De geboorte van twee vogeltjes is zelden wereldnieuws. Deze maand haalde de verschijning van twee kiwi-kuikens in Nieuw-Zeeland The New York Times en vele andere media over de hele wereld. Met recht: het was minstens 150 jaar geleden dat in die regio - bij hoofdstad Wellington - jongen van de ‘Nationale vogel’ van Nieuw-Zeeland in het wild werden geboren.
De loopvogel, hier misschien het bekendst omdat Willem-Alexander er in 2016 mee op de foto ging tijdens zijn staatsbezoek aan Nieuw-Zeeland, is een vreemde vogel: vliegen kan hij niet. Hij mijdt de dag, heeft de snorharen van een muis en de poten van een dinosaurus. Zijn neusgaten zitten niet bovenop, maar aan het einde van zijn lange snavel. En inderdaad: hij lijkt een 40 centimeter hoge versie van de gelijknamige vrucht.
Zijn bestaan werd steeds wankeler. Door de mens weer eens. Die had rond 1800 hermelijnen, ratten en andere roofdieren uitgezet tegen de konijnen - op hun beurt óók al een uitheemse soort - die de schapenweiden kaalvraten. De roofdieren lieten van de 12 miljoen kiwi’s destijds tot nu nog maar 68 duizend over.
Een ‘Nationale vogel’ in het nauw, dat vraagt om actie. De roofdieren worden, twee eeuwen nu hun uitzetting, sinds 2016 fel bestreden; in het enige land waar de kiwi voorkomt. Toen bij Wellington de kust veilig leek, zetten beschermers daar 60 wilde kiwi’s van elders uit. Ter beveiliging staan er vijfduizend roofdiervallen om hun heroverde leefgebied.
De roofdieren zijn het haasje, maar de aanpak wierp z’n vruchten af: twee jonge kiwi’s. Een beschermer voelde een verenbolletje in een hol verborgen onder varens, en trok een kuiken naar buiten. ‘Verbijsterd door het daglicht schudde de chocoladekleurige nachtvogel zijn potloodachtige snavel heen en weer’, tekende The New York Times op.
In al z’n onschuld valt deze wederopstanding van de kiwi te zien als een teken van hoop in donkere tijden. Van veerkracht van de natuur, in dit geval met een opkontje door dezelfde mensenhand die eerder - ongewild - de val van de kiwi in gang had gezet. Die hand zien we vaker: dankzij beschermingsmaatregelen, heruitzettingen en het herstel van leefgebieden kan de natuur opveren. Soms redt de natuur het op eigen kracht. Op eigen bodem gingen - onder veel meer - de zeearend, de wolf, de otter, de bever de kiwi voor. De eerste twee op eigen kracht, de laatste twee door herintroductie door de mens.
Zo verschijnen aan de andere kant van de aardbol sprietjes van hoop, in een wereld waar verdorde en vervuilde natuur lijdt onder verlies van biodiversiteit. Voor natuurliefhebbers zijn de kiwi-kindjes vaandeldragers van een betere toekomst. Die kan morgen al beginnen. Ze hoeven alleen nog maar te overleven.
Jean-Pierre Geelen
‘Impossible!’ hadden de Fransen hun president toe geroepen toen Emmanuel Macron beloofde dat de Notre-Dame binnen vijf jaar heropgebouwd zou zijn. De beroemdste kathedraal ter wereld ging in april 2019 bijna geheel in vlammen op – het hart van het land stond in brand, klonk het in Frankrijk.
En kijk nu: het onmogelijke lijkt zowaar binnen handbereik te komen. Nog voor de Kerstdagen prijkt de torenspits weer aan de Seine, pakweg 4,5 jaar na de verwoestende brand. De restauratie als geheel is nog niet voltooid, maar de symboliek van de herrezen torenspits is krachtig. Want hét beeld van de brand dat in het collectieve geheugen staat gegrift, is dat van de puntige eikenhouten toren waarlangs de vlammen gretig omhoog likken tot het geheel in slowmotion naar beneden stort.
Waarom juist dat moment zoveel emotie opriep, was voer voor analisten. Een beeld als dat van de Twin Towers op 11 september, trokken historici de vergelijking. Geschiedenis, geloof en schoonheid gingen samen ten onder. ‘Alsof Parijs werd gecastreerd’, duidde een Franse psycholoog.
Langzaamaan wordt Parijs weer heel, en dat is hoopvol. Toen Frankrijk eerder dit jaar in de ban was van maandenlange protesten tegen de verhoging van de pensioenleeftijd, nam president Macron de Notre-Dame als lichtend voorbeeld. Buiten werd op potten en pannen geslagen, een uitweg uit de politieke en sociale crisis leek onmogelijk. Binnen in de tv-studio wees Macron op de vorderende wederopbouw van de iconische kathedraal: als we samen optrekken, is het onmogelijke mogelijk.
Anders dan bij de hervorming van de pensioenwet, die Frankrijk volgens Macron moest klaarstomen voor de toekomst, is bij de herbouw van de torenspits juist het verleden in ere hersteld. De president wilde de kathedraal aanvankelijk een modern tintje geven. Plannen voor een stadstuin, restaurant of zelfs een zwembad op het dak van de Notre-Dame kwamen voorbij. Uiteindelijk viel de keuze op het plan van ‘terug naar vroeger’, en is de torenspits herbouwd naar het 19de-eeuwse origineel van architect Viollet-le-Duc.
Alsof het goede nieuws van de herstelde torenspits nog niet genoeg was, kwam eind december daar de nieuwe gouden haan nog eens bovenop. Zijn voorganger was bij de brand gehavend. Nadat de aartsbisschop het dier had gezegend, werd het met een hijskraan boven op de torenspits gehesen. In zijn borst onder meer fragmenten van de doornenkroon van Jezus Christus, die in de 13de eeuw door koning Lodewijk IX naar Parijs werd gehaald en bewaard werd in de Notre-Dame.
Ontwerper Philippe Villeneuve gaf de nieuwe haan vleugels van vlammen. Zo is het vuur terug aan de top van de kathedraal, zei hij daarover. ‘Het is een vuur van wederopstanding.’
Eline Huisman
De Duitse verkeersminister noemde het ‘de grootste prijsrevolutie in het openbaar vervoer’. Bondskanselier Olaf Scholz sprak van ‘het beste idee dat we gehad hebben’. Dat zegt wat: Scholz vindt de ideeën van zijn regering altijd al goed.
Als er één positief ding is overgebleven uit de inflatiecrisis, economische crisis, energiecrisis, en andere crises die Duitsland teisterden sinds Rusland Oekraïne binnenviel, dan is dat het Deutschlandticket. Onbeperkt trein-, tram en busreizen voor het bescheiden bedrag van 49 euro per maand. Ter vergelijking: NS vrij reizen kost 353,80 euro per maand, en geldt alleen voor de trein. En dan nog stuit men na een uur of twee, drie, al op een grens of zee. Duitsland is enorm.
Het Deutschlandticket werd vorig jaar geboren uit een compromis tussen de drie regeringspartijen en heette toen nog het 9-euro-ticket. Op het dieptepunt van de energiecrisis van ’22, toen huishoudens hun rekeningen soms met honderden euro’s zagen stijgen, kwam de coalitie met drie tijdelijke tegemoetkomingen. Werkenden kregen eenmalig 300 euro terug van de belasting, autorijders kregen 34 cent subsidie op hun brandstof, treinreizigers mochten onbeperkt door het land reizen voor 9 euro per maand.
Van de eerste twee heeft daarna niemand meer wat gehoord. Maar in het door klimaatrevolutie gegrepen Duitsland smaakte die derde naar meer, ook al kon je er alleen regiotreinen mee pakken – hogesnelheidstreinen zijn uitgezonderd. Goed, hier en daar merkte een verkeershoogleraar op dat het de staat miljarden zou kosten zonder dat het mensen uit de auto zou bewegen. Dat het onder de streep vooral méér reisbewegingen zou opleveren, nu gesubsidieerd. Maar het publiek, en beleidsmakers, bleven overtuigd van het Deutschlandticket. Alleen: wie ging het betalen?
Na veel gesteggel maakte het ticket dit jaar op 1 mei een doorstart als het Deutschlandticket. De federale overheid beloofde 1,5 miljard euro om gederfde inkomsten van vervoerders te compenseren, de zestien deelstaten legden samen hetzelfde bedrag op tafel. In november begon het gesteggel opnieuw, want de kosten voor 2024 worden geraamd op 4,1 miljard. Maar dankzij overgebleven geld uit 2023 zakte het tekort voor komend jaar naar ‘slechts’ 400 miljoen euro, dus zeiden beide partijen: daar komen we wel uit.
En toen zei op 14 december het stadje Stendal boven Magdeburg: wij krijgen te weinig, dus onze bussen doen niet meer mee. Heel Duitsland zag het als een teken aan de wand. Als meer gemeenten volgen, dan is dat ‘de dood van het Deutschlandticket’, zei de Duitse reizigersorganisatie. Regionale media doken op de vraag: zouden bij ons ook individuele plaatsjes zich terug kunnen trekken? Een Deutschlandticket is geen Deutschlandticket meer als de reiziger zich moet bewegen over een lappendeken van rode en groene gebieden.
Maar als een kerstwonder verscheen donderdag 21 december het bericht: Stendal trekt terugtrekking terug. Het Deutschlandticket scheerde wederom langs de rand van de afgrond, maar ook in 2024 blijft heel Duitsland ermee bereisbaar.
De prijs voor de consument echter, daar gaat men het komende jaar nog eens goed naar kijken.
Remco Andersen
Het is 3 uur in de ochtend als Scott Slumpff een melding op zijn telefoon krijgt: een mogelijke brand, ergens in de afgelegen bossen nabij San Diego. Het hoofd van de inlichtingendienst van de Californische brandweer stuurt er direct een team heen, zo vertelt hij aan CNN. Nog geen 45 minuten later is de brand in de kiem gesmoord, voor die kan uitgroeien tot een megabrand zoals steeds vaker voorkomt in de staat aan de westkust van de Verenigde Staten.
De melder? Niet een oplettende wandelaar die het alarmnummer heeft gebeld, niet een commandant die de brand heeft gespot vanaf een uitkijktoren, maar een AI-programma dat de beelden van meer dan duizend camera’s, opgesteld op bergen door Californië heen, afstruint op zoek naar ‘abnormaliteiten’ (lees: rook). Als het algoritme er één identificeert, plaatst het er een rood vierkant omheen, vraagt de brandweerlieden de aanwezigheid van een brand te bevestigen, en geeft de coördinaten van de brandhaard.
Deze zomer begon de Californische brandweer (Cal Fire) met een pilot van het systeem. Voorheen zaten brandweerlieden zelf nog naar de ogenschijnlijke oneindige hoeveelheid camerabeelden te turen, op zoek naar een naald in een hooiberg. Nu geen vierkante ogen meer: zittend achter een groot scherm – alsof ze in de regiekamer van een tv-zender zitten – krijgen ze de waarschuwingen binnen.
Zonder imperfecties is het programma nog niet. Mist, opstuivende stof, stoom uit een geothermische centrale – ‘Je wilt niet geloven hoeveel dingen op rook lijken’, zegt Ethan Higgins, hoofdarchitect van de software tegen The New York Times. Maar elke keer dat het systeem het bij het verkeerde eind heeft, leert het, en wordt het beter.
De resultaten laten in ieder geval niet te wensen over. Volgens Cal Fire is tussen juli en september 40 procent van de branden opgemerkt door de AI-technologie voordat er een 911-melding van was gemaakt. Cal Fire noemt het systeem dan ook een gamechanger en heeft het inmiddels uitgerold in de rest van de staat. Ook Canada en Australië, landen die de afgelopen jaren zwaar getroffen zijn door megabranden, gaan met de technologie aan de slag. Niet voor niets noemde Time Magazine het een van de 200 beste uitvindingen van 2023 (naast onder meer een dierentuin met hologrammen en een zwangerschapstest met behulp van speeksel).
Alle branden gaan ze er in Californië niet mee onderdrukken – er wordt gemikt op 95 procent van alle branden voor ze groter zijn dan 4 hectare. Maar zoals Neal Driscoll, een geofysicus aan de Universiteit van Californië (San Diego), zegt tegen The New York Times: ‘Het succes van dit project zijn de branden waarvan je nooit zult horen.’
Thom Canters
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden