‘Houd je niet bezig met het systeem van vandaag. Creëer het systeem van morgen.’ Dat is het motto van Jeroen Klompe, de eigenaar van een landbouwbedrijf in de Hoeksche Waard. Negen jaar geleden ging hij op zoek naar een manier om meer smaak op het bord te krijgen. Het doel was een aardappel te kweken die zo lekker was dat kinderen een extra opschepbeurt zouden vragen van hun ouders. Zo’n ambitie toont karakter in de man.
In zijn zoektocht naar meer smaak sloot Klompe aan bij het begrip ‘terroir’ uit de wijnbouw. De kwaliteit van de bodem is daar een van de smaakvormende factoren van de druif; voor de beste smaak heb je een topbodem nodig. Ziedaar de missie van Klompe, die zich ging verdiepen in zaken als bodemverdichting, zuurstofgehalte en verzilting. Veel leven trof hij niet meer aan in de bodem, mede door de afhankelijkheid van kunstmest en pesticiden, en het duurde jaren voordat de bodembiologie weer in balans was.
Inmiddels heeft Klompe, samen met zijn vrouw die ecoloog is, een eigen wormencompostthee ontwikkeld, een microbiologie lab opgezet waar de invloed van schimmels wordt onderzocht en zelfs een bodemsommelier in dienst genomen. Met zijn bedrijf Soil Heroes richt Klompe zich op het delen van kennis met andere boeren, zodat die niet opnieuw het wiel hoeven uit te vinden bij de transitie naar regeneratieve landbouw.
Het verhaal van Klompe is opgenomen in het boek De nieuwe polder, hoe rolt geld weer de goede kant op? Daarin komen mensen aan het woord over de manier waarop maatschappelijke vraagstukken kunnen worden opgelost. De vraagstukken variëren van schuldhulpverlening en de woningmarkt tot de jeugdzorg. In elk hoofdstuk presenteren twee mensen, de zogeheten pioniers, een oplossing vanuit hun vakgebied door een andere manier van denken te introduceren en nieuwe vormen van samenwerking te zoeken. Beleid vanuit de overheid wordt niet afgewacht, de initiatieven worden opgestart en gefinancierd door burgers en ondernemers die zelf aan de slag gaan.
Ondertussen debatteerde de Tweede Kamer vlak voor Kerst over de nieuwste crisis: boeren mogen voortaan minder mest uitrijden over het land. Dat komt niet omdat onze eigen overheid zich zorgen maakt over onze waterkwaliteit, maar omdat de Europese Commissie een verdere verslechtering daarvan niet meer kan aanzien.
De Commissie heeft decennialang de Nederlandse boeren een uitzonderingspositie gegund, waarschijnlijk in de verwachting dat we zelf naar een oplossing toe zouden werken. Maar ach, de tijd vliegt, drie keer knipperen en we zijn ineens twintig jaar verder waardoor nu, heel plotseling, de sector ‘in de fik’ staat. Minister Piet Adema moet binnen twee maanden een oplossing verzinnen, misschien valt er nog een geitenpaadje te vinden voor nieuwe subsidieregelingen. Dan is de brand weer geblust, en blijft het geld dezelfde kant oprollen.
Door alle discussie over de stikstofcrisis en de al dan niet gedwongen uitkoop van boeren is de indruk ontstaan dat er een keuze moet worden gemaakt tussen de natuur en de boer. De handel in stikstofemissies komt daar vrij letterlijk op neer: als de ruimte op is, moet de boer stoppen. Het verhaal van Jeroen Klompe laat een andere werkelijkheid zien: het is juist de boer zelf die de natuur kan herstellen. Dat is waar regeneratieve landbouw op neerkomt: voedsel produceren op een manier waardoor de bodem verbetert en biodiversiteit zich herstelt. Zo bezien hebben we juist méér boeren nodig, niet minder.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.