Het licht aan het einde van het jaar was even fel, niet zomerschitterend maar winterfel, een diepgele gloed, melancholisch. Ik wilde het in me opnemen, dat licht, om te bewaren en zelf ergens over te kunnen laten schijnen als dat nodig is. Halverwege de wandeling, we liepen over het modderpad langs het water een regenboog tegemoet, kwam de hagel. Zachte kleine hagel, alsof de hagel het zelf ook niet helemaal geloofde. En daarna was het even avonddonker, tot het licht terugkeerde. Ik hoorde de vogels weer, ook de bomen leken zich te verheugen. Uiteindelijk verschillen we niet zoveel.
Ik dacht aan Geographies of Solitude, de documentaire over Zoe Lucas, die als enige mens op Sable Island woont, een eilandje ten zuidoosten van Canada. Ze doet er onderzoek naar de paarden, de zeehonden, de vogels en insecten. Ze weet hoe de duinen ontstaan en ruimt het plastic op. Omdat het eiland zo ver uit de kust ligt is het een goede graadmeter voor de gezondheid van de oceaan en om te leren over vervuiling.
Lucas houdt alles bij in schriften en Excelbestanden. Gegevens over de paarden neemt ze net zo serieus als die over het plastic. Alles weegt ongeveer hetzelfde, inclusief haar eigen leven. Het is te laat om weg te gaan, vertelt ze aan regisseur Jacquelyn Mills. Er was zoveel te ontdekken en te doen dat het niet van kwam om terug te keren naar het vaste land en nu is dit het geworden, haar leven. Ze hoort bij het eiland, ze hoedt het en het hoedt haar. Zoals het de spinnen en de kevers en het helmgras hoedt. En de paarden, die er worden geboren en na hun dood weer deel worden van de bodem waardoor insecten en vogels kunnen leven, en zwangere merries rijk gras kunnen eten.
De natuur praat ook als kunstenaar mee, stukken film zijn ontwikkeld in algenwater, of belicht door de maan. Kevers maken een soundtrack. Een van de hoofdrollen wordt gespeeld door de wind, die zee en zand beweegt, de mensen tegenwicht biedt. De kijker begrijpt dat we allemaal ergens zijn aangespoeld en alleen het leven dat toevallig het onze is zo goed mogelijk kunnen leven.
Het is een mooie titel, Geographies of Solitude, maar waar is hij niet: Lucas is minder alleen dan veel mensen omdat ze geworteld is in en op het eiland. En ze vindt er vrijheid. Filosoof Richard McDonough schrijft over een dieren- en een plantenmodel van vrijheid. Het dierenmodel, dat hij bij Plato vindt, gaat over los zijn van anderen en kunnen doen wat je wil wanneer je het wil. Het plantenmodel, dat hij met het taoïsme verbindt, gaat juist over geworteld zijn in de aarde en de loop van de dingen – in lijn leven met het leven. Uiteindelijk zijn beide modellen waar, omdat in lijn leven met je leven voor een mens ook beweging inhoudt.
Ik schrijf dit op de drempel van het oude naar het nieuwe jaar. Een jaar waarin ik veel stil stond omdat ik ziek was. Wie stilstaat ziet de kleine beweging beter. Vanaf de bank zag ik de kleine verschuivingen in kleur van de bladeren van de zwarte es in de tuin die de herfst naar winter begeleiden. Ik had aandacht voor de stemming van de huisplanten, de blik van hond Doris. Ik hoorde alle kleine geluiden. Wat en wie stil lijkt is dat vaak niet. Maar zien en horen heeft tijd nodig.
Het geheim van het leven is niet van buitenaf te ontrafelen, alleen van binnenuit. Vanuit die stilte die niet stil is.
Voor het nieuwe jaar wens ik mijn medezieken kracht en beweging toe, en wie te veel beweegt net genoeg stilstand. En hier is wat van het licht dat ik zag, bewaard in woorden, voor jullie allemaal.
Source: NRC