Home

Ik dacht aan de hoogtepuntloze, ongetwijfeld druilerige wintermaanden die voor ons liggen

Op de eerste gewone dinsdag van het nieuwe jaar werd ik bevangen door een vlaag Zweden-escapisme. Ik kleedde twee peuters aan die zichzelf ondertussen probeerden uit te kleden en dacht daarbij aan de hoogtepuntloze, ongetwijfeld druilerige wintermaanden die voor ons liggen.

De gewoonte om op zulke momenten te fantaseren over Zweden is al vroeg in mijn leven ontstaan, onder invloed van het boek De kinderen van Bolderburen van Astrid Lindgren en mijn strikt geheime liefde voor Abba.

Mijn vader had een keer voorzichtig laten vallen dat mensen de muziek van Abba ‘niet zo stoer’ vonden. Omdat mijn reputatie in groep zes toch al te wensen over liet, leek het me verstandig mijn eigen versie van SOS (‘Where are those happy days / they seem so hard to find’) slechts tussen de muren van mijn slaapkamer ten gehore te brengen, onderwijl mijmerend over mijn toekomstige emigratie naar Zweden.

Het reële Zweden deed niet onder voor mijn fantasie, bleek toen ik als 18-jarige met mijn eerste vriendje door het land fietste. De enige mens die me in twee weken tijd aansprak, was een bejaarde supermarktganger die me beleefd vroeg een potje ‘svart peppar’ (zwarte peper) voor hem te pakken. Verder schikte het land zich in de rol van decor voor ons brave coming-of-agedrama.

Geen volk is minder nieuwsgierig dan de Zweden, weet ik inmiddels. Misschien is het collectieve zelfbeheersing, misschien ook een vorm van desinteresse die logisch voortvloeit uit het opgroeien omringd door esthetische leegte. Ik weet het niet.

In mijn voorlaatste aanval van Zweden-escapisme, twee zomers geleden, huurde ik een rood vakantiehuisje aan de Oostzee, ‘met een kleine motorboot om de archipel mee te verkennen.’ De eigenaar, een man met een doorleefd goldenretrievergezicht, vroeg niet wat we van plan waren met zijn boot en twee maxicosi’s gevuld met baby’s. Na het overhandigen van de buitenboordmotor en een beduimelde zeekaart stapte hij met een uitgestreken ‘hejdå’ weer in zijn Volvo.

Wij tuften langs rietkragen en rotspartijen naar een eilandje ter grootte van een flinke pannekoek, slechts bewoond door een wolkje muggen en twee verlegen krabben. De baby’s sliepen onder hun zonnehoedjes, Otto gooide als een voorbeeldig Bolderburenkind stenen in het water. De avondzon kleurde de horizon roze en Daniel opende twee biertjes .

Alles klopte net iets te goed, zoals in de muziek van Abba. Zweden is een harmonische comfortzone zonder einde. In tegenstelling tot dertig jaar geleden vind ik dit geen prettig vooruitzicht voor de rest van het leven. Maar wel voor nog een zomervakantie.

Over de auteur
Sterre Lindhout is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft vooral over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant columns

Previous

Next