‘Mag ik je wat vragen?’ Voorganger Ervin Light stapt naar voren en legt zijn hand op mijn schouder. Hij knijpt zachtjes. Glimlacht. Zucht. ‘Zou jij het goed vinden’, vraagt hij, ‘als wij even voor je bidden?’
Ik kijk naar de hand, en de Texaan aan wie hij toebehoort. Ervin Light: eind zeventig, mager, één vale lok over zijn voorhoofd geplakt. Op zijn kaki T-shirt staan vlag en adelaar. Het Amerikaanse rood-met-wit verdwijnt in de band van zijn camouflagebroek. Het palet van de patriot. Of de predikant.
‘Nu?’, vraag ik, schaapachtig. ‘Bidden?’
Light knikt, ogen gesloten. ‘Laten we dat maar even doen.’
Over de auteur
Thomas Rueb is correspondent in de Verenigde Staten voor de Volkskrant. Hij vervangt twee weken Sylvia Witteman.
Barbara, zijn echtgenote, heeft me stilletjes beslopen en grijpt mijn hand. Anderen volgen. Ik ben een schakel in een cirkel kerkgangers. ‘O, Heer’, begint Light, ‘waak over Thomas, de journalist…’
Nog altijd verbaas ik me over de gelovigheid in dit land. Er is spontaan voor me gebeden in Mississippi, Ohio, Louisiana. Voor een megakerk in Arizona, waar jongeren zich lieten dopen in een zwembad, midden in de zinderende woestijn. ‘Kom erin’, zei een predikant met uitgestoken hand. Ik overwoog het. Zieleheil in ruil voor verkoeling.
Door de gehele VS zijn zo’n 380 duizend kerken actief; eentje per 378 inwoners. (In Nederland is dat 1 op 4.400.) Kerken zijn dikwijls de enige onderhouden gebouwen die ik aantref in dorpen die, verder, de basaalste voorzieningen ontberen. Dat geeft macht. Echte macht.
‘Bescherm Thomas’, prevelt Light, ‘verlicht zijn pad en leid hem naar de waarheid.’
Ik moet mijn ogen sluiten, weet ik. Toch kijk ik. Mijn ongemak wijkt voor vertedering. Die geconcentreerde gezichten. Bijna vergeet ik waarom ik hier ben.
Buiten de kerkdeuren woedt oorlog. Dit Texaanse dorp wordt, zoals vele, door cultuurstrijd verscheurd. Epicentrum is een armtierig bibliotheekje verderop. Boeken buiten de bijbelse perken worden daar stelselmatig uitgebannen. Ik sprak de ontslagen bibliothecaresse. Gierend huilde ze om de hardheid van haar dorpsgenoten.
Voorganger Light is een van de aanjagers. ‘Ik doe dit uit mededogen’, zei hij net. ‘Jij bent toch óók christen?’ Ik: ‘Mijn moeder is katholiek gedoopt.’ Een laffe nee. Nog altijd voel ik de neiging, hier, om mijn eigen goddeloosheid te verbloemen.
Lights outfit blijkt niet zomaar een gimmick. Hij was beroepsmilitair. ‘Twee keer Vietnam!’ Nu voert hij opnieuw oorlog. De predikant heeft de menselijke hel gezien. Voor de eeuwige wil hij anderen behoeden. ‘Geloof je dat?’
Ik geloof dat hij dat gelooft.
Het gebed zit erop. ‘Amen’, besluit de kring. ‘Bedankt’, zeg ik. Bij vertrek zwaait de congregatie in mijn achteruitkijkspiegel. Ze zouden voor me blijven bidden. Ik denk aan de bibliothecaresse. Mededogen kan godvergeten pijn doen.
Source: Volkskrant columns