Opera De Romeinse keizer Nero werd de eerste bad guy van de opera. Maar zijn moeder Agrippina – die hem de troon bezorgde – deed niet voor hem onder. Componist Händel maakte haar tot archetype van de chaos-scheppende, manipulerende politicus.
De mooie dertiger Agrippina, vrouw van de Romeinse keizer Claudius, moeder van de tiener Nero, laat er in het begin van de naar haar genoemde Händel-opera geen misverstand over bestaan wat we van haar kunnen verwachten. Ze heeft net haar zoon en twee beroepspolitici met wat leugenachtige beloften verleid tot het grijpen van de macht. Als ze weer alleen is, verkneukelt ze zich. „Alle lof voor wie misleidt om aan de macht te komen”, zingt ze in de opera die deze maand zeven keer te zien is in De Nationale Opera in Amsterdam.
Het verhaal begint wanneer ze het geheime bericht krijgt dat haar man, keizer Claudius, de veldtocht tegen de Britten met de verdrinkingsdood heeft moeten bekopen na het vergaan van zijn schip in een zeestorm. Ze palmt twee op haar verkikkerde carrièrepolitici in om haar zoon Nero te steunen als opvolger van zijn stiefvader. Ze stuurt haar 16-jarige telg – nog niet de wreedaard van later maar een speelse knaap – Rome in om het volk gunstig te stemmen met het ronddelen van goud. Onthoud, geeft Agrippina hem mee: „wie wil regeren, moet zijn hartstochten bedwingen, want de wet buigt slechts voor het verlangen om te heersen.”
Haar plan valt in het water wanneer Claudius levend opduikt en zijn veldheer Otho, die hem van de verdrinkingsdood redde, tot nieuwe keizer wil kronen. Maar zelfs wanneer ze openlijk, ten overstaan van Claudius wordt ontmaskerd, laat Agrippina met een bewonderenswaardige improvisatietalent de keizer – die zijn echtgenote liever kwijt dan rijk is – geloven in haar ‘alternatieve feiten’. Als je dat ziet, waan je je plotseling in een wereld die we kennen; een wereld waar het niet draait om waarheid, maar om beeldvorming, om de fictie die iemand om zich heen weet te scheppen.
Agrippina blijkt een meester in het zaaien van chaos en verwarring, de wapens van de macht. Het gaat haar er niet zozeer om zelf sterk te zijn, maar om de anderen zwak te laten lijken.
„Eerste regel voor machthebbers is volharden in je fouten, niet de geringste barst in de muur van je gezag tonen”, schreef essayist en politiek wetenschapper Guiliano da Empoli drie eeuwen later in zijn roman De Kremlinfluisteraar, een verhaal over een mysterieuze voormalige spin-doctor van de Russische president Vladimir Poetin. Strekking van diens werkwijze en ook die van Agrippina: zorg ervoor dat niemand weet wie of wat ze nog moeten geloven. Agrippina groeit bij Händel uit tot de oermoeder van machtsmanipulators als Poetin, en ook de Amerikaanse oud-president Donald Trump, die feilloos de zwakke plekken weten te vinden van bondgenoten en tegenstanders en voor wie winnen het enige punt op de agenda is. Ontwrichting en anderen vleugellam maken is de methode.
De jonge Händel componeerde Agrippina in 1709 op studiereis door Italië. Hij kende het verhaal, want vijf jaar eerder had hij in Hamburg al de opera Die durch Blut und Mord erlangte Liebe geschreven met zoon Nero als titelheld. Maar het – niet zelf gekozen – libretto kon hem toen niet bekoren. Volgens Händel-vorser Friedrich Chrysander zou de 19-jarige componist hebben geklaagd: „Er zit geen geest in deze poëzie. Wat een ergernis om deze woorden op muziek te moeten zetten.” Het publiek was het met hem eens. Waar zijn debuut Almira een paar weken eerder tot kaskraker uitgroeide, verdween deze tweede opera al na drie voorstellingen van het toneel. De geschiedenis wil dat alleen die slechte tekst bewaard bleef; Händels partituur werd ergens in de negentiende eeuw verkocht en is sindsdien spoorloos.
Händel zelf vertrok niet veel later voor vier jaar naar Italië. Na Florence, Napels en drie verblijven in Rome – waar de paus opera had verboden – eindigde hij het avontuur in stadstaat Venetië. Voor een van de theaters daar schreef hij zijn Agrippina. Boven het libretto staat geen auteur, maar Händel-kenners beschouwen het als een van de beste verhalen die de componist in zijn loopbaan op muziek zette.
Tweede Kerstdag 1709 ging Agrippina in première. Het stuk ontpopte zich tot een hit die 27 avonden achtereen werd uitgevoerd. „Het publiek was betoverd”, schreef een tijdgenoot. „Een buitenstaander die zou toezien hoe de muziek de toeschouwers beroerde, moest wel denken dat ze allemaal hun verbijstering nauwelijks de baas konden.”
Händel schiep dus een zwarte komedie, een gezongen House of Cards, waarin hij de spot drijft met alle hoofdpersonen rond Agrippina die zich in slangenkuil Rome opwerpt als belangeloze biechtmoeder. Op die manier weet ze iedereens dode hoek – de liefde – uit te buiten.
Claudius wil dan wel Otho als nieuwe keizer kronen, maar Otho wil helemaal geen kroon. Hij trouwt liever met de beeldschone Poppea. Otho vraagt uitgerekend Agrippina om hulp. En ook de wanhopige Poppea klampt zich aan de keizerin vast: zij ziet haar liefde voor Otho bedreigd door heimelijke avances van keizer Claudius en stiefzoon Nero.
Uiteindelijk krijgt iedereen wat hij verlangt. Maar onderweg pikken Poppea en Nero de nodige lessen in manipulatie op, waar zij later gebruik van zullen maken. Die leidden er volgens Romeinse geschiedschrijvers toe dat Nero zijn eigen moeder liet ombrengen. Haar onbuigzame trots zou ze tot het stervensuur behouden. Toen zijn huurmoordenaars Agrippina’s slaapkamer binnendrongen, vroeg zij hen om een doodsteek in haar buik, de plaats waar Nero vandaan kwam.
Met Claudio Monteverdi’s opera L’incoronazione di Poppea (1642) ging het genre zo’n veertig jaar na zijn geboorte een nieuwe levensfase in. In Venetië verrezen de eerste openbare theaters. De nieuwe kunst was niet alleen meer in paleizen te zien, maar werd bereikbaar voor een groter publiek met vol doende geld voor een kaartje. Opera zette in die tijd de eerste stap op weg naar het volk.
Tot die tijd begaf de opera zich op het inhoudelijk ongevaarlijke terrein van de mythologie, met goden en helden in hoofdrollen. Maar Monteverdi kwam in zijn L’incoronazione plotseling met echte mensen op de proppen: historische figuren. Al begint hij nog wel in ietwat mythologische sferen als Fortuna (geluk), Virtù (deugd) en liefdesgod Amor elkaar de macht betwisten. Wie van hen heeft de sterkste greep op het hart en morele kompas van de mens en daarmee van de geschiedenis?
Tot proeftuin voor die ‘weddenschap’ kiest het drietal het decadente hof van de Romeinse keizer Nero, waar de potentaat schaamteloos jaagt op de getrouwde maar gewillige Poppea, die volgens de Romeinse historicus Tacitus, „als vrouw alles bezat, behalve een goed karakter”. In het voorbijgaan dwingt Nero zijn raadsman Seneca tot zelfmoord en verbant hij zijn vrouw Octavia en Poppea’s man Otho. Allemaal onder invloed van de duivelse kindgod Amor.
De muziek is sensueel; de noten zijn zwanger van lust, jaloezie, ambitie en wraakgevoelens. Waar de opera tot die tijd – en ook nog lang daarna – altijd besloot met een zedenles, wint in L’incoronazione niet de moraal maar het cynisme. Zo maakte Monteverdi van de historische figuur Nero de eerste operaschurk..
Het zwarte beeld dat de Romeinse geschiedschrijvers van Nero schetsten – maar dat moderne historici soms betwisten – inspireerde toneelschrijvers en componisten tot tientallen toneeldrama’s en ruim twintig opera’s.
Maar Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea en Händels Agrippina zijn de enige die tegenwoordig nog het podium halen. Nero-opera’s zoals Nerono fatto cesare (1693) van Matteo Noris of La fortezza al cimento (1699) van Giuseppe Aldrovandini waren in hun tijd razend populair, maar nu totaal vergeten.
Eind negentiende, begin twintigste eeuw kende de Nero-opera nog een opleving met onder meer versies van Anton Rubinstein (1879) en de onvoltooide Nerone van de Italiaan Arrigo Boito (1924). Een jonge Amerikaanse componist Theo Popov schreef de meest recente opera, Nero Artifex, die voortkwam uit een studieproject op Princeton en daar veertien jaar geleden zijn eerste en enige uitvoering kreeg. Hij portretteert Nero als een gevallen dromer die liever kunstenaar dan keizer was.
Source: NRC