Home

Fruts en ik zouden omstebeurt, met de stopwatch op vijf minuten, onze ‘Playboy’ bestuderen

Hoe pakte collega Dickens het aan, een feuilleton? Iedere maand stond er een hoofdstuk van Oliver Twist of Bleak House in de krant. Ik neem toch aan dat hij niet steeds de vorige aflevering samenvatte? Waarschijnlijk onthielden de mensen gewoon waarover het allemaal gegaan was. Alzheimer bestond nog niet, hè. Sterker, sinds het feuilleton uit de mode is, grijpt deze nare ziekte om zich heen.

Waar waren we? Ik en Fruts, mijn containervriendje, symboliserend al mijn schoolvriendjes (er heeft nooit een Fruts bestaan, überhaupt niet, het is geen bonafide naam, wie heet er nou Fruts Sputs) zaten met zijn ouders in een huisje. Ter opluistering van de vakantie besloten we samen een Playboy aan te schaffen, een gedeeld bezit voor het leven, dat ten eerste, en ten tweede is the evening time nou eenmaal reading time.

Fruts had me eropuit gegaslight, kon je wel zeggen, om het ding te halen. (Luister, hij betaalde.) Van tankstation naar tankstation fietste ik om Assen heen, steeds te verlegen om toe te slaan. Bij de derde pomp was het erop of eronder. Binnen, om het ijs te breken, bestelde ik eerst maar eens een oliebol.

‘Anders nog iets?’ vroeg de turfsteker achter de glasplaat. Achter hem bevond zich een wand met periodieken, met linksboven, zoals Fruts mij al had voorspeld, de geïllustreerde tijdschriften op glanspapier met uitneembare spreads.

‘Uhm…’ zei ik op nadenkende toon, ‘jawel, eigenlijk wel, doet u anders maar voor bij de oliebol…’, ik wees naar het baksel, ‘het…’, ik gebaarde naar de linkerbovenhoek, ‘…dubbeldikke kerstnummer.’

‘Het dubbeldikke kerstnummer…’, zei de turfsteker, zijn daglonersoogjes samenknijpend tot frettenkeutels. ‘…van?’

Ik nam een hap van de oliebol en at traag skroinjsend mijn mond leeg. Toen ik klaar was, veegde ik mijn mondhoeken af met het servetje. Ik zei: ‘Van de Playboy, smeerlap.’

‘Echt?’ (Mijn vriendin Jet.)

Nee.

Buiten bracht ik stap twee van de operatie ten uitvoer. Fruts had mij geadviseerd het tijdschrift om mijn onderbeen te vouwen/rollen, de onderkant in mijn sok, broekspijp overheen, klaar. Op deze wijze kon ik fluitend het vakantiehuisje betreden en met twee handjes zwaaiend in een keer doorlopen naar onze slaapkamer, waar Fruts mij, liggend in ons stapelbed (boven), opwachtte met zijn stopwatch. We zouden ons eindelijk eens op klaarlichte dag terugtrekken met ‘wat leesboeken van de leeslijst’, waaraan je ‘niet vroeg genoeg kon beginnen’. In werkelijkheid, was het tijd voor stap drie, de eindstap, en zouden we omstebeurt, met de stopwatch op vijf minuten, onze Playboy bestuderen.

Liep anders. Manker. Opvallend laat, ver na etenstijd, kwam ik binnen met mijn papieren poot, en mocht meteen op de bank plaatsnemen, tussen Fruts en zijn vader. Zijn moeder bracht mij een opgewarmd bordje met Hollandse pot. Veel eetlust had ik niet, met de opgerolde circulaire in mijn sok, die behoorlijk was gaan lubberen. Fruts’ vader, die militair was, vroeg bulderend of ik op en neer naar Hoek van Holland was geweest.

Dit ontkende ik schaapachtig.

Zijn volgende vraag luidde: ‘Heb je geen trek na al dat fietsen?’

‘Jawel hoor.’

‘Moet je kijken,’ bulderde Fruts’ vader, ‘heel zijn broek zit onder de poedersuiker!’

De hele hoeksteen kijken natuurlijk, naar mijn broek – ook Fruts. Bij mijn enkel zag je huid, beweerde hij later, toen alles goed was afgelopen – maar niet mijn huid.

Source: Volkskrant

Previous

Next