Leonard Cohen adviseerde haar al in 1966 om zelf liedjes te gaan schrijven. Toch duurde het even tot folkzangeres Judy Collins dat advies ter harte nam. Ook haar culturele voorkeuren zijn veelal geïnspireerd op goede tips van anderen – van haar ouders tot haar tourmanager.
Ze hoeft natuurlijk al lang niet meer, zegt ze, maar Judy Collins (84) doet nog altijd niks liever dan de wereld over reizen, liedjes zingen en verhalen vertellen. ‘Dat vindt mijn man ook prettig, want anders zitten we thuis maar tegen elkaar aan te kijken’, lacht ze, als ze heeft plaatsgenomen op een bank in de kleedkamer van het Utrechtse Tivoli Vredenburg. Diezelfde avond zal ze er optreden, bijna een jaar nadat ze er stond aangekondigd. ‘Tja, een ongelukje met mijn arm, die wordt op mijn oude dag wat kwetsbaarder en was ineens gebroken, net toen ik weer lekker naar Europa kon om op te treden.’
Maar wat is een jaar uitstel op een muzikaal leven dat al zo’n zestig jaar duurt, zegt ze. ‘Wist je dat ik al 36 studioalbums heb gemaakt? Ik ook niet hoor, ik heb ze nooit geteld. Ik zag het op Wikipedia. Ik bracht in 1961 mijn eerste album uit, maar mijn laatste, Spellbound, was pas het eerste waarop ik alle liedjes zelf heb geschreven. Ja, noem me maar een laatbloeier. Het duurde al een plaat of zes voordat ik mijn eerste eigen liedje opnam. Ik zong graag oude folknummers en dacht ook lang dat ik vooral daar goed in was.’
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
‘Artiesten als Pete Seeger, Woody Guthrie en The Carter Family hebben me toen ik jong was van een studie klassieke piano afgeholpen. Ik raakte begin jaren zestig zo gefascineerd door de folkbeweging dat ik daarin ook zelf een plaats wilde vergaren. Het zingen van een repertoire dat niet van mezelf was, ging me meteen goed af. Ik kreeg platencontracten en artiesten kwamen naar me toe met hun liedjes, in de hoop dat ik ze zou zingen.’
Een van die artiesten was Leonard Cohen. ‘Ja Lenny, die vond dat hij wel mooie teksten maakte, maar wilde ze niet zelf opnemen. Dus zong ik ze als eerst. Ik zei meteen al tegen hem: jongen, je hebt zo’n prachtige diepe stem, probeer het zelf eens. Nou, dat hebben we geweten.’
Leonard Cohen gaf op zijn beurt ook weer advies aan Collins. ‘Lenny begreep niet waarom ik zelf niet eens wat probeerde te schrijven. Het was 1966, Bobby en Joan hadden de folkwereld op z’n kop gezet, ik moest me niet zo bescheiden opstellen, vond Lenny. Er was genoeg ruimte voor mij om zelf eens iets te proberen.’ Ze praat over ‘Bobby’ (Bob Dylan), Joan (Joan Baez) en Lenny (Leonard Cohen) alsof het goede bekenden van haar zijn. ‘Dat waren ze in de vroege jaren zestig ook. Het was maar een kleine wereld hoor, je kwam elkaar constant tegen in Greenwich Village in New York, het centrum van de folk.’
‘Mijn eerste eigen liedje werd Since You Asked, voor de lp Wildflowers die ik in 1967 uitbracht. Toen was de folkscene eigenlijk al opgeblazen door Dylan en anderen. Ze werden grote popsterren, maar in mijn hart ben ik zelf altijd die oude folky gebleven. Ik vind het nog steeds een van mijn mooiste liedjes.’
Het album Wildflowers bezegelde haar internationale doorbraak, maar dat kwam vooral vanwege haar versie van het door Joni Mitchell geschreven Both Sides Now.
Ach ja, Joni, zucht ze. ‘Ik ben blij dat ze weer een beetje is opgeknapt en zelfs weer zingt. Ik had haar nog nooit ontmoet, toen een vriend van me, Al Kooper, me midden in de nacht belde. Hij was in de kroeg iemand tegengekomen die Joni Mitchell heette en zei dat ze songschrijver was. In 1967 had in New York nog niemand van haar gehoord, ik ook niet.
Kooper wist dat ik een nieuwe plaat aan het opnemen was en had Joni een liedje horen zingen dat hij prima bij mij vond passen. Hij gaf de telefoon aan haar door en ze begon te zingen. O mijn god, dacht ik, en ik heb de volgende dag meteen naar mijn platenmaatschappij gebeld. Jongens, ik heb het nummer dat Wildflowers af kan maken. Joni twijfelde even maar liet het me toch opnemen. Het werd mijn eerste grote hit. Joni nam het zelf een jaar later op en het is een van haar beroemdste nummers geworden.’
‘Ik ben opgegroeid met de liedjes van Rodgers en Hart, en ander repertoire uit wat The Great American Songbook wordt genoemd. Mijn vader was heel muzikaal, hij had in de jaren dertig een eigen band. Daarmee trad hij op in radioshows. Hij was een grote naam in Seattle, Los Angeles en Denver, waar die shows werden uitgezonden. Best knap voor een man als hij, die op zijn 4de blind was geworden. Hij zong de hele dag van die klassieke musicalliedjes, zoals Danny Boy, dat ik zelf nu ook tijdens concerten zing.
Mijn favoriete liedje uit die tijd is I’ll Be Seeing You uit 1938. De muziek is geschreven door Sammy Fain en onder meer Frank Sinatra heeft het opgenomen. Ik ook, in 1975. En weet je wat me nu zo trots maakt? Dat Sammy eens tegen me zei dat hij mijn versie het mooist vond. Ik zing het al sinds mijn 16de, toen ik in een jazzbandje wat aan de weg timmerde. Dat heb ik van mijn vader geleerd, zoals zoveel eigenlijk.’
‘Mijn muzikale ontwikkeling begon met de piano. De liefde voor klassieke muziek werd me bijgebracht door mijn moeder, die als klein meisje Rachmaninov nog piano heeft zien spelen. Ik had talent en toen we eind jaren veertig in Denver gingen wonen, zochten mijn ouders de beste pianolerares van de stad.
Dat was Antonia Brico, die in Rotterdam is geboren, wist je dat? Ik vond het een geweldige vrouw, van wie ik veel heb geleerd. Vooral hoe je je eigen ambities moet volgen. Brico vond dat ik talent had, maar ze drong erop aan die buiten de klassieke muziek te ontplooien. Ze wist dat ik graag zong en van jazz hield, en raadde me aan me als zangeres te ontwikkelen. Ik was 13 toen ik dankzij haar lessen al een pianoconcert van Mozart kon spelen. Toch wilde ze de lessen stopzetten, omdat ze hoorde dat mijn kwaliteiten elders lagen.
Ze had gelijk. Ik ben me later in haar leven gaan verdiepen en ontdekte dat ze naar Denver was gekomen om er een vaste aanstelling als dirigent te krijgen. Dat ging op het laatste moment niet door, omdat ze een vrouw was. Om de kost te verdienen, is ze toen gaan lesgeven. Dat maakt me nog altijd razend. In 1974 maakte ik een documentaire over haar toch best tragische leven. Ze bleef altijd die dappere, trotse vrouw die zich door geen tegenslag uit het veld liet slaan.’
‘Ja, ik heb me ook nog even met film beziggehouden. Antonia: A Portrait of the Woman kreeg zelfs een Oscar-nominatie. Maar ik vind de filmwereld niet zo sympathiek, geloof ik. Ik voel me in de muziek meer op mijn gemak. Ik noem Tár niet omdat ik het zo’n goede film vind. Er is namelijk van alles mis met het verhaal. De regisseur heeft duidelijk goed gekeken naar de levensloop van Brico en andere vrouwen die het wilden gaan maken in de klassieke muziek. Maar in plaats van een film te maken over al het onrecht dat hen is aangedaan, vertelt hij een misbruikverhaal over een fictieve vrouwelijke dirigent. Een gemiste kans, dacht ik.
Maar goed, Cate Blanchett speelt weergaloos goed. Voor mensen die de geschiedenis van Antonia Brico niet kennen, is het vast ook wel een mooie film, maar ik raad iedereen aan zich goed in haar leven te verdiepen. Dan zie je pas echt hoe verdorven het wereldje van de klassieke muziek was en misschien nog steeds wel is.’
‘Ik volg film niet meer zo goed als in de jaren zeventig. Toen sloeg ik geen première over. Alle films met Robert Redford zijn me lief, maar ik heb een zwak voor All the President’s Men, waarin hij en Dustin Hoffman de journalisten spelen die voor The Washington Post het Watergateschandaal boven tafel brengen.
Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik die film minstens één keer per jaar terugkijk. Dan bel ik Carl en zeg ik: jongen, ik ben nog altijd zo blij met wat jullie toen hebben gedaan. Jullie hebben Amerika gered. Carl? O, sorry, ik heb het over Carl Bernstein ja, dat is een goede vriend van me. Hij was een van die twee journalisten en wordt in de film gespeeld door Hoffman. Redford speelt de ander, Bob Woodward.
Er is niet zo lang geleden ook een mooie film gemaakt over hun hoofdredacteur Ben Bradlee: The Newspaperman (2017, red.). Ik ben eht dol op al die verhalen uit de oude doos over Washington, corruptie en politiek.’
‘Als ik zelf niet aan het schrijven ben in het vliegtuig, dan lees ik. Zo heb ik onlangs een boek van een andere goede vriend van mij, Gay Talese, verslonden. De titel verwijst naar een kort verhaal van Herman Melville, maar het boek is te lezen als een memoir, waarin Talese terugblikt op fameuze verhalen als Frank Sinatra Has a Cold. Ik woon vlak bij de Taleses in de buurt, en kreeg van Gay een proefdruk van zijn nieuwe boek. Ik heb er even doorheen gebladerd en bewaar het voor de terugreis. Maar de eerste indruk is weer goed. En het was ook een mooi feest bij de uitgever, toen het boek werd gepresenteerd. Echt weer ouderwets, zoals we die de afgelopen jaren weinig hebben meegemaakt. Op zulke momenten vind ik het jammer dat ik niet meer drink. Nee, geen druppel alcohol meer, al 45 jaar niet.’
‘Het zal je niet verbazen dat New York mijn lievelingsstad is. Ik woon er sinds 1963, sinds 1970 aan de Upper West Side. In 1978 trouwde ik met Louis Nelson, we zijn toen verhuisd naar een woning iets noordelijker, en daar wonen we nog altijd. Het is een buurt van welgestelde pensionado’s en kunstenaars. Niet dat die op latere leeftijd daarnaartoe zijn verhuisd, ze wonen er al vele decennia en zijn gewoon oud geworden. Net als wij. We voelen ons nog altijd thuis in deze buurt. Mijn man is industrieel ontwerper en krijgt nog altijd opdrachten. Ik ben veel op reis, dus we zitten niet op elkaars lip.’
‘Ik kan talloze New Yorkse eethuizen opnoemen die goed zijn, maar dat vind ik een beetje decadent. Liever noem ik een restaurant dat voor Nederlanders meer voor de hand ligt. Uit eten gaan is voor mij een van de leukste dingen aan het op tournee zijn. Ik kan het me veroorloven om ergens een of meerdere dagen te blijven en dat doe ik dan ook. We kwamen gisteren aan in Utrecht en hadden alle tijd om uit eten te gaan. Zoals altijd vertrouwde ik op mijn tourmanager, die kwam met Orloff aan, en dat beviel prima. Wij eten eigenlijk het liefst vegetarisch, maar gisteren heb ik me bezondigd aan parelhoen. Die was uit de kunst. Ik zou zo weer teruggaan, al was het maar vanwege de frites van zoete aardappelen, die heb ik nog nooit zo lekker gegeten.’
‘Wist je dat we het er jaren geleden eens over hadden om samen een plaat te maken: Joni Mitchell, Joan Baez en ik. De drie J’s, ja. Het is er nooit van gekomen, maar als ik aan de jaren zestig en zeventig terugdenk, kom ik altijd weer bij Joni en Joan uit. Zulke bijzondere, sterke vrouwen. Een voorrecht om ze te kennen, dat vind ik echt. Iedereen zegt altijd dat Dylan en The Beatles de popwereld hebben veranderd, ik wil daar graag Joni en Joan aan toevoegen. Zonde dat ik nooit een plaat met ze heb gemaakt.’
1 mei 1939 Geboren in Seattle.
1949 Verhuist naar Denver. Verblijft in 1950 twee maanden in het ziekenhuis vanwege polio.
1961 Gaat naar New York en brengt eerste album uit met folkcovers: A Maid of Constant Sorrow.
1967 Zesde album Wildflowers met haar tot dan toe grootste hit, Both Sides Now, geschreven door Joni Mitchell maar door Collins het eerst op plaat gezet.
1974 Maakt samen met regisseur Jill Godmilow de documentaire Antonia: A Portrait of the Woman.
1975 Wint tweede Grammy voor Send In The Clowns, geschreven door Stephen Sondheim.
2017 Haar album Silver Skies Blue, dat ze maakte met Ari Hest, wordt genomineerd voor een Grammy in de categorie folk. Haar eerste nominatie sinds 1975, waarmee ze het record breekt van de artiest met de grootste tijdspanne tussen twee nominaties.
2022 Brengt haar 36ste studioalbum Spellbound uit.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden