De Europese auto-industrie moet een enorme inhaalslag maken om de Chinese e-auto nog bij te houden. Hulp van de Europese overheden lijkt daarbij onvermijdelijk.
BYD heeft Tesla van de troon gestoten. In het laatste kwartaal van 2023 verkocht de Chinese autobouwer meer elektrische auto’s dan het Amerikaanse bedrijf dat de elektrische auto zo ongeveer heeft uitgevonden. Het toont eens te meer aan dat China een leidende rol speelt bij de energietransitie. Eerder al werd het land koploper bij de productie van zonnepanelen.
China heeft een grote voorsprong. In de eerste plaats omdat het beschikt over alle grondstoffen die nodig zijn voor de productie van de batterij, maar ook vanwege de lage lonen en royale overheidssteun. Meer dan 60 procent van de accu’s voor auto’s komt inmiddels uit China.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De Europese auto-industrie moet een enorme inhaalslag maken. De Duitse autofabrikanten die het kloppend hart vormen van de Europese industrie, veranderen lang niet snel genoeg. Omdat autobouwers hier nog steeds veel geld verdienen met de benzine-auto, blijft veel van hun aandacht daarnaar toegaan. Hierdoor hebben ze per definitie een achterstand ten opzichte van fabrikanten die zich helemaal op de elektrische auto kunnen storten.
Natuurlijk, de Europese automerken– de Duitse vooral – hebben nog steeds een ijzersterk kwaliteitsimago en goede ontwerpers in dienst, maar technisch hebben ze een achterstand. De productie van de elektrische auto is een heel ander kunstje dan het ontwerpen van de perfecte benzine- of dieselmotor. Bij de brandstofmotor gaat het om een ragfijn samenspel van onderdelen waarin voortdurend verbetering mogelijk is, en dat hebben de Duitse autofabrikanten geperfectioneerd. Bij de elektrische auto gaat het eigenlijk alleen om de batterij – het is niet voor niets dat BYD, van oorsprong een batterijproducent, de leiding heeft overgenomen.
Europese autofabrikanten hoeven ook niet te rekenen op veel steun van de overheid. Waar de regering-Biden in de VS hoge tariefmuren heeft opgetrokken om de import van Chinese elektrische auto’s te ontmoedigen, durft de EU dat niet aan uit angst dat China tariefmuren zal opwerpen voor de import van Europese benzine-auto’s. Een bedrijf als Volkswagen haalt de helft van zijn omzet uit China.
Ook overheidssubsidies liggen in Europa gevoeliger dan in de VS, waar Biden besloten heeft de energietransitie royaal te steunen. De plannen van Duitsland om de laadstations en batterijfabrieken te subsidiëren werden in november door de rechter getorpedeerd omdat de regering-Scholz de begrotingsruimte oneigenlijk had opgerekt.
Zo dreigt de Europese markt te worden overspoeld door Chinese elektrische auto’s en dreigt de Europese auto-industrie na 2035 – als alleen nog maar elektrische auto’s mogen worden verkocht – een bijrol te spelen.
Als de autofabrikanten er niet in slagen een concurrerend alternatief in de markt te zetten, zal de Europese economie harde klappen oplopen en zullen veel banen verloren gaan; nu werkt volgens de branche-organisatie 7 procent van alle Europeanen direct of indirect in de auto-industrie. Dat zal het draagvlak onder de energietransitie ondergraven. Het lijkt onvermijdelijk dat Europese overheden de autofabrikanten op de een of andere manier te hulp komen, anders kunnen ze de strijd van de Amerikaanse en Chinese autofabrikanten bijna niet winnen.
Source: Volkskrant