Home

Verwacht van het ‘smartphoneverbod’ geen wonderen voor de leesvaardigheid

Sinds 1 januari is het zover: het verbod op mobiele telefoons in het basis- en voortgezet onderwijs gaat in. Hoe zal het gaan? Voor veel leraren zal het een verlichting zijn, niet langer telefoonpolitie hoeven zijn, niet meer het sisyfusgevecht om de aandacht hoeven voeren met apparaatjes die zo zijn ontworpen dat ze het in verleidingskunst altijd winnen. Maar hoe gaan leraren de regels handhaven? Dat kan alleen als de schoolleiding een verbod gedurende de hele schooldag oplegt, ook in de pauzes: telefoons in de kluisjes.

Voor veel pubers, vergroeid met hun telefoon, hun duimlap, hun altijd parate vriend, moet het even een hel zijn. Geen verlokkende piepjes en trillingen, geen bewijs dat je bestaat en ertoe doet. Het zal zoiets zijn als stoppen met roken: de eerste dagen voel je een scheurend gemis, een hunkering die elke andere gedachte verdringt. Pas na enkele weken komt de opluchting: verlost te zijn van de dwingelandij van een verslaving. Scholieren zullen ontdekken hoe het is om écht met je vrienden te praten, te flirten, te voetballen, te discussiëren in de klas.

Nou ja, verbod. Op de website van het ministerie van Onderwijs is sprake van ‘een verbod op mobiele telefoons’, maar dat is snoeverij. Een wettelijk verbod is er niet. Dat durft onze overheid niet aan schoolbesturen op te leggen. In de Kamerbrief die demissionair minister Mariëlle Paul op 11 november naar de scholen stuurde, noemt ze het een ‘hoofdlijnenafspraak’ en dat is het: een rekkelijke afspraak met diverse partijen, de uitkomst van gepolder.

In juli 2023 besloot het ministerie tot een ‘richtlijn’: geen mobieltjes in de klas, tenzij… Want hoewel 73 procent van de leraren (AOb.nl) vóór een landelijk verbod was, waren lang niet alle schoolbesturen dat. Nu hebben de schoolbesturen zich wel aan de richtlijn verbonden. Vluchtwegen zijn er genoeg. Zo mogen smartphones worden gebruikt als dat om ‘educatieve redenen’ nodig is – een rekbaar begrip.

Het overweldigende bewijs, uit de neuropsychologie, kinderpsychiatrie en pedagogie, dat smartphones op school leiden tot slechtere leerprestaties, vooral door de voortdurende afleiding, kon niet worden genegeerd. Smartphonegebruik leidt tot oogafwijkingen en bevordert pesten en depressie. Dat alles was nog vóór de dramatische resultaten van het internationale Pisa-onderzoek, waaruit bleek dat Nederlandse jongeren beroerd lezen en dat een kwart van de 15-jarigen praktisch ongeletterd is. Precies die dingen die Nederlandse leerlingen slecht kunnen – langere teksten begrijpen, verbanden leggen, argumentatie herkennen – zijn gerelateerd aan smartphonegebruik, waarbij tekst zelden langer is dan enkele zinnetjes.

Verwacht van het ‘smartphoneverbod’ geen wonderen voor de leesvaardigheid. Daartoe zul je alle gebruikte lesmethoden op effectiviteit moeten screenen, waarbij vele zullen afvallen. Vervolgens moeten effecten van gedigitaliseerd onderwijs worden onderzocht. Er is sterk bewijs dat digitaal leren, bij ons onbekommerd ingevoerd, tot slechter lezen en schrijven leidt; tekst gelezen van papier wordt ‘dieper’ verwerkt. In de Pisa-landen waar de laptop selectief wordt gebruikt – bij lessen digitale vaardigheid bijvoorbeeld – lezen kinderen beter (ook digitaal). Daarom grijpt het Zweedse ministerie van Onderwijs terug op papieren schoolboeken.

De smartphone verbannen is een goed ding, maar als elke leerling dagelijks een laptop voor zijn neus heeft, kan hij daarop ook plaatjes kijken en filmpjes aanklikken. Dat veranderen is een immense operatie: ons onderwijs is grotendeels ingericht op digitaal lesmateriaal en digitale leerlingvolgsystemen. Er zijn enorme commerciële belangen mee gemoeid. Veel scholen zijn verbouwd met leerpleinen waar leerlingen zelfstandig werken, lekker rustig.

Nog een paar jaar, met veel protest, en dan zal ook dit besef indalen: kinderen leren beter lezen en schrijven van en op papier.

Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.

Source: Volkskrant

Previous

Next