Wie zijn die mensen die zich bekommeren om daklozen en andere mensen die ergens in hun leven tussen de raderen zijn geraakt? Waar halen zij de kracht vandaan om zich als vrijwilliger in te zetten voor deze kwetsbare groep mensen?
De tafels in Aanloophuis De Steiger in Alkmaar staan vol met feestelijke schalen koekjes en bakjes mandarijnen. Het is de laatste maand van het jaar. Er ligt een grote stapel warme sjaals klaar voor alle bezoekers. Veel van hen zijn dakloos en kunnen deze winter dus wel wat extra warmte gebruiken.
Ron ten Wolde (60) en Esther van Draanen (60) zijn liefdevol kibbelend in de weer met de sjaals. Ze raakten negen jaar geleden met elkaar bevriend bij De Steiger en noemen elkaar nu zelfs broer en zus. Op dit moment werken ze allebei als vrijwilliger bij deze ‘huiskamer van Alkmaar’, die bezoekers een luisterend oor, goedkope warme maaltijden en gratis koffie biedt. Dat was ooit precies waar Ron zelf behoefte aan had.
23 jaar geleden overleed zijn vriendin plotseling. ‘Toen ging ik hoeren en snoeren, deed ik alles wat God verboden heeft’, vertelt Ron. ‘De eerste maand heb ik nog huur betaald, daarna niet meer. Dan ben je opeens dakloos. Ik sliep op een bankje in het park en zat zo veel mogelijk in de kroeg, maar bleef wel werken als sloper in de bouw. Bijna niemand wist van mijn situatie, zelfs mijn broer niet. Ik schaamde me. Ik had deze situatie zelf veroorzaakt en ik vond dat ik het zelf moest oplossen.’
Hij heeft nu spijt van die gedachtengang. ‘Soms heb je gewoon hulp nodig. Die vond ik hier. Ik heb twee jaar over straat gezworven, maar nadat ik hier met tegenzin mijn verhaal heb verteld, is het balletje gaan rollen. Er werd nachtopvang voor me geregeld, ik kreeg een bewindvoerder en niet veel later had ik een appartement. Daar woon ik nu nog steeds. Maar ik ben altijd blijven langskomen bij De Steiger. Ik voel me hier meer thuis dan in mijn woning. Dit is mijn familie.’
Dat geldt al helemaal voor zijn ‘zussie’ Esther. Toen Ron nog dakloos was, maakten ze soms al een praatje op zijn bankje in het park. Pas negen jaar geleden kwam Esther voor het eerst bij De Steiger, uit eenzaamheid. Haar partner en twee vriendinnen waren kort na elkaar overleden. Bij een hartverwarmende portie kerrie-banaansoep, een specialiteit van het huis, vond Esther de warmte en het contact dat ze miste. Al snel kende ze alle bezoekers bij naam, en besloot ze zich als vrijwilliger in te zetten. ‘Ik heb nou eenmaal veel liefde te geven.’
Veel van die liefde kwam terecht bij Ron. ‘We hadden een klik. En we vonden elkaar stiekem ook een beetje leuk, hè Ron?’, merkt Esther grinnikend op. Ron knikt. Esther: ‘Maar we zijn allebei te beschadigd, om goed voor elkaar te zijn. Daarom besloten we gewoon vrienden te blijven. Dat blijven we tot ons 90ste, denk ik.’ Ron: ‘Als ik dan nog leef, hoor.’ Esther: ‘En hij heeft nu een hele leuke vriendin. Die weet dat we elkaar broer en zus noemen. Zo zie ik Ron ook echt.’
Ze bekvechten inderdaad alsof ze broer en zus zijn. Esther: ‘We houden van een dolletje. En soms is Ron een beetje nukkig, waardoor ik twijfel of hij nog van me houdt.’ Ron onderbreekt haar: ‘Krijgen we dat weer! Dan heb ik gewoon te veel aan mijn kop.’ ‘Dat is ook mijn eigen onzekerheid’, geeft Esther toe. ‘We hebben allebei een rugzak, dus we snappen van elkaar dat we niet altijd vrolijk zijn. En als ik verdrietig ben, pakt Ron me stevig vast en vraagt hij wie hij in elkaar moet slaan. Ik weet dat hij om me geeft.’
Sinds vijf jaar doen ze ook ‘daklozentours’ voor belangstellenden, waarbij Ron vertelt over zijn ervaringen als dakloze en Esther over het samenleven met een verslaafde partner, die later dakloos werd. ‘Zo proberen we het stigma rondom daklozen tegen te gaan’, legt Ron uit. ‘Het gevoel dat iedereen met een boog om je heen loopt, dat niemand vraagt hoe het met je is, blijft altijd aan je plakken.’ Dat is inmiddels gelukkig wel anders. Esther: ‘Als we elkaar zien, bespreken we alles: mijn hondjes, zijn werk, mijn zoon, zijn relatie. We denken altijd aan elkaar.’
Telkens als er een stadsbus langsrijdt, trilt de vloer van het eenvoudige gebouw van Het Stoelenproject. De nachtopvang voor daklozen midden in Amsterdam bevindt zich direct onder Q-park Europarking. Een van de betonnen pilaren van de parkeergarage staat zelfs in het hart van de ruimte. ‘Bijzondere plek, hè? Laatst werd hier een aflevering van een bekende Nederlandse misdaadserie opgenomen’, vertelt de Marokkaanse Adan (37). Hij verblijft illegaal in Nederland, en wil daarom niet dat zijn echte naam bekend wordt. ‘Maar ik ben niet zo’n fan van die serie. Slechte representatie van mijn landgenoten, vind ik. We zijn helemaal niet zo gewelddadig.’
Adan overnachtte zeven jaar geleden voor het eerst bij Het Stoelenproject, waar hij ook zonder identiteitsbewijs terechtkon. Daar ontmoette hij Eva Knippen (42), die er als vrijwilliger werkt. ‘Eva lacht de hele tijd en denkt altijd in oplossingen: zo iemand merk je vanzelf op. Ze is echt een vriendin geworden, of zelfs een zus’, zegt Adan. Eva: ‘Adan viel op tussen onze bezoekers. Dit is soms best een harde plek en Adan is juist heel zacht. Hij is vriendelijk, staat klaar voor anderen en vraagt nooit ergens om. Daarnaast probeert hij zoveel mogelijk uit zijn tijd te halen, door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk bij de Voedselbank te doen. Ik zie hem echt als een vriend.’
Een andere stichting heeft inmiddels geregeld dat Adan een tijdlang antikraak kan wonen. Toch draait hij nog steeds wekelijks vrijwilligersdiensten bij Het Stoelenproject. ‘Ik wil graag iets teruggeven aan deze plek, die mij zo heeft geholpen. Dat lijkt me wel zo eerlijk’, zegt Adan. Als hij bij Het Stoelenproject is, probeert Eva er ook te zijn. ‘Dan hebben we vaak lange gesprekken. Die kunnen over geopolitiek gaan, maar ook over de band met onze ouders. Ik leer veel van de manier waarop Adan in het leven staat. Hij blijft zo positief, wil altijd anderen helpen, terwijl hij zelf zo veel heeft meegemaakt.’
Adan studeerde in Engeland, toen bleek dat zijn ouders een gearrangeerd huwelijk voor hem bedacht hadden. Ze hadden een Marokkaanse vrouw die in Nederland woonde op het oog. ‘Ik wist dat het verschrikkelijk zou worden, maar je moet je familie respecteren’, verzucht Adan. Dus vertrok hij naar Nederland. Hij had geen Europees paspoort en mocht eigenlijk niet in Nederland verblijven. ‘Daardoor was ik afhankelijk van haar, en dat liet ze me constant merken. Ik werd mentaal misbruikt.’ Meer wil hij niet kwijt over deze tijd. Negen jaar geleden had hij er genoeg van. Hij pakte zijn spullen en vertrok. ‘Gek genoeg voelde ik me vrij. Ik ben liever illegaal en dakloos, dan dat ik met haar woon.’
Hij besloot niet terug te keren naar Marokko. ‘Daar ben ik een loser. Het leven is hier hard, maar in Marokko zou het emotioneel nog veel zwaarder zijn. De hele gemeenschap zal altijd op me blijven neerkijken, als ik terugkom met lege handen. Hier heb ik misschien nog een kans om iets van mijn leven te maken.’
Toen Adan in zijn woning trok, regelde Eva meubilair. ‘Dat doe ik niet voor elke bezoeker’, vertelt ze. ‘Maar ik was zo zo blij voor Adan. Ik probeerde niet voor hem te zorgen, maar ik wilde vieren dat hij nu een huis heeft, door hem een cadeau te geven. In plaats van een fles wijn, gaf ik hem tafels en stoelen.’ Adan: ‘Eva is zo’n lief persoon, ze is iemand die je altijd kunt bellen. Het is trouwens verbazingwekkend dat ze naast haar baan zoveel vrijwilligerswerk kan doen.’
Eva’s betaalde werk is bij een bank. Van die kant van haar leven krijgt Adan minder mee. ‘Het voelt vreemd om Adan te vertellen dat ik een rotdag op werk heb gehad, terwijl zijn problemen zoveel groter zijn.’ ‘Daar heb je natuurlijk ook andere vrienden voor’, reageert hij begripvol. ‘Ik respecteer dat je die afstand wil houden. Dat werkt voor ons.’
Rick (68) en Tobias de Haan (30) laten een afbeelding zien van een kerktoren, die volledig in de steigers staat. ‘Ik hou van bouwprojecten’, vertelt Rick, de maker van de foto, enthousiast in zijn Amerikaans-Engels. ‘Projecten als deze laten zien dat de stad blijft veranderen. Er is altijd iets te zien. Ik kan eindeloos hetzelfde gebouw fotograferen, omdat het licht telkens anders is.’ De foto maakt deel uit van het afstudeerproject van Tobias, die net klaar is met zijn opleiding fotografie aan de kunstacademie. Voor dit project gaf Tobias camera’s aan vier bezoekers van Inloophuis De Kloof in Amsterdam, waar hij vrijwilliger is. Deze bezoekers, die allemaal op straat leven, konden zo hun unieke perspectief op de stad vastleggen. Rick was een van hen.
Dat idee was Rick op het lijf geschreven. Hij neemt al sinds de jaren tachtig foto’s van alles wat hij doet. ‘Daarom maak ik nu ook foto’s van jullie. Dat is allemaal deel van mijn dagboek’, vertelt hij aan de verslaggever. Een deel van die foto’s bevindt zich in de opslag van twee stokoude MacBooks, een ander deel staat op zijn telefoons. Ten slotte heeft hij nog twee schoenendozen vol met foto’s, negatieven en niet-ontwikkelde fotorolletjes, die hij bewaart in een kluisje bij De Kloof.
Tobias en Rick vonden elkaar in hun liefde voor beeld. Sinds een jaar duiken ze bijna wekelijks in Ricks enorme archief, om negatieven uit de schoenendozen in te scannen. ‘Ik weet nog niet of ik ons vrienden zou willen noemen, maar we hebben een erg goede band. Er bestaat normaal gesproken een zekere afstand tussen vrijwilligers en bezoekers. Maar als we met die foto’s bezig zijn, verdwijnt die helemaal. Dan zijn we gewoon twee nerds, die bezig zijn met onze passie. We kunnen eindeloos over fotografie praten.’ Rick onderbreekt hem: ‘Jij bent de nerd hier, hoor. En je snapt niets van je toetsenbord.’
Rick, die opgroeide in Californië, werkte ooit bij Apple, tijdens de begindagen van het bedrijf. Rick: ‘Daarom kan ik Tobias nog het een en ander leren. Hij snapt niets van de command keys van deze Mac.’ Door de foto’s krijgt Tobias een kijkje in Ricks fascinerende leven. Er komen strandfeestjes in Californië, tripjes naar Londen en oude straatbeelden van Amsterdam voorbij. ‘Natuurlijk zitten er, ook voor mij, gaten in Ricks verhaal. Hij blijft een mysterieus figuur’, vertelt Tobias. ‘Maar het is duidelijk dat hij een rijk bestaan heeft gehad.’
Rick woonde een tijd in San Francisco. ‘Daar heb ik nog met Nelson Mandela op een podium gestaan’, vertelt hij tussen neus en lippen door. ‘Ik zorgde ervoor dat zijn apparatuur werd aangesloten.’ Later vertrok hij naar Engeland, waar hij in het prille begin van internet online mensen leerde kennen. ‘Ik verdiende 50 pond per uur, daar kon ik prima van leven. Het waren fantastische tijden. Maar toen kwam ik, 24 jaar geleden, naar Nederland. Het internet was hier nog klein. Bovendien raakte ik mijn paspoort kwijt, en omdat ik geen ID-kaart had of er via familie in de VS eentje kon regelen, kon ik geen nieuw paspoort meer krijgen.’
Hij knoopte jarenlang de eindjes aan elkaar, door Nederlanders te helpen met hun laptops. In die tijd ging hij van woonplek naar woonplek. Tweeënhalf jaar geleden werd hij echt dakloos. Hij loopt regelmatig 16 kilometer op een dag en slaapt vaak buiten. ‘Plekken als De Kloof hebben echt mijn leven gered. Maar ik ben inmiddels op een leeftijd dat ik niet weet hoe lang ik dit bestaan nog kan volhouden’, vertelt hij. Hij wacht op een postadres en een kamer. Deze winter slaapt hij bij Het Stoelenproject, waar hij tenminste droog en warm ligt.’
Fotografie geeft Rick een doel in zijn bestaan. Hij hoopt dat hij zijn foto’s ooit kan exposeren, waarmee hij zijn blik op Amsterdam kan delen. Tot die tijd is er nog genoeg te doen: Tobias en hij hebben naar schatting 160 duizend digitale foto’s om uit te kiezen en nog talloze negatieven die moeten worden ontwikkeld. ‘We genieten van dat proces’, zegt Tobias. ‘Ik ben erg dankbaar voor onze band.’ Rick: ‘Ik ben blij dat jij er ook iets uithaalt. Het is voor mij telkens weer een verademing om met die foto’s te klooien.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden