Ik heb voor 2024 drie goede voornemens gemaakt: eentje voor mezelf, eentje voor een concrete kwetsbare ander, en eentje voor de samenleving.
Ik hoor de cynicus al lachen: goede voornemens werken niet! Goede voornemens zijn voor zwakke mensen die al lang hun problemen hadden kunnen oplossen als ze wat daadkrachtiger waren. Met goede voornemens houden we onszelf alleen maar voor de gek. De cynicus schenkt zichzelf nog eens in, en lacht eens hartelijk om de mensen die goede voornemens maken.
Over de auteur
Ingrid Robeyns is hoogleraar ethiek van instituties aan de Universiteit Utrecht. In de maand december is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dit hippe cynisme onderschat de kracht van het rituele karakter van goede voornemens. Ja, de cynicus heeft gelijk dat we op elke dag van het jaar goede voornemens kunnen maken. Voor goede voornemens hebben we vooral een moment van rust en reflectie nodig, om eens goed in de spiegel te kijken en ons af te vragen wat we anders willen met ons leven.
Maar dat kan uiteraard ook prima op een ander moment, zolang we er maar de nodige mentale ruimte voor hebben. Er zijn legio mensen die van hun zomervakantie terugkomen en zich voornemen meer te gaan sporten of een andere baan te gaan zoeken. Maar de periode rond Kerstmis en Nieuwjaar is voor velen ook een moment van verstilling, en dus een prima moment voor reflectie over wat we anders zouden willen in ons leven.
De cynicus heeft ook gelijk dat we er niet komen als we de goede voornemens enkel formuleren. Er is meer nodig om te slagen. Maar het duurt slechts een paar minuten om op internet te vinden wat het recept voor succes is: maak niet te veel voornemens; vertaal ze in kleine, concrete actiepunten; voer je voornemens het liefste samen met anderen uit of zoek een andere manier om iemand te laten meekijken en je aan te moedigen; en beloon jezelf voor de gedragsverandering die nodig is.
Meestal gaan goed voornemens over onszelf. We willen stoppen met roken, minder drinken, afvallen, meer sporten, minder werken, een andere baan, een nieuwe opleiding. Maar we kunnen ook voornemens maken die niet primair over onszelf gaan, ook al blijven wij wel de persoon die aan zet is.
Dit tweede soort voornemens gaat over dingen die we kunnen doen om iets te betekenen voor een concrete andere persoon die onze steun kan gebruiken. We nemen dat drukke nichtje, of het zorgbehoevende kind van vrienden een paar keer per jaar een dag onder onze vleugels zodat de ouders wat rust hebben. We lopen eens per week langs bij die eenzame buurvrouw wat verderop in de straat.
We bieden de buurjongen ‘met enige afstand tot de arbeidsmarkt’ aan om mee te denken en ons netwerk in te schakelen om een gepaste baan te vinden. In sommige gemeenschappen en buurten is dit wellicht vanzelfsprekend, maar in minder hechte buurten kan dit ook ontstaan — gewoon, doordat iemand een eerste stap zet.
De derde groep voornemens gaan over de samenleving als geheel. Het voorbije jaar, maar al helemaal sinds de verkiezingen, ging het in het publieke debat vaak over de verharding in de samenleving, over polarisatie, over hoe we iedereen weer bij elkaar brengen, over hoe we dit tij kunnen keren. We kunnen niet achteroverleunen en hopen dat 2024 ons een beter Nederland en een betere wereld brengt: dat zullen we toch zelf moeten doen, want de overheid heeft zichzelf de voorbije decennia steeds meer buitenspel gezet.
Een voornemen voor de samenleving kan veel vormen aannemen – en ongetwijfeld is er voor iedereen iets passends. Het kan door vrijwilligerswerk. Door donaties aan effectieve goede doelen. Door lid te worden van een politieke partij die de democratie en de rechtstaat beschermt, of van organisaties die opkomen voor mensenrechten of andere zaken waar we nog elke dag voor moeten knokken.
Door te onderzoeken of activisme iets voor ons is en het eens uit te proberen. Door een non-fictieboekenleesclub te starten en zo op een systematische manier het gesprek over politieke thema’s aan te gaan, ook met mensen van buiten onze eigen vriendenkring.
Het mooie is dat die inzet voor de samenleving niet alleen een goed gevoel geeft en het leven waardevoller maakt, maar vaak ook leidt tot hechte vriendschappen. En daar kan zelfs de cynicus niets tegen inbrengen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant columns