Vorige week leerde ik het Japanse ritueel Oosouji kennen, dat ‘grondig schoonmaken’ betekent. In deze krant schreef journalist Heleen van Lier dat veel Japanners rond de jaarwisseling hun huis opruimen, de rommel symbolisch achterlaten in het oude jaar, en zo voor een fris nieuw begin zorgen. Opgeruimde geldzaken horen daar ook bij.
Voor financiën geldt hetzelfde als een huis: met je zaakjes op orde ervaar je minder stress. Bovendien zal je zien dat je meer spaargeld overhoudt. Ik heb dit zelf ervaren. Er is geen geheime truc die het mij mogelijk maakte om een flink bedrag te sparen. Het is slechts een combinatie van dagelijkse gewoontes en basisprincipes die leiden tot gedragsverandering. Het vergde vooral doorzettingsvermogen. Dit zijn de 7 belangrijkste gewoontes die me hebben geholpen.
Misschien weinig verrassend, maar een goed spaardoel is het allerbelangrijkste. De truc is om een doel te kiezen dat tegelijk ambitieus, inspirerend én realistisch is. Hou je voortgang nauwgezet bij.
Je hebt geen hoog inkomen nodig om vermogend te worden. Het helpt natuurlijk wel. Wat je nodig hebt is de discipline om niet al je verdiende geld uit te geven. Hoe groter het deel dat je kan sparen, hoe sneller je de rust van een vermogen voelt.
Koopzegels sparen en omrijden voor een fles wijn of benzine zijn leuk (en goed voor de dagelijkse bespaarmotivatie). Maar het zijn de dure dingen die het hem doen. Ik ga weinig uit eten, wij hebben een goedkope tweedehandsauto, een bescheiden huis en ik koop zelden kleding.
Geloof het of niet, ik ben niet goed in budgetteren. Het is niet flexibel genoeg. In plaats daarvan doe ik iets simpeler: ik betaal elke maand mezelf als eerst uit. Eerst maak ik geld over naar mijn spaar- en beleggingsrekeningen. Dan betaal ik mijn rekeningen. Wat dan overblijft (áls er iets overblijft) geef ik uit.
Dat betekent niet op afbetaling kopen, geen private lease, geen persoonlijke leningen, geen roodstand op je rekening. De regel is simpel: als je iets niet kunt betalen, dan koop je het niet.
Zomaar wat geld op een spaarrekening is nog geen noodfonds. Er zijn ook mensen die hun beleggingen hun noodfonds noemen, maar dat slaat nergens op. Een noodfonds is geld (voor mij 6 keer mijn maanduitgaven) dat altijd onmiddellijk beschikbaar is en niet abrupt in waarde kan afnemen.
Financier dure aankopen door er vooraf voor te sparen. Dit vraagt dat je een jaar of wat vooruit kunt kijken en inschat wat je kwijt gaat zijn. Deze potjes kunnen de vorm hebben van een spaarrekening, spaardoel, geldmarktfonds of kortlopende obligaties. Ik heb ze voor vakanties, belastingen, de auto en het huis, en ze maken mijn leven stukken makkelijker.
Source: Volkskrant