Hij had vanaf het begin van zijn carrière, in 2006, slechts een akoestische gitaar als muzikaal gezelschap. Een zekere allenigheid, die ook in zijn melancholische liedjes te horen is, voerde de boventoon in alle facetten van het leven van de Zweedse singer-songwriter Kristian Matsson, alias The Tallest Man on Earth. Hij scheidde in 2015 van zijn vrouw, singer-songwriter Amanda Bergman. Hij deed internationale tournees in zijn eentje en in anderhalf jaar covidlockdown ging hij moederziel alleen in the middle of nowhere van Zweden wonen om in geval van een calamiteit dicht bij zijn ouders te zijn.
Dat solomuzikantenbestaan wierp wel zijn vruchten af. Vanaf 2008 kende Matsson internationaal succes nadat hij bekendheid had verworven als voorprogramma van indiedarlings Bon Iver. De man met de verhalende liedjes en de nasale stem, die met Bob Dylan werd vergeleken, werd een gevierde naam in het internationale singer-songwritersgilde en kon zich zelfs een huis veroorloven in Brooklyn, New York.
Pablo Cabenda schrijft sinds 2002 voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Maar de langste man van de wereld was zeker niet de gelukkigste. ‘Een leven van veel touren zonder vast sociaal netwerk is geen luxueus bestaan. Je hebt stevige banden nodig om er mentaal niet aan onder te gaan. De laatste vijftien jaar heb ik bewust en onderbewust een behoefte gevoeld om bestendige relaties aan te knopen.’
Er waren aanwijzingen. Matssons live-entourage, die als enige sociale constante in zijn nabijheid verkeert tijdens tournees, doopte hij de ‘family’. ‘Die groep bestaat uit een harde kern die nooit verandert. Ik denk niet dat ik overdrijf als ik zeg dat mijn geluidsman mij meer gezien heeft dan zijn eigen kinderen.’
En nu heeft hij zijn recentste, vorig jaar verschenen album Henry St. voor het eerst opgenomen met een echte band. Meer familie voor Matsson! Eén waarvan elk lid op waarde wordt geschat.
‘Henry St. was al in 2021 opgenomen, toen ik terug was gereisd naar North Carolina in de Verenigde Staten. Het maken van die plaat, na de lange lockdown, voelde als een viering van het hernieuwde samenzijn. We hebben als band veel gejamd. En in plaats van alles in m’n uppie te schrijven, kwam iedereen met ideeën die we allemaal hebben gebruikt voor de plaat.’
En nu wordt de familie nog eens uitgebreid met een 22-koppig strijkorkest als Matsson in Nederland gaat toeren met het ensemble Amsterdam Sinfonietta. Mattson hoefde er geen seconde over na te denken toen hij door het Amsterdamse strijkersensemble voor de live concerten werd gevraagd. Hij kijkt er naar uit om niet alleen zijn eigen liedjes in een totaal ander arrangement te spelen, maar ook die van artiesten die hij bewondert. Muzikale verwanten zijn het, van wie hij vijf lievelingsalbums bespreekt.
‘In mijn middelbareschoolperiode leende ik de cd van een vriendje, en heb die vervolgens nooit teruggegeven. Ik zal zo’n 15, 16 jaar oud zijn geweest, de leeftijd dat je wordt gevormd. Ik speelde in punkbandjes en had nog nooit van Tom Waits gehoord. Maar vanaf het eerste nummer, Big In Japan, had ik meteen zoiets van: wat is dit? Die rammelende percussie, die stem vol gruis: ze trokken me meteen een totaal andere maar heel beeldende wereld in. De plaat bestrijkt het hele spectrum van alles wat je van een singer-songwriter mag verwachten. Poëtische teksten, schitterende melodieën die nergens voorspelbaar worden omdat er altijd wel een moment is waarop je je afvraagt: wat is hij nu weer aan het doen? Nadat ik dit had gehoord, heb ik besloten singer-songwriter te worden.’
‘Nee hoor, ik heb er helemaal niks op tegen om vergeleken te worden met Bob Dylan. De grap is dat op een of andere manier bij journalisten het idee is gaan leven dat die vergelijking heel vaak werd gemaakt. Viel ontzettend mee. Het leidde er wel toe dat iedere journalist nu vraagt of ik niet moe word van steeds die vergelijking. Haha, je kan slechtere voorbeelden hebben. Ik heb Dylans werk beluisterd tot ongeveer 1980. Voor wat daarna kwam, raakte ik een beetje de interesse kwijt. Deze Dylan kwam als een onverwacht goede plaat. Donker maar met opwekkende momenten. Ik vind het zo mooi dat hij break-upsongs kan schrijven waar je ook om kan glimlachen. Trying To Get To Heaven is mijn favoriet. Met de regel: ‘When you think that you’ve lost everything, you find out you can always lose a little more’.
‘Ik heb in een klein plaatsje in Zweden gewoond waar niet eens een platenzaak was. Ik ging naar de bibliotheek om daar cd’s te lenen. Deze had ik op de gok gehaald. Wist ik veel wie Lucinda Williams was. Maar die plaat blies me wel van mijn sokken. Ja, weer een brok Amerikaanse traditie van folk en country. En in tegenstelling tot andere albums van Americanasterren uit die periode, keerde Williams terug naar de rootssound van country in plaats van naar de popkant te bewegen, zoals Shania Twain. Ik heb een zwak voor die traditie. Dat kun je wel horen. Ook al vind ik dat ik daar zelf geen deel van uitmaak. Bij Williams specifiek zijn het de cleane productie en de zuivere, bescheiden gehouden voordracht zonder poespas die me raken.’
‘Marshall is van grote invloed op me geweest, de manier waarop ze zingt en liedjes schrijft. Maar we delen ook een beetje onze muzikale achtergrond. Ze heeft, voordat ze een solocarrière kreeg, in garagerock- en punkbands gespeeld, net als ik. Daarna heeft ze net als ik een vloeiende overgang gemaakt naar het singer-songwriterambacht. Dit is haar eerste album waar helemaal geen covers op staan. Hiermee is ze teruggegaan naar haar roots.
‘Op de titelsong zingt ze zachtjes over een wiegende piano, ‘Once I wanted to be the greatest. No wind or waterfall could stall me. And then came the rush of the flood.’ De muziek en de tekst ademen een berustende melancholie die je misschien ook terughoort in mijn muziek.’
‘Ik was erbij toen dit album werd opgenomen. Op mijn eerste tournee door de Verenigde Staten speelde ik in hun voorprogramma. Een fantastische ervaring waarvoor ik enorm dankbaar ben, want het heeft mijn carrière daar een vliegende start gegeven en maakte het mogelijk dat ik mijn eigen shows kon doen in Amerika. En ja, ook Bon Iver heeft me beïnvloed. Niet zozeer vanwege de gestapelde vocale harmonieën, waar de band om bekendstaat, maar om iets heel anders. Ik was geïntrigeerd door het openingsnummer Perth. Justin liet me de gitaarstemming zien die hij daarvoor gebruikte. Daar ben ik een beetje mee aan het klooien geweest en daar is toen mijn nummer Revelation Blues uitgekomen. Het enige nummer in die specifieke stemming en nu een live-favoriet.’
The Tallest Man on Earth speelt zaterdag met Amsterdam Sinfonietta en het Amerikaanse strijkkwartet Brooklyn Rider de show Breder dan klassiek in Spot in Groningen. Daarna toert de show gedurende januari door heel Nederland.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden