Home

Met Een Rondje Zachtheid biedt voormalig Troostdichter Boudewijn Betzema tegenwicht aan de hardheid in de wereld

De tijdgeest mag dan een gebutst aangezicht hebben, maar voor je het weet loop je schouder aan schouder in al je zachtheid, tijdens Een Rondje Zachtheid. Bedenker Boudewijn Betzema heeft nog maar net de benenwagen in beweging gezet, of hij wil in de stromende regen even stilstaan bij de emotionele mores van een boom, niet toevallig zijn lievelingsboom.

De desbetreffende boom is een gehavende beuk, en staat niet ver van de IJssel (en zijn huis), in een parkachtige omgeving in Deventer. Aan alles is te zien dat de boom het niet makkelijk heeft, de storm heeft de bovenste boel geliquideerd.

Als een oude vriend bespreekt Betzema zijn lot, zijn onbedekte hoofd wiebelend als een metronoom.

Toch gaat de boom gewoon door, weet Betzema. Tegen alle ellende in blijft-ie het gewoon doen. Daarom zegt hij zich verwant te voelen met de boom, hij ziet de beuk als een mens met een rafelrandje. Het gaat niet makkelijk, maar je gaat door, ook in barre tijden, er valt veel te winnen.

Dan stort de 74-jarige zich vol jolijt op een hink-stap-klokkenspel in het park, met elke voetstap een nieuw geluid. Want laten we ook het kind in onszelf niet vergeten, zegt Betzema na dit intermezzo, en ons als kleuters laten leiden door de kleine dingen des levens. Denk niet dat je alles weet, want je weet niets, en dat is maar goed ook. Want zo kun je elke dag leren, net als een kind.

Kijk, daar is de IJssel al. Kijk, hoe hoog het water staat. Jammer, er zijn geen oeverzwaluwen. Hallo voorbijganger! Hallo andere voorbijganger. Ja, hij is een blij man, eentje van het overmatig enthousiaste soort. Weet je dat hij elke dag met een liedje in zijn hoofd wakker wordt? Hij denkt dat het komt omdat zijn moeder piano speelde, toen hij nog in de baarmoeder dobberde.

We zijn op weg, wandelschoenen aan, we zitten in onze zachtheid, want we lopen Een Rondje Zachtheid, kriskras door Deventer, en Betzema voert – geheel ongebruikelijk – het woord. Normaal is hij een luisterend oor (en een warm hart), maar hij moet nou eenmaal vertellen hoe het zo is gekomen dat er al op elf plaatsen in Nederland en één in België Een Rondje Zachtheid op elke laatste vrijdag van de maand aftrapt. En dat is nog maar het begin van de zachte revolutie, wie weet.

Hoor: Een Rondje Zachtheid kwam voort uit een driftbui. Samen met zijn vrouw Geertje zat hij een half jaar geleden op de bank te kijken naar het televisieprogramma College Tour met hoofdgast Sigrid Kaag. Daarin verschenen pardoes de dochters van de D66-politica om te zeggen dat ze moest stoppen in Den Haag. Al die haat, die ze allemaal voor haar kiezen had gekregen. Verdomme, zei Betzema, wat verschrikkelijk, hij kon het niet aanzien, die meiden in tranen.

We moeten iets doen, zei hij tegen een vriend in Apeldoorn. Die pleitte voor Een Mars tegen de Hardheid, in alle steden van Nederland, van en voor alle mensen. Pfff, maar zoiets is niks voor Betzema. Hij is een man van het kleine, hij vreest het massale. Nou ja, toen is hij dus een ommetje gaan maken met een andere vriend uit Deventer. Dat noemde hij Een Rondje Zachtheid, en zo is het gekomen.

Doe het voor jezelf, in relatie met je medemens, zegt hij. Behoed jezelf voor bitterheid. Er is veel hardheid in de wereld, som de brandhaarden in de wereld maar op. En er zijn mensen bang na de verkiezingsuitslagen: wat gaat er gebeuren? Betzema telt daar de alledaagse hardheid bij op: het snauwen in winkels, het afsnijden in het verkeer en het afzeiken van mensen in de zorg.

Daarom ijvert hij voor het taoïstische idee van de zachte kracht, de waterdruppel die na verloop van tijd een rots splijt.

Meer dan ooit hebben mensen, aldus Betzema, behoefte aan Een Rondje Zachtheid. Het is zwaan-kleef-aan. Soms doet hij een rondje met één iemand, soms met veertien mensen. Het maakt niet uit wat je wilt doen, als je maar openstaat voor de ander. Een gedicht voorlezen? Een mooi lied zingen? Zie het als een daad van compassie, van liefde, van medemenselijkheid. Durf te zijn wie je bent, ja zo gewoon is dat niet. En gratis.

Hoor toch het prachtige carillon van de Lebuinustoren!

Betzema zit in huis aan tafel met koffie en een opgewekt taartje van bakkerij Wessels. In het zicht ligt zijn dichtbundel Troost uit de periode dat hij nog Troostdichter was die in Troosthuisjes mensen troost bood. Lang was hij een grafisch vormgever, eerst voor een baas, en toen voor zichzelf. Maar op een dag was hij op, hij liep naar de 60 toe, hij voelde zich doodongelukkig.

Op een boot in Zwolle vond hij een uitweg, De Verhalenboot. Er werd op deze schrijversvakschool een verhalenverteller aangewakkerd, en die hield niet meer op. Hij voelde dat hij mensen kon overtuigen, kon meenemen, dat hij andermans verhalen doorleefde. Hij vertelde in theaters en op scholen, met verve en elan. Hij kreeg twee jaar een echte betrekking als huisdichter van de provincie Overijssel, en met talloze baantjes kon hij zijn gezin onderhouden.

Op een dag liep hij bij toeval tegen een leegstaand brugwachtershuisje aan in Zwolle. Hij wist subiet dat dit de plek was voor hem: een Troosthuisje voor de trooster die in hem huisde. Een bevriende dichter had hem zo geroemd om zijn opkikkerende eigenschap. Die moest hij eens gaan verzilveren, en dit was zijn kans.

Met grote letters had hij het op de ramen geplakt, Troost, en nu moest het gebeuren. Hij zat klaar aan een tafel, drie dagen in de week, van 10 tot 4. De mensen, veelal vrouwen, druppelden binnen, en vertelden hun verhaal. Ja, die vriendin had gelijk, dat luisteren en troosten, dat schudde hij zo uit zijn mouw.

Tada! Daar tovert hij het brugwachtershuisje in Madurodam-formaat tevoorschijn, zelf geknutseld, van papier. Kijk toch eens hoe mooi! In dat huisje zat hij aan tafel, een pen bij de hand, er kon zomaar poëzie zijn.

Zeven jaar lang was hij Troostdichter. Niet alleen in Zwolle, maar ook op plekken in Deventer, Zutphen en Nijmegen. In zijn eigen woorden: je ontdekt de schoonheid van het leven door het troosten. Hij gist dat hij honderden mensen heeft gezien. Mooie, lelijke, arme, rijke mensen, jong en oud met klein, groot of onherstelbaar verdriet.

En wanneer kon hij nou zeggen dat zijn opbeurend vermogen bull’s eye had getroffen? Soms duurde het lang, soms duurde het kort, maar er was altijd een kantelmoment. Het moment dat een gebogen iemand rechtop ging zitten, dat een in zichzelf gekeerd persoon een twinkeling in zijn ogen kreeg.

Woeps! Zo weg uit de tunnel, uit de cirkel van verdriet. Dan had hij getroost, had hij de muur geslecht, was er weer leven in de brouwerij. En desgevraagd maakte hij over de ontmoeting een gedicht, dat werd nagestuurd of kon worden opgehaald. In de bundel is het een komen van gaan van weemoed en verlangen, zoekende zielen en lieve gebaren en al het andere dat zomaar op zijn pad kwam.

of zo ineens

die lieve lach

jou onderweg

geschonken

Vanaf het wandelpad langs de IJssel, meer de binnenstad van Deventer in, op naar De Kloostertuinen. Hek zit dicht, verder maar weer. Hij botst bijna tegen een knorrige man aan. Ja, zegt hij, dat bedoel ik nou. Zomaar die hardheid, waar is dat toch voor nodig? Stel je open voor het goede!

Mensen vragen hem weleens: ben je er als supertrooster wel genoeg voor jezelf? In alle openheid: hij heeft lang last gehad van een minderwaardig gevoel. Dat had niets met zijn opvoeding te maken, want zijn vader en moeder hebben hem altijd gesteund. Maar er was een lerares op de basisschool die hem langdurig heeft getreiterd; ze begreep hem niet, vernederde hem en liet hem uren op de gang staan. Die vernedering, die heeft hem lang bepaald, de angst dat je niet goed genoeg bent. Als gevolg hiervan werd hij een pleaser pur sang, vooral in zijn werk. Altijd maar mensen het gemakkelijk maken, op niks af.

Tot het moment dat hij op een podium kwam te staan, met zijn verhalen en gedichten, zegt hij. De ommekeer. Hij voelde dat hij veel meer was, al die ogen op hem gericht. Langzaam maar zeker was het alsof hij zichzelf bevrijdde. Of nog beter gezegd: hij had zichzelf getroost.

We lopen door de Nieuwstraat, naar binnen bij antiquariaat ABC. Tevergeefs zoeken we naar de drie boeken van zijn vader, Johan Betzema. Die was corrector bij uitgeverij Kosmos, en in de vakantie schreef hij verhalen. Wel in de kast: gedichten van Adriaan Roland Holst, de man met die ene zegevierende zin: Laten we zacht zijn voor elkander, kind.

Als Troostdichter is hij inmiddels gestopt. Het werd te veel hulpverlening. Dat begon in de coronatijd, mensen waren eenzaam. Hij kon hen geen poëtische soelaas meer bieden, en als toehoorder was hij eveneens niet meer toereikend. Mensen moesten een ander loket zoeken, een professionele, helpende hand. Het was niet makkelijk voor hem, hij noemt het zelfs een rouwproces, ja hallo, hij is toch zeven jaar in functie geweest. Even opperde hij zijn leven als kluizenaar af te sluiten, maar om die suggestie werd hij in huiselijke kring uitgelachen. Gelukkig heeft hij de poëzie nog, en Een Rondje Zachtheid.

En aan de Singel draagt hij bezield, aangestaard door twee zwanen, zijn gedicht Als ik nou jou voor:

Als ik nou jou

in deze barre

wereldkou

omarmen zou

Eindigend met:

en jij zou mij

wij allebei

elkaar verwarmen

met onze armen

Betzema zet de vaart erin, weer langs zijn favoriete boom, onder het spoor door, de Action passerend. Wat hij nog wel wil zeggen is dat hij zich als gezien beschouwt, als Troostdichter. En met bijna een landelijke beloning. Hij was namelijk in de race geweest om de Compassieprijs 2018 naar Deventer te brengen, een award in het leven geroepen door de Engelse publiciste Karen Armstrong. Uiteindelijk kreeg hij in Amsterdam uit haar handen de derde prijs uitgereikt.

Je zou kunnen zeggen, een troostprijs.

Zo, dit is het einde van Een Rondje Zachtheid, stelt hij vast, als we weer voor de deur staan van zijn huis. Hij laat weten zich heel veilig te hebben gevoeld tijdens de wandeling, en hij was al zo zacht. Als dank wil hij nog zijn poëtisch motto meegeven, uit een gedicht van Guido Gezelle. We gaan even naar binnen, hij moet even de bundel pakken.

Staand voor zijn boekenkast, en voor het oog van zijn vrouw Geertje, klinken daar de eerste zinnen, als gebeiteld in marmer.

Als de ziele luistert

spreekt het al een taal dat leeft.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next