Home

In mijn hoofd leeft nog altijd, onbewust, hardnekkig, het idee van de natuur als onderdeel van ónze leefomgeving

Drie, twee, één... Daar gaan we. Met mijn voet ram ik op het gaspedaal. De motor gilt. Dikke klodders modder stuiven langs de ruiten. ‘Kom op’, fluister ik. ‘Alsjeblieft, kom op.’

De truck beweegt, maar zijwaarts. De achterkant zwenkt, links, rechts, alsjeblieft, nee, néé. ‘Verdomme!’

Ik draai de motor uit. Muurvast. Ik hang zo scheef dat ik mezelf aan het stuur overeind moet houden. Ik voel me gefrustreerd, beschaamd en – inmiddels – een tikje angstig.

Over de auteur
Thomas Rueb is correspondent in de Verenigde Staten voor de Volkskrant. Hij vervangt twee weken Sylvia Witteman.

De grond is pikzwart. Hier, op deze bergrug, woedde de grootste bosbrand ooit in New Mexico. Ik doe verslag van de gevolgen. Vlammen hebben de berg kaalgevreten. Rots en modder, slechts, met een stekelvacht van geblakerde basten.

Ik waande me veilig. Het vuur is ruimschoots geweken, mijn huurauto krachtig en er ligt water in de laadbak. Maar ik heb, niet voor het eerst, de ruigheid van de Amerikaanse natuur onderschat.

Na vuur woedt het water. Verschroeide vegetatie houdt de bodem niet langer bijeen. Regen veroorzaakt levensgevaarlijke flash floods, modderstromen. Toen ik net een verwoest huis passeerde, niet door vuur maar vloed, dacht ik: wegwezen. Overhaast. Ik belandde met één band in de greppel – pal voor de ruïne, in het pad van de modder.

Geen bereik. Ik scheld hardop. Het laatste bericht op mijn telefoon: ‘FLASH FLOOD WARNING’.

Ik baal van mijn onbekwaamheid. In mijn hoofd leeft nog altijd, onbewust, hardnekkig, het idee van de natuur als onderdeel van ónze leefomgeving. Nederland kent slechts 16 procent natuur; groene vlakjes binnen het grauwgrijs van de beschaving. Altijd iemand nabij. Hier is dat andersom. Zo’n 60 procent van Amerika is ongerept. De mensenwereld: eilanden in een zee van groen.

Denk, denk. Wat moet ik doen?

Ik ben al een uur bezig, en mijn auto zinkt steeds dieper weg. Dit is niemandsland. Wachten op voorbijgangers voelt zinloos. Nee, ik stap uit. Behoedzaam klauter ik door het karkas van de woning. Ik trek een zware plank uit de modder, voor onder de band. Gas. ‘Nee, nee!’

De truck glibbert alsof de geul ervoor is gegraven.

Elk jaar raken zo’n tweeduizend Amerikanen in de natuur vermist, meestal tijdelijk. Honderdvijftig wandelaars sterven. Gisteren zag ik een berenjong oversteken. Ik kirde van plezier. Maar nu... De zon staat laag. Moet ik echt gaan lopen?

Dan hoor ik iets menselijks. Er komt een truck aanrijden die mijne zou kunnen verslinden. De chauffeur werpt een blik op mij, de greppel, terug, en schatert. ‘Laat me raden: geen kabel!’ Hij wel, gok ik. ‘Of course.’

Binnen minuten ben ik de weg weer opgesleept. ‘Je geluksdag’, zegt de man. Hij heeft gelijk. Het voelt nog niet zo.

Source: Volkskrant

Previous

Next