Home

De beste tijdrit ooit: reconstructie van de cruciale dag in het wonderjaar van Jumbo-Visma

Nog vijf tellen, dan is het precies vijf uur dinsdagmiddag 18 juli in het Franse Alpenstadje Passy en gaat Jonas Vingegaard, renner van het Nederlandse Jumbo-Visma, op weg voor een tijdrit van slechts 22 kilometer en 385 meter. Het is de enige race tegen de klok in de grootste wielerkoers van het jaar, de Tour de France.

Ondanks de drukkende warmte staat het publiek rijendik langs de hele route. De zon laat zich niet zien, het parcours is droog. ‘Vingegaard’ schalt het over het kleine bedrijventerrein waar het startpodium staat. De klassementsleider, geheel in het geel, vertrekt als laatste.

Zijn ogen zijn door het spiegelende vizier niet te zien, maar zijn korte ademstoten en het almaar bevochtigen van zijn lippen met zijn tong verraden spanning. De vingers van de starter tellen af, dan komt Vingegaard uit het zadel, rolt van het podium en zet zich trekkend aan de stuureinden in beweging. De 32 minuten en 36 seconden die volgen, vormen volgens de afgezwaaide specialist Tom Dumoulin de beste tijdrit ooit gereden.

In een gewone etappe kunnen vijftig renners zomaar besluiten het tempo omhoog te gooien. Dan kan Vingegaard het zich niet veroorloven om ze te laten gaan. Hij moet zich aanpassen aan de dynamiek van de koers.

Maar een tijdrit is volledig te plannen, met de vorm van de dag als enige onzekere variabele. Onze wetenschappelijke voorbereiding gaat verder dan bij andere ploegen, vermoeden ze bij Jumbo-Visma. Simulaties in windtunnels, rekenmodellen op basis van jarenlang verzamelde prestatiedata van een renner, voeding, materialen; geen variabele blijft ongemoeid. Want met een tijdrit, hoe kort ook, kun je een grote ronde winnen.

Jumbo-Visma (nu Visma-Lease a Bike) won het afgelopen wonderjaar als eerste wielerploeg alle drie de grote ronden. Alle ingrediënten van ons succesrecept zitten in de luttele 22 kilometers van de tijdrit in de Tour, concluderen head of performance Mathieu Heijboer, ploegleider Grischa Niermann en sportvoedingsdeskundige Martijn Redegeld.

Maandenlang heeft prestatiemanager Heijboer het parcours van de tijdrit op alle mogelijke computerschermen bekeken, zonder er zelf naartoe te gaan. Hij heeft met modellen gerekend, windtunneltesten gedaan, data van Vingegaards eerdere tijdritten gewogen en nu neemt hij het definitieve besluit: we doen geen fietswissel.

De Wissel houdt de ploeg al maanden bezig: moet onze Jonas, als de weg 6,3 kilometer voor de finish gedurende 3 kilometer eerst 7,5 en dan 11 en 10 procent omhoog gaat, van zijn zware tijdritfiets af en overstappen op een lichte klimfiets, ja of nee? Wint hij daarmee bergop meer tijd dan dat hij met het af- en opstappen verliest?

Een fietswissel, berekent Heijboer uiteindelijk, zal alleen maar tijd kosten. We kunnen beter de tijdritfiets zo licht mogelijk maken. Hoe? Daar mag iedereen bij Jumbo-Visma over meepraten.

Alle topploegen in het wielrennen, inclusief concurrent UAE van Tadej Pogacar, hebben experts en wetenschappers op allerlei terreinen. Ons succes, vermoedt Jumbo-Visma, zit hem in het ontbreken van hiërarchie. Chauffeurs, masseurs, mecaniciens, koks, trainers, ploegleiders, medici, ingenieurs: iedereen brengt wat in in het collectief. Er zijn bij ons geen eilandjes, is de overtuiging.

De gezamenlijke opdracht voor die 18de juli is een lichtere tijdritfiets om de liefst 636 verticale hoogtemeters te overwinnen. De ploeg puzzelt circa 600 gram gewichtsbesparing bij elkaar: een ongelakt frame, lichtere pedalen, afgevijlde schroefjes en geen bidon.

Over dat laatste is veel overleg. Jonas kan wel zonder die twee à drie slokjes onderweg, schat de voedingsdeskundige uiteindelijk. Is ook veiliger, want dan hoeft hij niet met een hand van het stuur en is er geen bidon die uit zijn houder kan stuiteren en onder het achterwiel kan komen.

Intussen boetseren Heijboer en aerodynamica-specialisten aan renner en tijdritfiets als één geheel. Net als de beste Nederlandse tijdrijder ooit, Dumoulin, heeft Vingegaard een bult op de rug. Dat nadeel wordt een voordeel als een helm een eenheid vormt met die bochel. De Deen krijgt een helm die is gemodelleerd naar de lichaamscontouren van oud-ploeggenoot Dumoulin.

Vingegaard en de man die hem na een tip van een bevriende ploegleider naar het team haalde, Grischa Niermann, zitten samen in de auto en rijden het tijdritparcours. Eigenlijk had de renner op de fiets voor de auto uit moeten rijden, maar de verkenning valt samen met een rustperiode voor Vingegaard en daarin past zelfs een stukje fietsen niet.

Voordeel is dat de twee voortdurend tegen elkaar kunnen zeggen wat opvalt aan de route. Eerder had Heijboer het parcours al opgedeeld in acht delen, elk met een eigen karakteristiek; geleidelijk omhoog, steil omhoog, een vlak stuk met dan weer wind mee, dan weer wind tegen.

Elk segment komt met een advies. Niet hoeveel watts Vingegaard moet trappen, maar hoe het moet voelen op de ‘ervaren mate van inspanning-schaal’. Die loopt van ‘rustig fietsen’ via ‘nog net kunnen praten’ tot ‘maximaal 3 minuten vol kunnen houden’.

‘Als ik zeg dat hij in een klim 400 watt moet trappen’, redeneert Heijboer, ‘doet Jonas zichzelf misschien tekort als hij een goede dag blijkt te hebben, of blaast hij zich op bij een slechte dag.’

Vooral een uitdaging is de 3,7 kilometer lange afdaling op eenderde van de tijdrit. Die bevat 25 bochten, tellen Vingegaard en Niermann. In een tijdrit maakt de mate waarin je risico durft te nemen in de bochten altijd het verschil, houdt de ploegleider zijn renner voor. Daar pak je je winst, of verlies je.

Per bocht maakt Niermann een aantekening. In de meeste, besluiten ze in de auto, kan Vingegaard in de beugels blijven. In drie bochten moet hij uit die liggende houding en wat rechtop gaan zitten, zijn handen op de stuuruiteinden plaatsen en zijn vingers bij de remmen om ze desnoods even kort aan te tikken.

Als ze het laatste deel in de auto hebben afgelegd, de korte, steile klim met daarna tot de finish 3 kilometer ‘vals plat’, zien Vingegaard en Niermann bevestigd wat Heijboer thuis op z’n computer had gezien: een fietswissel is een heel slecht idee. Want die laatste, bijna onzichtbaar stijgende kilometers wil je niet bijna rechtop zittend op een klimfiets afleggen, maar liggend op een snelle tijdritfiets, ook al is die zwaarder.

De voor de Tour geselecteerde renners van Jumbo-Visma zijn zoals gebruikelijk op hoogtestage in de Spaanse Sierra Nevada. Ze moeten op elkaar ingespeeld raken volgens het Jumbo-Visma-recept: trainingskamp na trainingskamp met een monomaan trainen-eten-slapen-regime. Dat is de beste voorbereiding voor de koersen die ertoe doen. Wedstrijden, luidt de standaardgrap onder de coaches, zijn een hinderlijke onderbreking van ons trainingsprogramma.

In een van de afgehuurde appartementen neemt de ploegleiding etappe voor etappe de strategie door. De nadruk ligt op de derde en laatste Tourweek, die op dinsdag begint met de tijdrit. Op die dag moet Vingegaard proberen tijd te winnen op, vermoedelijk, Pogacar. De race tegen de klok is ook op het lijf van de Sloveen geschreven.

‘De dag voor de tijdrit is een rustdag’, zegt Heijboer met een glimlach, ‘maar niet voor jou, Jonas.’ Wielrenners en andere sporters, weet Heijboer, kunnen zich bij een inspanning op de dag na een rustdag heel slecht voelen. Als dat Vingegaard overkomt, gaat zijn tijdrit onherroepelijk de mist in. Want die is te kort om zich onderweg nog te verbeteren.

De oplossing: geen rustdag voor Vingegaard. Hij zal die dag een pittige training op het tijdritparcours afleggen, besluit de ploegleiding. ‘Dan weet je dat vast, Jonas.’

De tijdritfiets van Vingegaard is lichter gemaakt, nog meer winst is te halen bij de renner zelf. Ook bij Vingegaard moeten er onsjes af zonder dat hij vermogen inlevert. Vergelijk het met een Formule 1-auto, zeggen de foodcoaches. Max Verstappen krijgt ook precies genoeg brandstof mee voor een kwalificatierondje.

Elk menselijk lichaam bevat vochtvasthoudende afvalstoffen die eruit moeten worden gepoept en geplast. De opdracht aan Vingegaard is om zijn darmen en blaas zo veel mogelijk te legen voordat hij op zijn tijdritfiets stapt. ‘Performance nutritionist’ Martijn Redegeld helpt hem daarbij door twee dagen tevoren de vezels uit het menu te schrappen. Tijdelijk komen witbrood en rijst met een omeletje of kipfilet in de plaats van groenten en volkorenbrood.

Zo’n vezelarm menu is voor een lange, zware bergetappe zoals op deze dag, de 16de, absoluut taboe. Maar zodra die rit erop zit, kan de voedingsdeskundige zijn tijdritdieet aanbieden. Redegeld komt de rustdag van morgen heel goed uit. Het geeft hem de tijd om Vingegaard bijna een kilo lichter te maken. Loos gewicht dat de renner niet omhoog hoeft te rijden.

Een tijdrit mag dan goed te plannen zijn, hij wordt niet uitgevoerd door een robot uit Denemarken, benadrukt iedereen die met hem werkt. Vingegaard vraagt voortdurend naar het waarom van alles wat hem wordt aangeboden. Zo gelooft hij niet in voedingssupplementen die, bijvoorbeeld, cafeïne bevatten. In plaats daarvan zal hij vlak voor de tijdrit een paar dubbele espresso’s achteroverslaan.

Maar is hij eenmaal van een keuze overtuigd, dan doet Vingegaard precies wat de ploeg van hem vraagt.

Dit kan niet kloppen, zegt het personeel van Jumbo-Visma tegen elkaar. Ze staan her en der verspreid over het parcours naar tv- en telefoonschermen te kijken: in de ploegbus bij de start, bij de finish en langs de kant. Bij de eerste tijdwaarneming, na 7,1 kilometer, heeft Vingegaard al 16 seconden op Pogacar gepakt. De een denkt aan een verkeerd ingedrukte stopwatch, de ander vreest dat hun man in het geel te onstuimig van start is gegaan.

Niermann ziet dat het geen van beide is. Hij rijdt in de auto achter Vingegaard en voelt dat de renner een topdag heeft. Vingegaard zelf ook. Hij merkt het aan het gejuich van het publiek en hij ziet het in zijn ooghoek op de enorme schermen langs de kant. Hij denkt dat zijn vermogensmeter stuk is, omdat die een hoger wattage aangeeft dan hij zich had voorgenomen te trappen. Achter hem denkt Niermann: ‘Gelukkig houdt Jonas zich niet aan het tempo dat we hem adviseerden.’

De afdaling met de 25 bochten begint. Op een scherm voor hem ziet Niermann zijn aantekeningen langskomen. In zijn oor hoort Vingegaard bocht na bocht instructies, ook voor die drie waar hij uit de beugels moet. De renner vaart blind op zijn ploegleider, want met hartslag 200 kan Vingegaard zich niet elke bocht voor de geest halen. ‘Zelfs niet als hij hier zijn hele leven had gewoond’, denkt Niermann.

Pogacar, twee minuten voor Vingegaard gestart, verbaast iedereen als hij op de Route du Chef Lieu in Domancy van fiets wisselt. Dat pakt slecht uit. Op de steile klim waar de Sloveen met zijn klimfiets het verschil had willen maken, verliest hij mede door het af- en opstappen 34 tellen.

In tegenstelling tot Pogacar werkt de man in het geel vrijwel de hele tijdrit in liggende houding af, ook als de weg omhoog loopt. Pas als daar de snelheid zo laag wordt dat het aerodynamisch voordeel wegvalt, komt Vingegaard overeind. Meer rechtop kan hij makkelijker vermogen op de pedalen zetten.

Als de helikopter de twee mannen, de jager en de prooi, in één shot vangt, voelt Heijboer een siddering door zijn lichaam trekken. Hij beseft: de 1 minuut en 38 seconden waarmee Vingegaard Pogacar verslaat, staat in geen enkel plan, scenario of strategie.

Het lukt Niermann in de laatste kilometers niet meer om Vingegaard zakelijk aanwijzingen te geven. In zijn enthousiasme schreeuwt hij in diens oor: ‘Vandaag win jij de Tour!’

De dag na de tijdrit wint Vingegaard de Tour definitief. Pogacar heeft op weg naar de Col de la Loze een unieke offday en verliest nog eens 5 minuten en 45 seconden op de Deen die in Parijs op de hoogste trede staat.

Bij Jumbo-Visma evalueren renners en ploegleiders elke etappe, dus ook de tijdrit. Er komt niet veel van terecht, want niemand kan kritiekpunten bedenken. Vingegaard zegt in elke microfoon dat hij op 18 juli tussen Passy en Combloux zijn beste dag ooit op de fiets heeft beleefd.

Drie dagen na Parijs viert de ploeg de Tourzege op het hoofdkwartier in Den Bosch. Daar blijkt Vingegaard een missie te hebben. Aan iedereen bij Jumbo-Visma die er iets over te zeggen heeft, stelt de Tourwinnaar dezelfde vraag: ‘Mag ik de tijdritfiets houden?’ Als je van je beste dag ooit op de fiets spreekt, vindt Niermann, is het logisch dat je die fiets wilt hebben. Jonas zal hem in de woonkamer aan de muur willen hangen, denkt de ploegleider. ‘Als dat van zijn vrouw mag.’

Over de auteur

Robert Giebels schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1. Hij was correspondent in Azië, schreef over economie en won als politiek verslaggever de journalistieke prijs De Tegel.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next