Home

‘Ik kan nog steeds niet helemaal geloven dat ik de enige uit ons gezin ben die nog leeft’

Suzanne van der Fluit (47, psycholoog): ‘Het verhaal van de dood van mijn moeder, dat kan ik vertellen zoals je je bevallingsverhaal vertelt: het was heftig, maar ook mooi en waardevol, het verhaal raakt steeds meer afgerond. Maar de dood van mijn zus, daar heb ik nog steeds geen woorden voor. Wat kun je daar nu van zeggen, iemand van 49 met drie jonge kinderen die zó uit het leven wordt gerukt? Het is het aller- allermoeilijkste in mijn leven om dat te aanvaarden. Soms merk ik dat ik rondloop met een verbijsterde uitdrukking op mijn gezicht, met open mond, zo van: wát? Ik kan nog steeds niet helemaal geloven dat ik de enige uit ons gezin ben die nog leeft.

‘Het verhaal begint in 1995, met de dood van mijn vader, die pas 46 was. Een hartstilstand, totaal onverwacht. Ik was eerstejaars student psychologie in Groningen, mijn vader had me net op kamers geholpen. Vanaf dat moment was mijn studentenleven een stuk minder onbezorgd dan het had moeten zijn, met een moeder die plotseling alleen was, en die eerder al een broer en een zus was verloren. Er kwam een soort verongelijktheid over haar, een zwaarte, die begrijpelijk was, maar die wel op mij drukte.

‘Als ik op zondag voordat ik terug naar Groningen vertrok nog iets wilde opruimen, zei ze: nee, laat maar liggen kind, dan heb ik morgen iets te doen. Dat vond ik erg; hoezeer ik ook mijn best deed, de leegte kon ik niet voor haar vullen. Mijn zus en ik zeiden geregeld: ga bij een club, ga dingen ondernemen, maar nee, dat weigerde ze pertinent. En voor een nieuwe liefde – ze was pas 46 toen mijn vader overleed – heeft ze zich ook nooit meer opengesteld. Toen we eens spraken over wat je boven je rouwkaart zou willen hebben, zei ze: ‘I am free.’ Dat was wel kenmerkend voor hoe ze in het leven stond.

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl

‘In 2015 kreeg ze de diagnose uitgezaaide kanker. Ze was er al snel rustig onder; twee keer heeft ze chemo gehad, maar daarna was het voor haar klaar. ‘Ik ben geen speldenkussen’, zei ze. Tot het uiterste gaan met behandelingen wilde ze niet.

‘Haar prognose was een jaar, en daar kon ze zich goed aan overgeven. Dat jaar is eigenlijk een van de mooiste perioden van haar leven geweest, met alle zorg voor haar van de mensen om zich heen. Ik ging elk weekend naar haar toe. Op vrijdagmiddag duwde ik mijn vriend onze twee kinderen in de armen, de jongste was pas 1, en dan knalde ik vanuit Groningen over de Afsluitdijk naar Noord-Holland. Onderweg zat een heel goede Chinees waar ik altijd ajam ketjap afhaalde – ook toen het gerecht van de menukaart af ging, maakten ze het nog voor ons. Dat aten we dan op vrijdagavond samen op en dan kletsten we.

‘Op zaterdag kletsten we nog meer. Zo was de rolverdeling die ze wilde: met mijn zus dééd ze dingen – boodschappen, snoeien in de tuin – en met mij praatte ze, dan zat ze echt te dirigeren, ik mocht beslist niets doen. In de loop van zaterdag ging ik meestal weer naar huis. Later, toen ze bedlegerig werd, bleef ik twee nachten, zo heb ik dat tot het einde toe gedaan.

‘Op een ochtend belde mijn zus: kom maar naar mama, het gaat slecht met haar. Met zijn vieren, onze mannen kwamen ook, hebben we aan haar sterfbed gezeten. Ze is in slaap gevallen en om 1 uur ’s middags rustig overleden. Dat is een van de belangrijkste momenten in mijn leven geweest. Niet eens zozeer voor mezelf, maar voor haar: zo veilig en geliefd was ze, omringd door de mensen van wie ze hield – heel anders dan mijn vader, die in zijn uppie in zijn auto langs de snelweg is gevonden. Die was toen hij stierf helemaal alleen.

‘Mijn moeder was pas 67, maar toch kon ik haar dood vanaf het begin accepteren. Ik mis haar natuurlijk, maar omdat zij er zo duidelijk vrede mee had, heb ik dat ook. ‘I am free’ hebben we niet boven haar rouwkaart gezet, dat zou niet iedereen begrijpen. Maar toen ik de middag van haar overlijden met mijn zus op zoek was naar adressen, vonden we in een doos een briefje met een passende tekst die ze eens had opgeschreven: ‘Degenen die ik liefheb, verlaat ik, om degene die ik liefhad terug te vinden.’ De aanvaarding die daaruit spreekt, voelde ik zelf ook.

‘Nu vormden mijn zus en ik het kerngezin; doordat we samen het huis hebben leeggeruimd, werden we nog hechter dan we al waren. Wij moesten nu samen de familietradities voortzetten met onze gezinnen, en dat deden we in de vorm van Sinterklaas en Kerst vieren en met zijn allen af en toe een weekend weg.

‘In 2019 ben ik met mijn gezin naar Doha, Qatar verhuisd omdat mijn vriend – nu mijn man, want in dit soort landen moet je getrouwd zijn – hier voor zijn werk naartoe kon. Als mijn moeder nog had geleefd, had ik vast getwijfeld, me schuldig gevoeld, maar nu konden we vol overgave ja zeggen tegen dit avontuur. En mijn zus kwam ons natuurlijk opzoeken. Ze zag er slecht uit, ze was afgevallen en ze had een naar kuchje. Ontzettend foute boel, leek mij. We hebben haar nog een mooie week kunnen geven hier; na thuiskomst kreeg ze een aantal medische onderzoeken waarvan ze de uitslag niet heeft gehaald. Twee dagen voor de afspraak in het ziekenhuis heeft haar hart het begeven en is ze op straat in elkaar gezakt.

‘De grootste verschrikking is dat natuurlijk voor haar, haar man en hun kinderen. Voor mij betekent het niet alleen dat ik mijn zus kwijt ben, maar ook dat ik nog de enige ben van ons hele gezin. En nu, hier, in Qatar, voelt dat vaak zo onwezenlijk: niemand hier kent mijn familie en andersom zal mijn familie nooit weten hoe ik hier leef, wat ik beleef. Het lijkt soms of het me definieert dat ik de enige nog ben. Of ik een wond met me meedraag die je niet op mijn voorhoofd ziet zitten, maar die wel alles bepaalt.

‘Ik sta van nature in de ja-stand, kan erg genieten van dingen. En nu helemaal is er het besef: ik moet de krenten uit de pap halen. Met een vriendin die ook van dance houdt, ben ik onlangs voor twee dagen naar Ibiza gevlogen omdat onze jeugdheld Tiësto daar optrad. Normaal zou ik me daar een tikje schuldig over voelen, nu gun ik het mezelf. Het leven gaat door, en hier in Doha schijnt elke dag de zon, dat is heerlijk. Maar als een van mijn jongens – Jim is 9, Luuk is 11 – hier in het op belonen gerichte schoolsysteem Star of the Week wordt, is er niemand in Nederland die ik daar even een fotootje van stuur. Naar vrienden doe je dat niet, dat staat zo opschepperig. Dat doe je alleen naar je moeder en je zus.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next