Home

Hezbollah voelt er weinig voor zich op te offeren voor Hamas

Met de liquidatie van een Hamas-leider in Beiroet is de regionale spanning rond de Gaza-oorlog verder opgelopen. Toch hoeft de harde taal van de betrokken partijen niet noodzakerlijkwijs te leiden tot uitbreiding van de oorlog.

De geschiedenis herhaalt zich nooit op exact dezelfde wijze. Maar soms zijn de gelijkenissen groot. Neem de drone-aanval van afgelopen dinsdag, waarbij Israël een hoge Hamas-leider doodde in zuidelijk Beiroet. Die aanval kwam haast op de dag af vier jaar na een vergelijkbare drone-aanval in de hoofdstad van Irak. Het doelwit was destijds de Iraanse topgeneraal Qassem Soleimani, architect van Irans buitenlandagenda. Toen zat de Amerikaanse president Trump achter de executie, ditmaal was dat Israël (ook al wil het dat niet openlijk toegeven).

Twee drone-aanvallen, twee doden van naam. En: twee keer hield de wereld de adem in, uit angst voor een kettingreactie en de uitbraak van een bloedige, regionale oorlog. Tot zo’n uitbarsting kwam het niet in 2020, en ook nu kan die nog voorkomen worden. Maar de temperatuur loopt snel op.

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).

Op Eerste Kerstdag doodde Israël de hoogste Iraanse militair in Syrië, Razi Mousavi. Op Oudejaarsdag kwam daar een Amerikaanse aanval bij op Houthi-schepen voor de kust van Jemen (tien doden), bedoeld om een aanval op een vrachtschip te verijdelen. Dinsdag: de moord op Al-Arouri in Beiroet. Woensdag: een dubbele zelfmoordaanslag (bijna honderd doden) in de Iraanse stad Kerman, opgeëist door de extremisten van Islamitische Staat (IS). Donderdag: een Amerikaanse luchtaanval op een pro-Iraanse militie in Bagdad, waarbij een belangrijke militieleider om het leven kwam. Het was een reactie op de rakettenregen op Amerikaanse bases in de regio.

De oorlog tussen Israël en Hamas dreigt zo de hele Arabische wereld mee te slepen in een pikzwarte geweldsspiraal. In Washington overwegen beleidsmakers luchtaanvallen op Houthi-doelwitten in Jemen, ironisch genoeg op het moment dat diezelfde Houthi’s na jaren van oorlog klaarstaan om vrede te sluiten met hun pro-Amerikaanse buurland Saoedi-Arabië. Tussen Israël en Libanon zijn de spanningen in zeventien jaar niet zo groot geweest. Israël heeft versterkingen naar de grens gestuurd, en dreigt in steeds luidere bewoordingen met een grondinvasie, ook al liepen eerdere invasies (1978, 1982, 2006) uit op een fiasco.

Of het tot een nieuwe Libanon-oorlog komt, hangt in hoge mate af van de militante beweging Hezbollah, die als gastheer optreedt voor Hamas. De aanslag op Al-Arouri plaatst de 63-jarige leider van Hezbollah, Hassan Nasrallah, voor zijn grootste dilemma sinds het begin van de Gaza-oorlog. Al-Arouri werd geraakt in de sjiitische wijk Dahieh, een bolwerk van Hezbollah, en dus zal de beweging (die in Europa en de VS op de lijst staat van terroristische organisaties) terug moeten slaan om zijn geloofwaardigheid als ‘verzetsgroep’ niet te verliezen. ‘Er komt vergelding aan’, zo beloofde Nasrallah vrijdag tijdens een tv-toespraak.

Daar staat tegenover dat de beweging niets te winnen heeft bij een grote oorlog – integendeel. Libanon zit economisch aan de grond, en Hezbollah geniet niet langer de populariteit die het vijftien à twintig jaar geleden had. Hezbollah’s financier en steunpilaar, Iran, wil de beweging intact houden, zodat het met zijn omvangrijke rakettenarsenaal (150 duizend, volgens schattingen) ook in de toekomst kan dienen als eerste verdedigingslinie. Nu al zijn er bij de raketbeschietingen over en weer zo’n 150 Hezbollah-strijders omgekomen. Zijn militaire kroonjuwelen wil Hezbollah noch Iran aan de Palestijnse zaak opofferen, tot chagrijn overigens van Hamas. De berekening is voorlopig simpel: een oorlog met Israël betekent een verzwakt Hezbollah en dat betekent een verzwakt Iran.

Voor Nasrallah is het daarom een kwestie van koorddansen: wél terugslaan, geen grote oorlog uitlokken. Vrijdag zinspeelde hij op een mogelijke ‘bevrijding’ van een handvol grensdorpen die Israël bezet houdt en die Libanon terugeist. De algehele toon blijft echter terughoudend, ziet Mohanad Hage Ali, analist verbonden aan denktank Carnegie Middle East Center. Met zijn langeafstandsraketten kan Hezbollah een Israëlische stad als Tel Aviv raken, een reële optie op de menukaart. ‘Maar in zo’n scenario zullen ze mikken op onbevolkt gebied, bij wijze van waarschuwing.’

Intussen voert Israël de druk op. Tienduizenden inwoners zijn geëvacueerd uit het noordelijke grensgebied, en Netanyahu’s kabinet heeft hun een snelle terugkeer beloofd. Om dat mogelijk te maken, eist Israël dat Hezbollah zich terugtrekt van de grens, conform VN-resolutie 1701, tot stand gekomen na de vorige oorlog van 2006. Als dat niet goedschiks kan (met diplomatie), dreigt Israël, dan maar kwaadschiks (met wapens). Israëlische inwoners zijn op sociale media een campagne begonnen onder de noemer: ‘1701 of 10.07’, een verwijzing naar het door Hamas aangerichte bloedbad op 7 oktober. Hun angst is dat Hezbollah ook zo’n actie zou kunnen ondernemen.

Met diplomatie hoopt de Amerikaanse Biden-regering te voorkomen dat het uit de hand loopt. Minister Antony Blinken (Buitenlandse Zaken) begon donderdag aan een rondreis door de regio. Op termijn hopen de Amerikanen dat Israël en Libanon elkaar kunnen vinden in een afspraak over de demarcatie van hun grens, waarvan de precieze loop nooit precies is vastgesteld. Tot die tijd kan men zich vastklampen aan de recente geschiedenis: ook in 2020, na de dood van Soleimani, werd gevreesd voor een regionale oorlog. Die bleef uit. De belangen waren simpelweg te groot – en dat is nog steeds het geval.

Source: Volkskrant

Previous

Next