Het kabinet wil dat niemand meer overlijdt door slechte arbeidsomstandigheden, zo schreef minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Karien van Gennip onlangs aan de Tweede Kamer. Zij stelt dat jaarlijks ongeveer vierduizend mensen overlijden door toedoen van hun (huidige dan wel vroegere) werk, onder meer door onveilige werkplekken en door blootstelling aan kankerverwekkende stoffen.
Over de auteurs
Ruud Vreeman is arbeid- & organisatiepsycholoog, voormalig vakbondsbestuurder, politicus en burgemeester. Frank Pot is emeritus hoogleraar sociale innovatie en voormalig directeur van TNO Arbeid.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het doel van Van Gennip is ‘zero deaths’. Het door haar ministerie opgestelde rapport Arbovisie 2040 schetst een onthutsend beeld van het tot nu toe gevoerde arbeidsomstandighedenbeleid. Vergelijk de genoemde vierduizend doden met ongeveer zevenhonderd doden per jaar in het verkeer. Per dag overlijden tien mensen door toedoen van hun werk. Is uw zonnepanelenmonteur wel aangelijnd?
Maar ook het ziekteverzuim is sinds 2017 gestegen van 4 naar 5,7 procent, en jaarlijks krijgen meer dan 200 duizend werknemers een arbeidsongeval. Zo’n 20 procent van de werkenden heeft burn-outklachten. De gedachte dat zelfregulering zou werken, is failliet.
De ideologisch geladen zelfregulering en flexibilisering van arbeid heeft geleid tot gezondheidsschade en onzekerheid bij de werknemer. En ook de massale overtreding van de wetgeving is een signaal dat het toezicht ernstig tekortschiet. Zo heeft de helft van de bedrijven geen risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E), hoewel deze verplicht is. Veel branches hebben weliswaar een arbocatalogus (afspraken tussen werkgevers en werknemers), maar er gebeurt vaak weinig mee.
Ook de gedachte achter de Arbo-wetgeving dat monotone arbeid moet worden tegengegaan, is niet waargemaakt. Volgens de European Working Conditions Survey heeft 15 procent van de Nederlandse werknemers taken die korter duren dan één minuut. Dat is mensonwaardig werk. Het percentage organisaties dat geen verplichte ondernemingsraad heeft (die onder andere als taak heeft om goed arbobeleid te bevorderen) is tussen 2011 en 2017 toegenomen van 29 tot 33 procent.
Opvallend is dat deze ingrijpende problematiek nauwelijks in de openbaarheid komt. Tien doden per dag onder (oud-)werknemers van bedrijven, je hoort er niet veel over. Gezondheidsschade buiten de bedrijven (zoals bij Tata Steel en Chemours) krijgt veel aandacht, die binnen bedrijven niet.
De in Arbovisie 2040 genoemde feiten vragen opnieuw om aandacht en een andere benadering. We noemen hier twee belangrijke thema’s: strenger toezicht en hogere boetes. Rijden door rood licht kost je 290 euro, dus mag het achteloos omgaan met de gezondheid van werknemers ook zwaarder bestraft worden. Geen risico-inventarisatie in de bedrijven (RI&E), of geen plan van aanpak? Boete van een paar duizend euro.
De (uitgebreidere) Duitse lijst van beroepsziekten moet overgenomen worden. Gevallen van letselschade moeten per sector – collectief – geregeld kunnen worden om moeizame individuele juridische procedures te verminderen. Flexwerk moet teruggedrongen worden. De rol van arbodiensten en preventiemedewerkers moet versterkt worden, en dat geldt eveneens voor de medezeggenschap op het gebied van arbeidsomstandigheden. In de huisartsenopleiding moet veel meer aandacht komen voor de mogelijkheid dat klachten van patiënten met het werk te maken heben.
Zonder deze fundamentele andere aanpak komt de doelstelling van ‘zero deaths’ niet dichterbij. En blijft de angst en het wantrouwen en de onzekerheid bij de werknemer. Het effect hiervan is zeer groot.
De effecten van slechte arbeidsomstandigheden gaan nog veel verder. Socioloog Ulbo de Sitter stelde al in 1981 dat de mogelijkheid om op het werk verantwoordelijkheid te dragen en deel te nemen aan de besluitvorming, stimulerend is voor de belangstelling voor én het gevoel van verantwoordelijkheid voor de politiek in ruimere zin. Het ontbreken van die mogelijkheid kan leiden tot berusting (ook wel ‘passieve vervreemding’ genoemd), maar ook tot ‘havikachtige voorkeuren’ voor het oplossen van politieke problemen, namelijk door handhaving van gezag, orde et cetera (ook wel ‘actieve vervreemding’ genoemd).
De Sitter gaf voorbeelden van onderzoek uit Zweden en de Verenigde Staten. Recente onderzoeken van de universiteiten van Nijmegen, Leuven en Oxford laten zien dat werkenden die niet mee mogen praten over hun werk, die slechte arbeidsomstandigheden hebben of veel onzekerheid door flexwerk, eerder cynisme over de politiek, een anti-elitegevoel en sympathie voor populistische partijen ontwikkelen.
De vrije markt wordt tegenwoordig niet meer in sociaal opzicht gecorrigeerd. Het vertrouwen in de overheid en instituties brokkelt af. De stap naar de asielzoeker als zondebok is dan gauw gezet. Een democratisch herstel in de zin van nul doden door toedoen van arbeid, is daarom een belangrijke opgave. De minister heeft een goed begin gemaakt daarmee.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden