Home

Rechts houdt niet van zacht, behalve wanneer er daadwerkelijk harde dingen gebeuren

Het begon met het woord ‘mummie’. Het Allard Pierson museum had er een bordje over opgehangen: ‘In de tentoonstelling Oog in oog is het in linnen gewikkelde lichaam van een kleine jongen uit de eerste eeuw na Chr. te zien. (…) Het Allard Pierson is zich bewust van de discussie rondom gevoelige woorden. Ook het woord ‘mummie’ is niet onomstreden. De beeldvorming rondom dit woord doet vaak geen recht aan waar het in feite om gaat: een menselijk lichaam dat is behandeld en voorbereid op een leven in het hiernamaals.’ Het museum wilde het woord graag context meegeven.

Het leek mij een prima tekst. Een ‘mummie’ is tenslotte meer dan zijn lappen, en meer dan het Hollywood-cliché van de wraakzuchtige ondode. Een museum lijkt mij bij uitstek de plek om bezoekers hierop te wijzen. Het is respectvol en, nou ja, gewoon aardig. Egyptoloog Daniel Soliman merkte op dat oud-Egyptische lichamen door de eeuwen heen sowieso vaak niet als individuen maar als objecten werden gezien – opgegraven, als curiosa tentoongesteld, kapotgemaakt – en dat het tijd is om te breken met die traditie. Een overweging waar compassie en eerbied uit spreekt.

Over de auteur
Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De (rechtse) filosoof Paul Cliteur, als reactie op het museumbordje: ‘Oh jee, (het) woord ‘mummie’ mag ook niet meer.’ De (rechtse) journalist Jort Kelder: ‘Het Puritanisme begint lachwekkende vormen aan te nemen (…) Ga gewoon niet naar een museum als je te teer en bekrompen bent.’

Het waren hele harde woorden voor een zachte gedachte. Maar dat is, zo viel me op, bij rechtse opiniemakers en politici wel vaker het geval. Neem de discussie over ‘trigger warnings’. In feite is zo’n waarschuwing een goedaardige manier om akelige dingen te bespreken zonder anderen onnodig pijn te doen, met name mensen die zelf een vergelijkbare nare gebeurtenis hebben meegemaakt. Maar op rechts ging het al snel over de doodgeknuffelde rubbertegelgeneratie van speciale sneeuwvolkjes die straks nergens meer tegen kunnen.

Of de ‘safe space’: eigenlijk een fijne, veilige plek waar je kunt zijn zonder dat je bang hoeft te zijn dat iemand je discrimineert of je menselijkheid in twijfel trekt. (Zeg maar: zoals onze hele samenleving is voor de meeste witte hetero cismannen.) Maar veel rechtse mensen vinden het een plek waar aanstellers die te fragiel zijn voor tegenspraak zich wentelen in hun eigen vermeende slachtofferschap.

Of ‘woke’: een woord dat ooit betekende dat je je probeerde bewust te zijn van sociale onrechtvaardigheid – wat mij een nobel en lief streven lijkt. Maar hier raakt rechts echt van z’n theewater: het zou een krankzinnige cultus vol giftig diversiteitsgedram zijn, een vorm van totalitarisme die onze democratie bedreigt; een groot gevaar.

Die laatste woorden zijn overigens van de rechtse Britse schrijver Douglas Murray, die in een interview met EW Magazine ook de vraag kreeg wat er fundamenteel mis is met het Westen. Hij antwoordde: ‘Geen enkele andere cultuur ter wereld doet zichzelf aan wat wij in het Westen onszelf aandoen. Waarom zijn wij zo zwak en soft?’

Dat vond ik verhelderend: afgaand op Murray ziet men op rechts zachtheid zelf als een probleem. Aardig zijn en medeleven zijn kwalijke zaken: het is gezeur, het is ‘deugen’. Hardheid is deel van de oplossing.

Behalve wanneer er daadwerkelijk harde dingen gebeuren: dan zijn er op rechts ineens wel zachte woorden te vinden. Wanneer een burgemeester een waterkanon zet op klimaatactivisten die op een weg zitten te zingen: rechtvaardigheid. Meer dan 10 duizend dode kinderen in Gaza: zelfverdediging. En wanneer 2,5 miljoen mensen een eigen-volk-eerststem uitbrengen, dan hebben zij volkomen terechte zorgen en voelen ze zich vooral ontworteld en verweesd.

Maar, vraag ik me af: wat doet het met je wanneer je alleen nog mild kunt zijn over mensen die lijken op jezelf? Wat zegt het wanneer de enige zachtheid die nog is toegestaan een zachtheid is die harde, onacceptabele dingen toedekt? Wat doet het met onze maatschappij waneer er in die samenleving een spiegelwereld kan bestaan, waarin racisme bezorgdheid is, rekening houden met anderen een vorm van onderdrukking is, en aardig zijn geldt als verwerpelijke zwakte?

Source: Volkskrant

Previous

Next