Home

Kinderen over hun telefoon: ‘Je kan er niet mee stoppen, het is gewoon een levensding’

Het Ierse stadje Greystones trok in mei 2023 wereldwijd de aandacht. Ouders en acht basisscholen besloten kinderen geen toegang meer te geven tot een smartphone vóór ze naar de middelbare school gingen. Dit om hen te beschermen tegen beelden en informatie waar ze nog niet aan toe zijn. En tegen online pesten, en gebrek aan lichaamsbeweging. Een moeder klaagde in The -Guardian dat haar dertienjarige dochter was veranderd in een robot, verdiept in TikTok.

Ook in Nederland is de smartphone al ruim vóór de brugklas niet meer weg te denken uit het kinderleven. Driekwart van de Nederlandse kinderen tussen zeven en twaalf jaar gebruikt een smartphone, volgens de Monitor Mediagebruik uit 2021. Onder zeven- tot achtjarigen is dat ongeveer 59 procent, onder elf- tot twaalfjarigen al 90 procent.

Pogingen het telefoongebruik van kinderen te beperken blijven tot nu toe beperkt tot het onderwijs. Per 1 januari dit jaar is de telefoon op middelbare scholen niet meer toegestaan in de klas. Met ingang van komend schooljaar geldt op basisscholen en in het speciaal onderwijs hetzelfde. Het betreft geen wettelijk verbod zoals bijvoorbeeld in Frankrijk, waar telefoongebruik ook in de pauzes niet mag. Nederlandse scholen moeten er afspraken over maken met leraren, leerlingen en ouders.

Is de smartphone schadelijk voor kinderen? Een aantal psychologen is overtuigd van een verband tussen de komst van de smartphone en de toename van angst en depressie bij jongeren die zich, vooral bij meisjes, in veel landen voordoet sinds 2012, 2013. Critici zien daarvoor vele andere mogelijke oorzaken, zoals klimaatangst, seksueel geweld, racisme, homofobie. Maar bij autoriteiten nemen de zorgen toe. In de VS publiceerde de hoogste ambtenaar voor de volksgezondheid vorig jaar een waarschuwing van negentien pagina’s over de risico’s van sociale media voor kinderen en jongeren.

Hoe doet de smartphone zijn intrede in het kinderleven? Wat doen kinderen er wel en niet mee, hoe belangrijk vinden ze hem? NRC vroeg het aan de kinderen zelf, leerlingen van negen tot elf jaar van Kindercampus Molenpark in Utrecht en de Pro Rege School Hemsterhuis in Amsterdam.

Bij de één lijkt de telefoon nog vooral speelgoed, voor muziek, spelletjes en grappige filmpjes. Bij de ander is hij al deel van het sociale leven, al zegt één meisje na de opsomming van haar appgroepen dat ze eigenlijk nooit appt. De kinderen lijken zich ervan bewust dat het niet goed is als ze te lang op hun telefoon zitten, of in elk geval: dat hun ouders dat vinden. Sommigen merken het ook weleens aan zichzelf, bijvoorbeeld doordat ze hoofdpijn krijgen.

Door de verhalen heen zie je bezorgde ouders. Ze limiteren de schermtijd tot een uurtje voor het eten, proberen de code voor het downloaden van games en apps geheim te houden, kunnen soms zien wat hun kind online heeft gedaan. Voor TikTok, krijgen sommige kinderen te horen, ben jij nog veel te jong.

‘Ik heb een telefoon sinds vorig jaar februari, een Samsung. Ik kreeg hem voor mijn verjaardag, maar moest hem zelf betalen van mijn verjaardagsgeld. Volgens mij was hij iets van 170 of 120 euro. In groep 7 was ik eigenlijk wel de laatste die een telefoon kreeg. Er is een groepsapp van groep 8, daarom wilde ik ook graag een telefoon. Het is voor mij vooral handig. Mijn ouders komen me nooit ophalen, dus dan kan ik bellen als ik bij vrienden ga spelen of als er iets is. Mijn familie woont in Brabant, dan kan ik daar ook makkelijk mee communiceren.

„Op school moet je hem in je tas laten of bij de juf inleveren. Ik laat hem meestal in mijn tas. Ik gebruik hem op school alleen als we een gamedag hebben op de laatste dag voor de vakantie.

„Netflix kijk ik veel en YouTube en ik speel veel spelletjes. Draw it vind ik heel leuk. Dan krijg je twee keuzes en moet je er één tekenen en dan moet de computer het raden. Snapchat mag ik pas als ik op de middelbare school zit. Ik mag ook geen TikTok van mijn ouders. Ze vinden dat ik nog veel te jong ben daarvoor. Ze zeggen ook dat China allemaal gegevens van mensen gebruikte.

„Op YouTube kijk ik dansfilmpjes en ook veel lange video’s, van tien minuten. Ik vind het leuk als mensen grappige dingen bij andere mensen doen, zoals ijs over iemand heen gooien. Soms zie ik iets leuks voor mijn haar voorbijkomen, bijvoorbeeld een soort vlecht of een nieuwe manier om je haar in een staart te doen.

„Meestal zie ik op YouTube alleen dingen die ik leuk vind en anders scroll ik door. Soms zie ik mensen heel veel voedsel verspillen, dat ze een hele grote kom met eten maken dat ze niet opeten. Mijn ouders kunnen zien wat er gebeurt op mijn telefoon. Als ik iets wil downloaden moeten zij een code invoeren. Alleen weet ik de code nu zodat ik zelf spelletjes kan downloaden. Mijn ouders vinden het niet leuk als ik spelletjes met veel bloed doe, maar dat vind ik zelf ook helemaal niet leuk. Ik zit soms veel op mijn telefoon maar doe ook andere dingen. Ik laat de hond uit en speel spelletjes met mijn ouders. Ik denk dat ik iets minder ben gaan lezen. Ik lees wel de Donald Duck op mijn telefoon. In de groepsapp is af en toe een ruzietje maar het is bijna altijd gezellig. Een keer stuurde iemand foto’s over wat zij aan het doen was. Iemand zei: het boeit echt niemand wat jij stuurt. En toen zei zij: ik wil dat sturen dus laat mij. Zij heeft de groep verlaten. Ze zit er nu wel weer in.”

‘Ik heb een iPhone 8, ik had eerst een iPhone 7. Kijk, ik heb een tik-achtergrond: als ik tik komen er nieuwe foto’s. Ik heb veel foto’s van mijn broer en van natuur en van dieren, de hond van mijn opa en oma bijvoorbeeld. Ik heb thuis een hamster en een schildpad en vissen. Ik kijk TikTok-filmpjes op mijn telefoon, maar niet heel veel. Nu bijvoorbeeld over een man die honden gaat helpen die het slecht hebben.

„Ik was denk ik acht toen ik mijn iPhone 7 kreeg. We hadden hem over want hij werkte niet meer zo goed. Mijn vader heeft hem laten maken. Ik mag een half uur per dag, een uurtje is niet supererg. Ik app vaak met vriendinnen. Ik neem hem alleen mee naar school als mijn ouders me niet ophalen. Als ik iets wil vragen of wil afspreken na school, kan ik ze bellen. Op school mag je er niet op. We hebben een bak en daar doe je in de ochtend je telefoon in en als je naar huis gaat, mag je hem weer meenemen. Vind ik goed, anders ga je meer focussen op je telefoon.

„Ik mag geen rare dingen appen. Ruzies, schelden, over mensen roddelen, dat willen mijn ouders niet dat ik doe. Ik mag ook geen nare filmpjes kijken, of enge filmpjes, of vieze filmpjes. Volgens mij kunnen mijn ouders kijken wat ik kijk, dus ik kan het ook niet stiekem doen. Bij een vies of raar filmpje moet ik doorscrollen. Dat heb ik één keer gehad: een jongen ging vuurwerk op mensen gooien. Dan denk ik: waarom zet je dat hier op, dat is helemaal niet leuk. Hoe vaker je grappige filmpjes kijkt, hoe minder vaak er vieze of nare filmpjes komen. Dat is wel fijn, dan krijg ik nooit meer nare filmpjes te zien.

„Als ik iets op TikTok wil plaatsen, moet ik het eerst aan mijn ouders laten zien. Dat vind ik wel goed, want het kan zijn dat ik iets raars doe zonder dat ik het weet. Ik plaats alleen maar grappige filmpjes, zoals dansjes en dingen die je doet met dieren. Als je niet heel beroemd bent, zien mensen het alleen als ze jouw naam opzoeken. Ik heb nog nooit haat gehad, alleen maar leuke reacties.

„In het weekend ben ik soms aan het appen en vergeet ik hoelang ik erop zit. Maar het is niet heel lang want ik speel ook met mijn hamster en met mijn broer. Mijn broer is veertien, hij heeft Down-syndroom. Hij heeft geen telefoon maar zit soms wel op de mijne. Misschien ken je Siri, daar kan je tegen praten, dat vindt hij leuk. Ik zit op basketbal en ben hulptrainer bij mijn broers gehandicaptenbasketbal. Ik ga ook op voetbal.

„Ik heb nooit dat ik mijn telefoon mis. Ik heb hem zelfs een keer bij opa en oma laten liggen. Dat is in Friesland, twee uur rijden. Een week later hebben ze hem meegenomen voor mij. Het boeide me niet heel erg dat ik hem een week niet had.”

‘Ik heb al twee jaar een telefoon. Dat was toen mijn broer een nieuwe kreeg. Ik wilde heel graag een telefoon, lekker met vrienden appen. En spelletjes spelen en TikTok kijken. Sommige kinderen hadden al eerder een telefoon dan ik. De telefoon die ik toen kreeg was een iPhone 11, drie maanden geleden kreeg ik een nieuwe telefoon: de iPhone 12 Pro.

„Ik zit er zeker wel vier uurtjes per dag op, dat is wel echt lang. Vooral in de middag na school. En soms in de ochtend, als ik door het werk van mijn moeder vroeger op school ben en een half uur moet wachten tot de les begint. Verder gebruik ik hem niet op school.

„Mijn ouders hebben geen regels gesteld, ze zeggen alleen dat ik geen rare dingen mag kijken, dus geen dingen die mijn moeder niet goed vindt. Als ik een filmpje zie dat niet voor mijn leeftijd is, swipe ik dat gelijk weg. Maar dat is nog maar één of twee keer gebeurd.

„Ik lig vaak bij mijn moeder in bed, dan kijkt ze mee, gezellig samen video’s kijken. Filmpjes die ik kijk zijn vooral grappig, mensen die onhandig doen en vallen, maar ook veel filmpjes met dieren. Vooral van katten, die zijn vaak heel leuk. We hebben zelf ook een kat, die heet Nora. Wat ik niet leuk vind zijn vieze filmpjes, met blote meisjes. Als ik die ooit zie, swipe ik ze meteen weg, die wil ik echt niet zien. Maar ik heb een account voor mijn leeftijd, dus dat gaat goed.

„De apps die ik heb zijn TikTok, SnapChat, Roblox, YouTube, Disney+ en Netflix. In Roblox zitten verschillende spelletjes, zoals Stumble Guys, dat is racen. Maar het allerleukst vind ik toch appen met vrienden. Dat doen we via SnapChat. WhatsApp gebruik ik alleen om mee te bellen.

„Pesten heb ik niet gezien, maar er is in de appgroep van de klas weleens iets, als twee kinderen ruzie hebben bijvoorbeeld. Maar onze klas kan het snel oplossen. Dan zeggen een paar kinderen dat die ene sorry moet zeggen en dat ze het weer goed moeten maken, en de volgende dag even een knuffel. De hele klas zegt dan: jullie moeten niet zo raar doen, geen ruziemaken, dat is niet leuk.

„Als ik te lang op mijn telefoon zit, merk ik wel dat ik moe word. Vooral mijn ogen, en dan val ik soms in slaap. Als ik dat merk, doe ik hem gelijk uit. Maar dat ik er uren achter elkaar op zit, is maar iets van één keer in de week. Ik ben ook druk met school en huiswerk. Dan zet ik mijn telefoon op werkstand, dan word ik niet gestoord. En ik doe ook andere dingen hoor. Ik hou van tekenen en buitenspelen, met vrienden afspreken, dan gaan we voetballen of volleyballen, op een pleintje in de buurt. Daar is geen volleybalnet, maar dan doen we net alsof dat er wel is. En ik lees ook boeken, maar alleen in bed.

„De telefoon is wel verslavend. Of ik nog zonder mijn telefoon kan? Sorry, maar echt niet. Je kan er niet mee stoppen, het is gewoon een levensding.”

‘Dit is mijn eerste telefoon, hij was van mijn vader. Volgens mij is het een iPhone 10 maar dat weet ik niet zeker. Kijk, hij is aan de achterkant een beetje kapot. Toen ik hem kreeg, was ik negen volgens mij. Ik was best blij, al mijn vriendinnen hadden een telefoon. Ik wil niet achterlopen.

„Ik zit niet zo heel veel op mijn telefoon. Niet elke dag. Ik heb ook gewoon vriendinnen, een ander leven. Ik speel veel buiten en zit op waterpolo en pianoles. Het is meer dat ik mijn ouders berichtjes kan sturen waar ik ben en wat ik doe. Het is ook leuk als je alleen thuis bent en je verveelt je, dan kun je vriendinnen appen of je zet een muziekje aan. Ik maak ook vaak rare video’s met vriendinnen. Van mijn ouders mag ik niet iets op TikTok zetten. Van mijn broer van zeventien ook niet. Hij vindt TikTok verslavend. Ik snap het wel. Ik ken een meisje dat de hele tijd op TikTok zit. Is ze op zaterdag om acht uur wakker, komt ze om één uur uit bed en al die tijd heeft ze op TikTok gezeten. Dat vind ik verslaafd, als je zo lang erop zit.

„Mijn oudste broer is 22. Zijn vriendin zet weleens iets van mij op TikTok. Zoals toen mijn haar helemaal in de war was omdat er veel te veel chloor in het zwembad zat. Je zag op het filmpje mijn gezicht niet echt, alleen mijn haar. Als je mijn gezicht had kunnen zien had het van mij ook op TikTok gemogen. Ik ken haar goed en ik weet dat zij nooit iets zou doen waardoor er iets met mij zou kunnen gebeuren.

Shorts vind ik leuk, grappige korte filmpjes op YouTube. Ik kijk ook weleens naar Thomas en Rutger, en Dylan Haegens en Bibi. Zij doen grappige dingen zoals challenges. Ik mag nog geen spelletjes downloaden. Ik zit wel op Safari en daar speel ik Monkey Mart. Dan ben je een aap en moet je bananen naar de bananenkraam brengen en geld ophalen, of mais naar de maiskraam en popcorn maken. Ik ben al heel ver. Als ik dat doe heb ik soms dat ik mijn telefoon moeilijk weg kan leggen.

Er was een keer iemand die wou vrienden worden met mij op Monkey Mart maar hij stuurde me hele rare dingen. Ik weet niet meer wat, maar wel dat ik het niet fijn vond. Toen heb ik hem gewoon geblokkeerd.”

‘Ik heb mijn telefoon nog maar kort, ongeveer twee maanden. Hij was van mijn moeder. Zij vond het belangrijk dat ik bereikbaar ben, en dat ik mijn ouders altijd kan bereiken als ik ergens heen ga. Het was niet zo dat ik heel graag een telefoon wilde, maar toen ik hem kreeg, was ik toch wel een soort van blij. Ik kan nu filmpjes kijken en spelletjes spelen. Maar ik leg hem eigenlijk heel vaak weg. Ik mag er telkens maar dertig minuten op, niet langer, bijvoorbeeld in de middag, na school. Dat hebben mijn ouders zo ingesteld. Dus wat ik ook aan het doen ben, na een half uurtje schakelt de telefoon zichzelf uit. En dan moet ik dus weer wat anders gaan doen. Ik vind dat niet erg. Het is niet goed om veel te lang op een telefoon te zitten.

„Ik kijk alleen filmpjes op YouTube en Netflix, maar ik mag geen filmpjes kijken voor boven de tien jaar. Soms lijken die me best leuk, maar bij filmpjes zie je meteen voor welke leeftijd het is en als dat boven de tien is, swipe ik dat meteen weg. Ik wil dat zelf ook niet kijken. Het enige wat ik jammer vind, is dat ik graag naar de serie Anime zou kijken, net als naar Goku [een personage in de serie Dragon Ball]. Maar die zijn allebei voor tien plus. Van Goku heb ik dan maar een mooi plaatje op mijn telefoon gezet.

„Mijn ouders kijken niet de hele tijd mee wat ik doe, maar soms wel wat ik speel. Ze hebben een familie-app met toezicht en kunnen mijn telefoon uitschakelen. Dat is soms wel jammer. Het allerleukst om te kijken vind ik filmpjes over voetbal, met muziekjes erbij en dat ze scoren. Daar kun je lekker doorheen swipen. Ik zit niet in groepsapps, ik app alleen met mijn moeder, vader en zus, zij is twaalf. Ik ben niet zo met mijn telefoon bezig. Ik hou ook van gewone spelletjes, zoals kaarten, en vooral 30 Seconds. Dan speel je met twee teams en moet je steeds raden wat ze bedoelen. Dat doen we thuis vaak. Maar ik hou ook van boeken lezen, Het leven van een loser vind ik heel leuk. En natuurlijk speel ik ook buiten, dan ga ik voetballen met mijn vriend Timo. Er is in de buurt een kooi en naast ons huis een speeltuin. En ik zit op atletiek en voetbal. Maar ik zou niet helemaal zonder telefoon kunnen, omdat je dan niet bereikbaar kunt zijn voor je moeder.

„Ik vind het goed dat telefoons op school verboden worden. Als je allemaal op je telefoon zit, heb je geen contact met elkaar. Dan ga je niet meer praten, niet meer spelen. Ik vind dat niet kunnen.”

‘Dit is mijn telefoon, een Apple 10. Ik heb hem voor mijn verjaardag gekregen toen ik negen was. Ik wilde al heel lang een telefoon. Eerst kon ik er alleen muziekjes op luisteren, nu zit er echt een simkaart in. Mijn zus van negen heeft ook een telefoon maar nog geen simkaart.

„In een normale week zit ik denk ik anderhalf tot tweeënhalf uur per dag op mijn telefoon. Als we vakantie hebben zit ik er meer op. En ook als ik na school alleen thuis ben. Ik vind het fijn dat ik met vriendjes kan bellen als ik alleen ben. Verder kijk ik vooral filmpjes op YouTube.

„Heel soms zie ik dingen die ik niet zo leuk vind. Bloed vind ik nooit zo fijn. Met wapens en zo. Dat swipe ik weg. Soms droom ik er naar over. Als het echt erg is, zeg ik het tegen mijn ouders. Als het wel meevalt niet. Sommige dingen vergeet ik ook snel.

„Ik zit op voetbal, en ik ga weleens boulderen. Vroeger speelde ik veel meer buiten. Ik ga nu soms met mijn vrienden naar een voetbalveld. Fietsen vind ik ook leuk. Ik ben een keer van mijn oma in Brabant naar België gefietst.

„Ik gebruik mijn telefoon best wel veel. Misschien iets te veel. Ik krijg een beetje hoofdpijn soms. Dan voel ik dat het klaar is en dan stop ik ook. Mijn moeder dreigt weleens dat ze minder schermtijd erop gaat zetten. Ik heb altijd een uur schermtijd, maar ik weet de code van de schermtijd. Dus ik kan gewoon verlengen.

„Ik probeer steeds minder op mijn telefoon te zitten en dat lukt mij ook wel, dus ik denk niet dat ik verslaafd ben. Ik zou het een beetje erg vinden als ik hem niet meer had, maar niet dat ik ga huilen of zo. Zonder telefoon overleef ik het ook wel.

„We hebben een WhatsApp-groep met groep acht. Ik ben de groepsbeheerder met iemand anders. Wij mogen mensen erin zetten. We mogen niet mensen eruit zetten maar als ze eruit willen, zetten we ze eruit. Er is weleens een beetje ruzie in de app. Het is niet mijn taak om dan iets te doen. We zeggen het ook niet tegen de juf.”

‘Ik heb een iPhone 12, de oude van mijn moeder. Ik heb hem na de zomervakantie gekregen. Hij is best groot en hij werkt veel beter dan mijn eerste telefoon. Die viel steeds uit tijdens het bellen. Ik kreeg die toen ik negen was. Hij was van mijn vader geweest. Subway Surfers was toen het enige spelletje dat ik had.

„Ik gebruik mijn telefoon voor bellen, spelletjes en appen met vriendinnen die weg zijn op vakantie. Soms zit ik op YouTube. Ik neem hem niet altijd mee naar school, alleen op de dag dat ik naar de bso ga. Als we naar huis gaan en er gebeurt iets met mijn tweelingbroer of mij, dan kunnen we mijn ouders bellen.

„Ik heb een groepsapp van dans, van voetbal, van vriendinnen op school, een zomervriendinnengroepje en nog een familie-groepsapp. Maar ik app eigenlijk nooit. Er zijn een paar ruzies geweest in appgroepen. Ik zeg dan tegen meiden: meiden, waarom? Je hoeft dat niet per se in een appgroep te doen. Meestal gaat het echt om niks. Dan heeft iemand per ongeluk iets geappt wat anders bedoeld was.

„Sociale media mag ik nog niet. Mijn zus van twaalf had vroeger TikTok en gebruikte het heel veel. Toen hadden mijn ouders een artikel gelezen over een man die werkte voor TikTok maar eigenlijk voor spionage, zoiets. Het was ook op het Jeugdjournaal. Ik mag geen TikTok en ik wil het ook niet, anders kijk ik alleen maar filmpjes.

„Soms maak ik filmpjes met mijn vriendinnen van grappige dansjes die we doen. Die zet één vriendin dan op haar eigen account, dat kunnen alleen een paar mensen zien, bijvoorbeeld mijn vriendin en haar moeder.

„Op YouTube vind ik vooral filmpjes van mensen die dansjes doen heel leuk. Soms zitten er zielige filmpjes bij. Ik zag een keer een kittentje dat heel mager was. Mijn zus had een keer een jongetje gezien dat zijn ouders kwijt was in de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, vier of drie jaar was hij volgens mij. Toen moest ze wel huilen. Zielige filmpjes scroll ik meestal door. Ik blijf er niet echt aan denken.

„Na het eten mag ik niet meer op mijn telefoon. Behalve na voetbaltraining want dan heb ik er nog niet op gezeten. Wat ik wel vervelend vind: soms zet ik mijn telefoon uit maar dan is hij blijkbaar niet uit en dan staat op schermtijd dat ik er drie of vier uur op heb gezeten. Dat klopt dan helemaal niet.

„Mijn telefoon is niet echt belangrijk voor me. Ik hou heel erg van dieren. Vroeger speelde ik vaak buiten, nu zit ik meer binnen. Dat komt niet door mijn telefoon. Het is best wel koud en ik ben steeds meer met sport bezig.”

‘Ik heb een telefoon voor mijn verjaardag gekregen toen ik tien werd. Al mijn vriendinnen hadden er eentje en ze hadden zulke leuke appgroepjes. Dus ik dacht: ik wil ook een telefoon, want dan kan ik daar ook bij horen. Ik zou er liever niet als laatste een krijgen. Dan zou iedereen zeggen: ‘Jij hebt nog geen telefoon’. Ik heb een Apple 4 tot 6, ik weet niet precies wat. Het is een tweedehandsje van een winkeltje

„Thuis mogen we vanaf vijf uur op een scherm. Mijn zusjes van acht en vijf mogen dan op de iPad. Ik doe een spelletje op mijn telefoon of ik zit te lezen op mijn Donald Duck-app. Ik vind het weleens moeilijk om te stoppen. Als ik een stripje aan het lezen ben en mijn vader zegt ‘eten’, dan word ik een beetje humeurig omdat ik dat stripje per se uit wil hebben.

„Soms kijk ik filmpjes, meestal op YouTube. Bijvoorbeeld dat je na kan doen wat ze tekenen. Of over hoe je dieren goed kunt behandelen als een diertje ziek is. Ik hou heel erg van dieren. Ik heb twee katten, Peper en Saffraan. Mijn zusje heeft een wandelende tak met vijf baby’tjes.

„TikTok-filmpjes kijk ik soms op YouTube, niet heel vaak. Mijn vader vindt TikTok helemaal geen leuke app. Hij zegt dat er veel reclame in zit, zelf hou ik niet zo van reclame. En de filmpjes die rondgaan zijn niet heel belangrijk. Soms zie ik discriminatie op filmpjes, zo van: ‘waarom ben je zo bruin’. Dan zet ik mijn telefoon uit en word ik een beetje boos in mezelf.

„Een keer had een vreemde vrouw opeens mijn nummer. Ze had een berichtje gestuurd en zei in het Engels iets raars. Ik ging snel naar mijn vader en zei: ‘Kun je haar verwijderen?’ Soms vind ik dat wel eng, misschien kan diegene weten waar ik woon. Of is het iemand die ik wel ken maar die ik niet leuk vind.

„Sinds ik een telefoon heb, ben ik meer gaan sporten. Ik dacht: ik zit nu best wel vaak op mijn telefoon, dan kan ik beter ook weer iets goeds gaan doen. Ik heb vier sporten: kickboksen, breakdance, voetbal en hardlopen. Ik wil ook nog op skateboarden en freerunnen.

„Ik heb mijn telefoon best vaak mee naar school. Dat is vooral voor na school. Een keer hadden wij met ijzervissen een fiets opgevist en oudere jongens wilden die afpakken. Ik had die fiets vast, waardoor ik viel. Toen ze weggingen heb ik snel mijn vader gebeld en die is gekomen. Gelukkig had ik die dag mijn telefoon bij me. De dag daarvoor niet. Ik dacht: dan was er niemand geweest die ons kon helpen. Daarom neem ik hem nu best wel vaak mee.”

‘Ik heb mijn telefoon twee jaar. Het was een cadeautje toen ik mijn Cito’s had gehad. Ik had een heleboel eentjes gehaald, dus dat is heel erg goed. Ik was er wel heel blij mee. Ik zit in een groepsapp met mijn klas, met mijn gezin, met de kinderen van Arabische les, en met de kinderen van de buurt.

„Ik zit per dag best veel tijd op mijn telefoon. Drie uur, zoiets. Mijn ouders zeggen soms wel dat ik er effetjes af moet en iets anders moet doen. Ik krijg ook pauzemeldingen op mijn telefoon. Dat hebben mijn ouders ingesteld. Daar hou ik me echt aan. Als ik die meldingen niet zou krijgen, zou ik vijf uur per dag op mijn telefoon zitten. Ik word er niet moe van, soms krijg ik alleen een lichte hoofdpijn.

„Vroeger vond ik tekenen leuk. Daar ben ik echt mee gestopt door mijn telefoon. Als ik mijn zusje van negen zie tekenen ga ik meedoen, maar als ik niemand zie tekenen krijg ik niet het gevoel dat ik het wil doen. Mijn telefoon geeft me hetzelfde gevoel als ik vroeger kreeg van tekenen. Ik teken ook op mijn telefoon, maar dat is anders. Op papier schets ik vaak, op mijn telefoon maak ik echt tekeningen. Met een app.

„Ik heb veel contact met vriendinnen via WhatsApp. Er is ook best vaak ruzie. Dat slaat echt helemaal nergens op. Soms word ik random in een ruzie meegesleept waar ik niets mee te maken wil hebben. Dat gaat dan over roddelen, dat er iets is gezegd tegen iemand. Ik roddel niet mee, maar ik ben wel bij het roddelen. Soms denk ik: kan je gewoon niet je mond houden. Of het recht in iemands gezicht zeggen. Maar ik ga eerlijk zijn: ik zeg er nooit echt iets over. Ik vind dat ik er niets mee te maken heb, dus ik ga me er ook niet mee bemoeien.

„Ik gebruik mijn telefoon ook om spelletjes te spelen en film te kijken. Dat moet wel voor onder de twaalf jaar zijn. Film kijken mijn ouders meestal met mij mee, dus dan zien ze wel of het goed is. Ik mag geen TikTok of Snapchat of Instagram. Een van mijn zussen heeft TikTok en zij zegt dat het misschien een beetje gevaarlijk kan zijn. Dat ik filmpjes ga zien waar ik rare gedachtes van krijg. Mijn zus is 20 en mijn andere zus is 22.

„Op YouTube zie ik heel soms dingen die niet voor mijn leeftijd zijn. Oudere mensen die tegen jongere kinderen gaan praten en hele rare dingen zeggen. Dan ga ik doorscrollen. Soms blijft het in mijn hoofd, daar praat ik dan over met mijn zus. Meestal word ik vrolijk van filmpjes die ik zie. Eigenlijk bijna altijd.

„Op YouTube zie ik heel soms dingen die niet voor mijn leeftijd zijn. Oudere mensen die tegen jongere kinderen gaan praten en hele rare dingen zeggen. Dan ga ik doorscrollen. Soms blijft het in mijn hoofd, daar praat ik dan over met mijn zus. Meestal word ik vrolijk van filmpjes die ik zie. Eigenlijk bijna altijd.

„Ik ben best wel een beetje verslaafd aan mijn telefoon. Leven zonder telefoon lijkt me lastig. Ik mis mijn telefoon als ik aan het logeren ben bij mijn vriendinnen of mijn nichten. Het is een regel dat ik dan geen telefoon mee mag nemen. Mijn moeder is bang dat hij gestolen wordt of kapot valt. Dan zit je een hele dag zonder telefoon, dat is wel moeilijk. Omdat mijn telefoon eigenlijk het enige is wat mij echt entertaint. Mijn vriendinnen houden van knutselen en ik kan dat echt niet. Als ik iets niet kan, vind ik het ook minder leuk. En ik ben best goed in doorscrollen. Dus dan vind ik dat veel leuker om te doen.”

‘Ik heb mijn telefoon bijna een jaar. Het was een cadeau van mijn vader. Ik had hem voor mijn verjaardag gevraagd. Ik werd tien. Een eigen telefoon is leuk omdat je met je vrienden kan praten. Als ik ergens heen zou gaan om met mijn vrienden te spelen na school, dan zou ik mijn vader kunnen appen als ik naar huis ga.

„Ik heb Snapchat en WhatsApp. Ik heb geen TikTok, dat wil ik ook niet, lijkt me saai. Ik heb mijn telefoon versierd met een panda-portemonneetje. Daar doe ik niet echt iets in.

„Ik heb hem bijna nooit bij me. Meestal ligt hij in mijn kamer. Ik mag maar een halfuurtje per dag erop, dat doe ik het liefst na het eten. In de weekends drie kwartier ongeveer. Mijn ouders kunnen zien wat ik op mijn telefoon doe. Ze hebben een code.

„Eerst moet ik altijd een kwartier leerapps doen, Junior Einstein of Squla. En dan mag ik op YouTube of praten met familieleden. Meestal lach ik heel hard om de filmpjes op YouTube. Maar ik kijk die liever op de tv dan op mijn telefoon.

„Op YouTube kijk ik ook knutselvideo’s om te zien wat ik wil knutselen of schilderen. De laatste was: dingen die je kan maken met waterverf. Ik laat het wel even zien. O, ik heb geen verbinding. Meestal schilder ik natuur, bergen.

„Kijk, op deze foto waren mijn broertje en ik samen aan het knutselen. Mijn broertje is vijf, bijna zes. Hij zit in groep 2. Ik heb nog twee broertjes. Eentje is vijftien, hij is al naar de middelbare. Hij heeft ook een telefoon maar die had hij pas gekregen toen hij elf was. Ik had hem wat eerder gekregen. Maar mijn broer had een iPad en ik niet.

Ik speel elke dag een uurtje buiten. Alleen of met mijn broertje. Achter mijn huis is een voetbalkooitje, daar kun je skeeleren.

„Ik ben niet verslaafd aan mijn telefoon. Het lijkt me supersaai om de hele dag op mijn telefoon te zitten. Ik mis hem soms wel. Als ik ergens ga logeren neem ik mijn telefoon meestal niet mee. Er zijn daar mensen, dan kan ik lekker spelen met hen, ik heb hem niet nodig. Maar wanneer we niks te doen hebben of een muziekje op willen zetten, dan heb ik hem niet en kan ik niks doen.”

Source: NRC

Previous

Next