Home

In Deventer bidden Russen, Oekraïners en Syriërs zij aan zij voor het lot van zij die lijden

In een jaar vol oorlog en polarisatie was het soms naarstig zoeken naar de verbinding. De Volkskrant portretteert rond de jaarwisseling Nederlanders die zich onvermoeibaar inspannen om maatschappelijke kloven te overbruggen. Vandaag: De Russisch-orthodoxe priester in Deventer die opkomt voor Oekraïners.

Zo’n vijfentwintig kerkgangers kijken op een zondagochtend toe hoe aartspriester Theodoor van der Voort (74) cirkelend rond het altaar een wierookvat heen en weer zwaait. Bij iedere slinger ontsnapt een rookpluimpje uit het vat, dat naast een indringende geur ook een luid gerinkel produceert.

Van der Voort, gehuld in rood gewaad en mijter met edelstenen, zegt het gebed voor. Daarbij wordt hij ondersteund door een zesstemmig koor dat op een kleine verhoging in de hoek van de kerk Heer, ontferm U zingt. De kerkgangers, allen staand, kijken toe, bidden zachtjes en slaan zo nu en dan een kruis.

Iedere zondag reist een gemêleerd publiek af naar de Russisch-orthodoxe parochie in Deventer voor de Goddelijke Liturgie, zoals de zondagse eredienst in orthodoxe kerken genoemd wordt. Mensen van Nederlandse, Syrische, maar ook Russische en Oekraïense komaf luisteren aandachtig naar aartspriester Van der Voort, die in zijn preek schijnbaar moeiteloos schakelt tussen het Nederlands en het Russisch. In die twee talen doet hij sinds de Russische invasie van Oekraïne wekelijks een oproep aan God: breng vrede voor het lijdende Oekraïense volk.

Het zijn woorden die Van der Voort sinds de Russische invasie van Oekraïne talloze keren geuit heeft, vertelt hij na afloop van de dienst in de lege kerkzaal. Zijn rode gewaad heeft hij inmiddels uitgedaan, nu draagt hij een soberdere, zwarte variant. ‘Het is volkomen belachelijk dat Rusland Oekraïne is binnengevallen’, zegt de aartspriester. ‘Oekraïne is echt slachtoffer en heeft daar geen enkele schuld aan.’

Met die overtuiging doet Van der Voort wat hij kan om mensen die gebukt gaan onder Poetins regime te helpen. Zo zamelde zijn kerk geld in voor Oekraïense kinderen, en voor priesters in Rusland die zich tegen de oorlog hebben uitgesproken. ‘Zij hebben het ontzettend moeilijk. Sommigen zijn overgeplaatst, geschorst of uit het ambt gezet. Zij hebben ook vrouwen en kinderen. In Rusland kunnen ze nergens heen, je wordt gewoon opgepikt en het is afgelopen. Het is een zeer autoritair, zo niet dictatoriaal regime...’

In de jaren zeventig maakte Van der Voort zelf kennis met dat regime, tijdens zijn studie theologie in Leningrad, het huidige Sint-Petersburg. Omdat hij een kennis had geholpen bij het maken van een documentaire over mensenrechtenschendingen in de Sovjet-Unie, verscheen hij op de radar van de KGB. In een hotelkamer kreeg Van der Voort het ‘verzoek’ zich positiever uit te laten over het Sovjetregime, en om eens in de twee weken verantwoording af te leggen bij de Russische geheime dienst. ‘U denkt toch niet dat ik dat ga doen’, luidde zijn antwoord. Het betekende einde verhaal voor Van der Voort in de Sovjet-Unie, waarna hij terugkeerde naar Nederland.

Met woord en daad breekt de priester ongeveer vijftig jaar later opnieuw met de lijn vanuit Moskou. Dit keer niet met die van de geheime dienst, maar die van patriarch Kirill, de leider van de Russisch-orthodoxe kerk. Kirill, een oude bekende aan wie Van der Voort warme herinneringen koestert, schaart zich vierkant achter Poetins oorlog. Volgens Kirill is de oorlog nodig om Oekraïne te beschermen tegen de ‘duivelse krachten’ van het Westen. De invloed van dat Westen zou een gevaar vormen voor de ‘historische eenheid’ van Rusland en Oekraïne, en de Oekraïeners bijvoorbeeld gayprides opleggen.

‘Dat de patriarch zich achter Poetin heeft opgesteld is heel ernstig, dat heeft zekere consequenties’, zegt Van der Voort. Zo bidt hij tijdens de diensten niet meer voor Kirill, iets dat hem niet door iedereen in dank wordt afgenomen. ‘Sommige priesters in het patriarchaat zijn teleurgesteld door mijn uitlatingen. Maar de vrijheid van meningsuiting geeft ons een grote verantwoordelijkheid. Je moet opkomen voor de zaken die belangrijk zijn en je duidelijk uitspreken tegen onrecht.’

‘In onze parochie is men heel blij dat we Kirills uitspraken veroordelen en niet meer voor hem bidden’, vervolgt hij. Oekraïense kerkbezoekers probeert hij ook te steunen door hen aan de diensten te laten deelnemen en pastorale gesprekken met hen te voeren. ‘Je probeert ze troost te bieden, zo goed en zo kwaad als dat kan. Maar het is dweilen met de kraan open, er is zoveel verdriet. Hoe vaak er op de briefjes die ze brengen voor de liturgie namen staan van vermoorde mensen om voor te bidden. Dat is ontzettend, echt heel erg.’

Los van een handvol Poetingezinde kerkgangers die de parochie niet langer bezoekt, komen nog iedere week Russen en Oekraïners in Deventer bijeen. Het is een van de redenen waarom Van der Voort de hoop niet snel zal verliezen. ‘Je bent er voor deze mensen en je ziet ook wat dat uithaalt. Dat mensen zeggen: we zijn zo blij dat we hier zijn en deze kerk hebben gevonden. Dat geeft je zoveel kracht.’

Over een spoedig einde aan de oorlog is Van der Voort minder hoopvol. Tot die tijd zal de aartspriester zich erover blijven uitspreken. ‘Het is voor ons als christenen overduidelijk dat dit voorbij moet gaan, dat er weer een tijd van vrede moet komen. Dit kan Gods bedoeling niet geweest zijn.’

Source: Volkskrant

Previous

Next