‘Ga schrijven’, zei de huisarts toen Herman Romer begin jaren tachtig op zijn 50ste overspannen thuis kwam te zitten. De machtsspelletjes op zijn werk bij verzekeraar Nationale Nederlanden waren de publiciteitschef te veel geworden en deden herinneringen aan de oorlog herleven. Schrijven bleek voor hem de therapie om daar weer uit te komen.
Geen gedichten of fictie, zoals eerder, maar over de geschiedenis van Rotterdam. ‘Met een cassetterecorder trok hij erop uit om mensen te interviewen. Door zijn eigen emoties was het niet mogelijk om vanuit zichzelf te schrijven, maar hij kon wel putten uit de herinneringen van anderen’, herinnert zoon René Romer zich.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Een voorrecht, noemde Romer tientallen jaren later zijn vermogen om de donkerste herinneringen van zich af te kunnen schrijven. De keren dat hij gebombardeerd werd. De ongeschonden teil met wasgoed en de fluitketel te midden van het puin, ooit zijn huis. Een opa en oom die stierven van de honger. En hoe de boeken van Kruimeltje en Pietje Bell werden geruild voor een halfje brood, zodat zijn moeder en hem eenzelfde lot bespaard bleef.
Vier jaar na de oorlog bracht zijn vrouw Cock ‘weer zonneschijn in zijn leven’. Ze maakte zijn manuscripten gereed, deed de financiën en ging weer aan het werk toen de kinderen naar de lagere school gingen. Van het toen geldende vooroordeel dat je man niet genoeg verdiende als de vrouw ging werken, trok Romer zich niets aan.
Al voor zijn burn-out vielen zijn gedichten in de prijzen. De volgens dagblad Het Vrije Volk ‘totaal onbekende dichter’, zei bij de uitreiking van de Anna Blaman Prijs in 1971 beduusd: ‘Zo goed kon mijn werk toch niet zijn. Want ik besef zelf heel goed de tekortkomingen die er nog zijn. Twijfel is mijn grootste zekerheid.’
Hij schreef poëzie, romans, verhalenbundels. Toch gingen meer dan de helft van de 53 boeken van zijn hand over de geschiedenis van Rotterdam. Het schrijven werd steeds lastiger. ‘De afgelopen twee jaar trok hij er steeds minder vaak op uit. Zijn wereld werd klein, de inspiratie nam af’, zegt zijn zoon.
De boekpresentatie van zijn laatste boek, afgelopen maart, had meer het karakter van een afscheidsbijeenkomst. Een maand later moest Romer dagen bijkomen van de onthulling van een muurschildering van voetballer Wim Jansen. Hij droeg er een gedicht voor dat hij in 1980 over het Feyenoord-icoon schreef, en waarin hij het niet nalaat te memoreren aan de oorlogstijd, toen zijn ‘kluppie’ niet meer in De Kuip mocht spelen.
Steun van de gemeente ontving hij nagenoeg nooit. Dat stak, hij leverde immers een grote bijdrage aan het vastleggen van de geschiedenis van de stad. Erkenning kwam er wel. In 2004 ontving hij een Rotterdamse cultuurprijs, de Laurenspenning. De jury roemde de manier waarop de literator het verleden van de stad tot leven wist te brengen en voor de toekomst vastlegde. ‘Zijn oeuvre, soms weemoedig maar zonder verbittering, vormt zo pareltjes van onze stadshistorie.’
Zijn trots, De danszaal in het duister, noemde hij ‘een monument voor een stad die niet meer bestaat’. De in 2006 verschenen historische roman werd een eerbetoon aan de generatie van zijn ouders en aan de gedrevenheid van straatarme bewoners die het samen beter probeerden te krijgen. ‘En wellicht plaatst het ook de huidige discussie over integratie in een beter perspectief. Wist je dat er honderd jaar geleden ook een enorme botsing van culturen was? De immigranten waren vaak zeer christelijk. Dat botste enorm met de ruwe zeden van de grote stad’, zei Romer destijds tegen het AD.
Zoon René is blij dat zijn vader de overwinning van de PVV niet meer hoeft mee te maken. ‘Dat was voor hem de grootste nachtmerrie. Hij zou direct de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hebben aangehaald, de opkomst van Hitler, de desastreuze gevolgen van vreemdelingenhaat.’
Herman Romer stierf een dag voor de verkiezingen, op 21 november. Met zijn dood had hij vrede. Tijdens een van zijn laatste heldere momenten zei hij: ‘Alles is anders, alles wordt anders, het is niet anders.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden