Home

‘Ik geloof niet dat ik hier woon, maar dit is wel mijn bankstel’

‘Waar is mijn dochter?’, vraagt mevrouw Dijkman (87). ‘Waarom word ik hier geholpen door een jongen die ik helemaal niet ken? Mijn dochter kan me toch helpen?’

‘Uw dochter is aan het werk’, roep ik vanuit de badkamer. Ik heb mevrouw Dijkman net geholpen bij het douchen. Terwijl ik de badkamer opruim – vloer droogtrekken, vuile was verzamelen, prullenbakje legen – trekt ze in de kamer mopperend haar kleren aan.

‘Aan het werk? Is haar werk belangrijker dan haar eigen moeder?’ Nu klinkt mevrouw Dijkman huilerig. ‘Ik weet niet eens wie ik ben en mijn dochter gaat gewoon naar haar werk.’

‘U bent mevrouw Dijkman’, roep ik.

‘Misschien moet ik even voor de spiegel gaan staan. Dat ik het dan wel weer weet. Dat zeggen ze immers altijd, als je je iemand niet kunt herinneren: als je haar ziet, weet je het weer.’ Ze is even stil. ‘Ik weet mijn voornaam niet eens.’

Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Deze dramatische scène is echt iets voor mevrouw Dijkman; ze legt het er een beetje te dik bovenop met die spiegel en de snik in haar stem. Ze heeft wel dementie, maar speelt ook graag theater. Maar die laatste opmerking, over haar voornaam, klonk veel kalmer, en daardoor een stuk verontrustender.

Ik kom uit de badkamer en loop naar haar toe. Via de spiegel kijkt ze me aan. De paniek danst in haar ogen. Ze weet het echt niet.

De geheugenproblemen van mevrouw Dijkman kwamen heel plotseling. Op een ochtend stond ze in haar kamer en zei: ‘Ik geloof niet dat ik hier woon, maar dit is wel mijn bankstel.’ Ze streek met haar hand over de beige bekleding. ‘Of het is precies zo’n bankstel.’

De mri-scan liet alzheimer zien in een vergevorderd stadium – veel verder dan je zou verwachten bij iemand die tot voor kort helemaal geen symptomen van de ziekte liet zien.

In de jaren tachtig beschreven onderzoekers voor het eerst dat sommige mensen met vergevorderde alzheimer nog prima functioneren, terwijl anderen in een veel eerder stadium al ernstige geheugenproblemen hebben. Cognitieve reserve is daar een verklaring voor: het vermogen om hersenschade te kunnen compenseren. Mevrouw Dijkman heeft jarenlang op haar reserve geteerd, terwijl de ziekte heimelijk woekerde in haar hoofd.

Mensen met bovenmatige intelligentie hebben een hogere cognitieve reserve. Mevrouw Dijkman leest elke dag de krant en alle wanden van haar kamer zijn van onder tot boven gevuld met boekenplanken – op sommige planken staan de boeken in dubbele rijen. Geschiedenisboeken.

‘Die belangstelling heb ik altijd al gehad. Toen de kinderen klein waren, zat ik in mijn Franse Revolutie-periode. Daar wilde ik alles over weten. Ik las ’s nachts, als de kinderen op bed lagen, en dan ging ik de volgende ochtend pas naar bed, nadat ik de kinderen naar school had gebracht’, vertelde ze eens, en ze schoot toen in de lach. ‘Erg, hè?’

Door haar geheugenproblemen kan ze nu niet meer lezen; aan het eind van de alinea is ze het begin alweer vergeten. Toch neemt haar dochter haar nog vaak mee naar de boekhandel om een boek uit te zoeken, waar mevrouw Dijkman dan dolgelukkig mee is. Mevrouw Dijkman heeft geluk met zo’n dochter. Een heleboel andere mensen zouden zeggen: zonde van het geld, want je leest toch niet meer.

Ik weet mevrouw Dijkmans voornaam ook niet. Eigenlijk moet ik haar naar het ontbijt brengen, maar ik kan haar toch niet aan tafel schuiven zonder dat ze haar voornaam weet?

Ik neem haar mee naar de verpleegpost en help haar in een stoel aan het bureau.

‘Wilt u voortaan liever bij uw voornaam genoemd worden?’, vraag ik, terwijl we zitten te wachten tot de computer is opgestart.

‘Hangt ervan af hoe ik heet.’

Ik log in en pak mevrouw Dijkmans dossier erbij. ‘Leonie. U heet Leonie.’

‘Ja’, zegt ze, en ze kijkt me geamuseerd aan. Licht spottend, zelfs. Alsof ze wil zeggen: dat hoef je mij niet te vertellen. Ze heeft haar voornaam meteen herkend toen ze hem hoorde, en is alweer vergeten dat ze hem was vergeten.

Source: Volkskrant

Previous

Next