekse ochtend boodschappen komen doen. Steeds haalt winkelier Francisco Mena een nieuwe bolle zak vol broodkruimels tevoorschijn van onder zijn toonbank.
‘Migas met zonnebloemolie? Nee nee nee’, zegt Cruz. ‘Dat smaakt niet goed!’ Toch vraagt ze zich af hoe lang ze zich dit nog kan veroorloven. ‘Als dit zo doorgaat, koken we straks met water.’
In de grote steden leggen supermarktbazen de flessen olijfolie van vijf liter aan de ketting, zo reëel is de dreiging van olijfolieroof. In sommige Madrileense vestigingen van supermarktketens Carrefour en Auchan zit op de kleinere flessen van één liter een beveiliging, die alleen door het personeel kan worden verwijderd.
Dat is hier niet nodig, in de kleine supermarkt van Miajadas. Mena kent al zijn klanten persoonlijk. Nog voordat ze hun bestelling hebben gedaan, weet hij of hij een meer of minder doorbakken brood moet overhandigen. De vijfliterflessen olijfolie, die 52,40 euro kosten, staan vrijelijk in de schappen.
Met zulke prijzen blijft het voor sommige agro-ondernemers aantrekkelijk om in olijfbomen te investeren. Dat is ook precies wat er gebeurt in Miajadas. Hier, in het bevloeiingsgebied van de Guadiana, is de olijventeelt enorm in opkomst.
Zo zie je dat de olijventeelt zich in Spanje begint te verplaatsen. In de droge gebieden, ook in de zuidelijke ‘olijvenprovincie’ Jaén, hebben veel boeren het moeilijk. Daar staan de olijfbomen met hun wortels in de rode, verschroeide aarde. De oogst is er dit jaar beperkt. Net als vorig jaar.
Juan Parras, agro-adviseur en zoon van een agro-ondernemer, kan het ook in de omgeving van Miajadas laten zien: weinig water betekent weinig opbrengst. Hij stopt zijn auto, een witte Toyota op hoge wielen, bij een olijfgaard die al generaties lang in zijn familie is. ‘We kennen hier een gezegde’, vertelt hij. ‘Druiven plant je voor jezelf, vijgenbomen voor je kinderen, olijfbomen voor je kleinkinderen.’
Deze olijfbomen zijn knoestig, knokig en minstens 100 jaar oud. Ze staan op een droog stuk land, en de oogst ligt grotendeels op de grond, afgeworpen en ineengeschrompeld.
Maar waar water is, daar zijn kansen. Juan Parras stapt weer in zijn auto en rijdt een stukje verder, over zandwegen vol kuilen, naar de olijfboomgaard van de toekomst. Hier staan de olijfbomen strak naast elkaar in hoge heggen. Dit is de nieuwe trend in de olijvenwereld: de ‘superintensieve’ boomgaard. Tussen de heesters ligt voor de vorm een strookje gras: dat levert Europese subsidie op.
De opbrengsten zijn maximaal, de aanpak industrieel. Het water wordt met grote precisie toegediend door druppel-irrigatie. Er is niet veel van nodig: alle grondstoffen gaan naar de olijven zélf, niet naar takken of bladeren. Het oogsten gaat snel, met machines. Deze olijfbomen zullen geen 100 jaar worden: na een jaar of twintig zijn ze uitgeput.
Nu de prijs van olijfolie zo hoog is, willen de agrariërs in Miajadas massaal overstappen op deze nieuwe teeltwijze. De bevloeide akkers waren vroeger gereserveerd voor maïs of rijst, maar er worden steeds vaker olijfbomen geplant. ‘Mijn vader en ik waren tien jaar geleden pioniers’, vertelt Parras. ‘Maar nu zie je de superintensieve olijfboomgaard overal in Spanje en Portugal.’
De Spaanse landbouw zal onder druk van het opwarmende klimaat onherroepelijk veranderen, denkt Parras. ‘We hebben in grote delen van het land te maken met verwoestijning. Daarom zullen we zuinig moeten zijn, met water, met grondstoffen. Maar wie zich aanpast, zal triomferen.’
Zozeer worden er in Miajadas kansen gezien in de nieuwe vorm van olijventeelt, dat een stuk of twintig agrariërs de handen ineen hebben geslagen om een moderne olijfpers te bouwen. De voorziening is nog in aanbouw: modern, glimmend, schoon. Maar de eerste olijven worden al uit een vrachtwagen gekieperd, en na een tocht over lopende banden en door verschillende vaten, loopt er een heldere, felgroene substantie uit een kraantje: olijfolie, vers van de pers.
Even verderop, in een aparte loods, worden metershoge metalen vaten aan elkaar gelast. Daarin wordt straks de olijfolie opgeslagen. ‘Hier komen dieven er niet zo gemakkelijk bij’, zegt Juan Parras, half grappend, half serieus. ‘Want om hier de olijfolie te kunnen stelen, moet je een tankauto hebben.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden