Ik dacht niet dat het druk zou zijn, want het was maar een Franse film. Van het merk ‘psychologisch drama’ bovendien. We waren te laat – of er zaten te weinig reclames voor, zo kun je het ook zien. Vroeger had ik daar altijd een hekel aan. Wie waren toch die malloten die doodleuk vijf minuten te laat een voorstelling binnenstommelden? Mensen met werk en een gezin, weet ik nu.
Dus daar stonden we in onze dikke jassen, in de hand een drankje en een chipje, de zaal te overzien. Nergens waren meer twee stoelen naast elkaar vrij. De kaartjes waren ongenummerd, dus we konden niemand uit zijn stoel jagen. Gingen we nu allebei ergens anders zitten? Op ons eerste uitje in maanden? Dat kon toch niet de bedoeling zijn.
Over de auteur
Thomas van Luyn is cabaretier, presentator en columnist voor Volkskrant Magazine.
Ineens meende ik aan de overkant twee vrije stoelen te ontwaren. Ik liep naar beneden, beende voor het filmdoek langs, en klom weer omhoog. Daar bleek ik me vergist te hebben. Ik had het als verkenning bedoeld, en wilde terugkeren toen ik zag dat mijn vrouw me was gevolgd. Dus nu was het mijn schuld dat we voor niks iedereens aandacht op ons hadden gevestigd.
Wat nu? Moest ik in deze rij op iedereens tenen trappend – pardon sorry, pardon sorry – naar dat ene vrije stoeltje in het midden struikelen, en dat zij dat dan vijf rijen verderop deed? Dat zou toch een rare bedoening zijn.
Mijn vrouw wees naar de achterste rij, waar twee lege plaatsen twintig stoelen uit elkaar lagen, en fluisterde: ‘Als iedereen daar nou allemaal één stoeltje opschuift, kunnen we naast elkaar zitten.’ Ja, in theorie wel. Maar ja. Zo ken ik er nog een paar.
‘Hallo. Hallo?’, riep mijn vrouw tot mijn grote schrik. ‘Als jullie allemaal één plekje opschuiven, dan kunnen wij naast elkaar zitten!’
Ik weet niet wat ze dacht. Misschien dat de hele rij als één man op zou staan, en zichzelf plus jassen, tassen, mutsen en consumpties zou verhuizen. En in een ideale wereld, héél misschien in een zaal vol lachende jonge mensen, bijvoorbeeld bij Bon Bini 3 ofzo, had dat kunnen gebeuren. Maar dit was een Frans psychologisch drama, iedereen hier was oud en chagrijnig. Borstelige wenkbrauwen werden gefronst, verschrikte grijze hoofden probeerden te peilen waar in deze ruimte dat rare geluid ineens vandaan kwam. Niemand maakte aanstalten op te staan, niemand keek zelfs om zich heen of iemand anders wél aanstalten maakte.
‘Hallo! Hier!’, riep ze, en zwaaide er zowaar bij. Daar maak je normaal al geen vrienden mee, nu helemaal niet. Had ik al gezegd dat de film al bezig was?
Ik had natuurlijk kunnen zeggen: ‘Schat, denk na, dit werkt niet.’ Maar als je in het openbaar je eega zo afvalt, ja dan ben je best wel een lul. Aan de andere kant, als ik solidair boos zou gaan zitten doen tegen die mensen, zou dat niets goeds bijdragen aan de situatie. Sterker nog, dan zou de hele zaal zich tegen ons keren. Dus stond ik maar te staan, als een totale sukkel. Nu denk ik: ik had gewoon moeten roepen: ‘Hop luitjes, in de beentjes! Moven nou!’ Dan hadden we die miniflesjes bordeaux in ieder geval gezellig samen naar onze hoofden gekregen.
Source: Volkskrant