De Nederlandse landbouw stevent na 1 januari af op een mestcrisis die een groot aantal boeren mogelijk de kop gaat kosten. De gealarmeerde Tweede Kamer eist snelle oplossingen van verantwoordelijk minister Piet Adema. Maar daar zit nou net het probleem.
Zeker acht Kamerfracties hingen aan de noodklok in het laatste plenaire Kamerdebat voor het kerstreces. ‘Ik denk dat wij in alarmfase één zitten’, waarschuwde NSC-Kamerlid Harm Holman. De landbouwwoordvoerder van BBB, Cor Pierik, constateerde dat de sector ‘in de fik staat’. Pieter Grinwis (ChristenUnie) sprak van ‘een strop om de nek’ van de Nederlandse veehouderij.
Deze paniekerige opmerkingen gaan over dreigende mestproblemen voor boeren. De landbouwwoordvoerders in de Tweede Kamer worden sinds een paar weken bestookt met noodkreten uit de sector, die zich overvallen voelt door de strenge mestbeperkingen die Adema op 6 december aankondigde. Die maatregelen betekenen dat duizenden boeren vanaf 1 januari minder dierlijke mest over hun land mogen uitrijden dan ze gewend waren. In 2025 en 2026 worden die mestnormen nog verder aangescherpt.
Adema legt de mestverspreiding op Nederlandse akkers en weilanden niet op eigen initiatief aan banden. Hij is daartoe gedwongen door de Europese Commissie, die zich grote zorgen maakt over de waterkwaliteit in Nederland. Het Nederlandse oppervlakte- en grondwater bevat al jaren veel te hoge concentraties nitraat en fosfaat. Die vervuiling is voor een belangrijk deel het gevolg van het overvloedige gebruik van meststoffen in de landbouw.
Voor Nederland hakken de Europese milieuregels er extra hard in, omdat Nederlandse veehouders sinds 2006 een groot mestvoordeel (derogatie) genieten in vergelijking met boeren uit de meeste andere EU-lidstaten. Ze mogen 35 tot 47 procent méér mest per hectare uitrijden dan boeren zonder derogatie. Omdat het afvoeren en verwerken van mest zo duur is, geeft dat Nederlandse veehouders een kostenvoordeel.
Maar die derogatie wordt tussen 2023 en 2026 geleidelijk afgebouwd, omdat de Nederlandse landbouw zich slecht aan de Europese milieuregels houdt. In de afgelopen decennia constateerde de Commissie keer op keer dat Nederland een loopje neemt met de milieuvoorschriften uit Brussel. Uit meerdere onderzoeken blijkt bijvoorbeeld dat er grootschalig gefraudeerd wordt met de mestboekhouding van veehouderijen en mestfabrieken. De kans is daarom groot dat er in Nederland veel meer mest wordt uitgereden dan de officiële cijfers aangeven.
Dat boeren vanaf volgend jaar minder drijfmest over hun land mogen uitrijden stelt vooral melkveehouders voor problemen. Varkens- en pluimveehouders zijn al gewend dat ze het overgrote deel van hun mest moeten afvoeren. Het afvoeren van overtollige mest – naar het buitenland of naar een mestfabriek – kost veel geld. Melkveehouders bezitten over het algemeen meer eigen grond, waarop ze het grootste deel van hun koeienmest gratis kwijt konden. Vanaf volgend jaar moeten ook zij een steeds groter deel van hun mestoverschot tegen hoge kosten laten verwerken of exporteren.
Het Nederlandse Centrum voor Mestverwaarding (NCM) rekende Het Financieele Dagblad voor dat het mestoverschot de komende drie jaar zal vervijfvoudigen door de mestbeperkende maatregelen. Door dat extra aanbod kan de prijs die veehouders moeten betalen om van hun mest af te komen stijgen van 25 euro per ton naar 40 tot 50 euro per ton, denkt het NCM. ‘Dat wordt een kostenpost die veel boeren niet kunnen dragen’, zegt NCM-directeur Jan Roefs in het FD. Melkveehouders zullen duizenden tot tienduizenden euro’s per jaar meer kwijt zijn aan mestafvoer.
Meerdere parlementariërs spraken in het Kamerdebat hun afschuw uit over een dreigende ‘koude sanering’ in de veehouderij. De Tweede Kamer droeg Adema per motie op om binnen twee maanden met oplossingen voor de mestcrisis te komen. De belaagde minister temperde echter de verwachtingen. ‘Er is maar één oplossing mogelijk: dat er een heleboel geld naar de landbouwsector toe moet. Andere oplossingen zijn er op dit moment echt niet’, antwoordde Adema. Om vervolgens ook die oplossing meteen te torpederen: directe inkomenssteun aan noodlijdende boeren, boven op de al uitgedeelde Europese landbouwsubsidies, is volgens de EU-regels niet toegestaan.
Adema is wel bereid de grenzen op te zoeken om de Kamermeerderheid tegemoet te komen. Zo tuigt zijn ministerie een forse subsidieregeling op voor jonge boeren die het bedrijf van hun ouders willen overnemen. Ook staat er 120 miljoen euro subsidie klaar voor veehouders die het hardst getroffen worden door de afbouw van de derogatie. Maar al die subsidies zullen de kostenstijging niet voor alle boeren kunnen opvangen, is de verwachting.
Los van mogelijke prijsstijgingen dienen zich nog andere problemen aan op de afzetmarkt voor dierlijke mest. Zo is Duitsland de laatste jaren veel kritischer gaan kijken naar de mest die het uit Nederland importeert. De Duitse inspecties zijn aangescherpt, nadat in 2018 bleek dat bij een derde van de mesttransporten uit Nederland het papierwerk niet in orde was. Bovendien moet ook Duitsland strengere mestregels invoeren, omdat de Europese Commissie dit jaar met sancties dreigde vanwege de beroerde waterkwaliteit in Noordrijn-Westfalen.
Naast het buitenland zijn mestfabrieken het belangrijkste afzetkanaal voor dierlijke mest. Nederland telt enkele honderden met miljarden euro’s gesubsidieerde biogasinstallaties, waarin dierlijke mest wordt verbrand voor de productie van ‘groen gas’. Ook in deze branche wordt veel gesjoemeld.
In zogenoemde co-vergisters wordt 50 procent dierlijke mest gemengd met ander afval, voordat er biogas van wordt gemaakt. Formeel mag dat andere afval alleen bestaan uit niet-vervuilde dierlijke en plantaardige resten. Maar criminelen gebruiken deze mestvergisters ook om illegaal afval, waaronder drugsafval, weg te werken. Bij een inspectie van circa acht jaar geleden bleek dat 75 procent van de tussenhandelaren die mest en ander afval aan mestvergisters leveren de regels overtrad, waaronder alle vier grootste tussenhandelaren.
‘Het gebruik van niet-toegestane afval- en reststoffen leidt tot ernstige risico’s voor de volksgezondheid’, staat in een intern ambtelijk ‘signaal’ uit 2016 dat dankzij een WOB-verzoek openbaar werd. Het residu dat achterblijft bij de productie van biogas, het digestaat, wordt namelijk vaak als meststof over akkers uitgestrooid. Daardoor komt het via voedingsgewassen of via het vlees van de dieren die deze gewassen eten in de menselijke voedselketen terecht.
Het ministerie van Landbouw heeft weinig met dit bestuurlijke signaal gedaan, vermoedelijk omdat de mestfabrieken essentieel zijn voor het wegwerken van het Nederlandse mestoverschot. ‘Co-vergisting blijft gevoelig voor fraude’, schrijven de Nederlandse opsporingsdiensten in een rapport uit 2021. ‘De signalen die wij krijgen, nemen niet af.’ Nog dit jaar constateerden inspectiediensten zware overtredingen bij 27 van de 33 mestvergisters in de drie noordelijke provincies. In het digestaat van 23 van deze mestfabrieken trof de milieu-inspectie amfetaminen aan en in 27 gevallen zware metalen als zink en koper.
De oorzaak van de vervuiling is niet bekend, maar de aanwezigheid van amfetaminen wijst op criminelen die drugsafval mengen met dierlijke mest, om dat vervolgens in een mestfabriek te verbranden. De inspectiediensten sluiten niet uit dat het met zware metalen en drugs vervuilde digestaat in het milieu en de menselijke voedselketen terecht is gekomen.
De betrapte mestfabrieken zijn voorlopig stilgelegd, en dat was aanleiding voor Kamervragen van de VVD en de BBB. De teneur van die vragen is niet zorgen over de risico’s voor de volksgezondheid, maar zorgen over de gevolgen voor de landbouw. Kamerleden Caroline van der Plas (BBB) en Thom van Campen (VVD) wilden vooral van minister Adema weten wanneer de fabrieken weer open kunnen, want de mestkelders van veehouders moeten leeg. Die situatie is nog nijpender nu de derogatie verdwijnt.
NSC’er Harm Holman opperde tijdens het Kamerdebat dat boeren nu (nog meer?) mest illegaal zullen uitrijden, tenzij de minister financiële of praktische oplossingen biedt voor het oplopende mestoverschot. Adema sputterde nog tegen dat veehouders het vervallen van de derogatie toch lang en breed hadden kunnen zien aankomen, omdat de Europese Commissie daar al enkele jaren op aanstuurde.
Maar Nederlandse boeren lijken er inmiddels aan gewend geraakt dat de overheid hen te hulp schiet, en hebben daarom niet op de maatregel geanticipeerd. De enige hoop is nu dat de vrijwillige uitkoopregelingen voor veehouders met een hoge stikstofuitstoot een deuk slaan in de landelijke mestproductie.
Source: Volkskrant