Home

Suzanne Schulting kruipt uit de lappenmand: ‘Ik heb me in tijden niet zo goed gevoeld.’

Eens komt de klap, voelde Suzanne Schulting. Het afgelopen jaar hield de shorttrackkampioen noodgedwongen rust. Maar ze krabbelt op. ‘Nu kan ik jagen, dat heb ik vijf jaar lang niet kunnen doen omdat ik bovenaan stond.’

In haar rug zit een snee van bijna twintig centimeter, veroorzaakt door een messcherpe schaats bij een valpartij tijdens een training, vorige maand. Bloed, pijn, een ambulance, hechtingen, gedwongen rust, en dat terwijl Suzanne Schulting al zoveel trainingsachterstand had. Juist toen dacht de 26-jarige shorttrackster, en dat was een openbaring: ik voel me goed. Zo heb ik me in tijden niet gevoeld.

Nederlands beste shorttrackster ooit wist al dat het mis zou gaan ruim voordat het daadwerkelijk gebeurde. Vijf jaar zonder grote blessures. Almaar succesvol wanneer ze haar zinnen daarop zette. Ze werd in 2018 onverwachts als 20-jarig talent olympisch kampioen, keerde vier jaar later uit Beijing terug met nog eens vier olympische medailles, waaronder twee gouden. Ze verzamelde tal van WK-medailles. Er gaat een punt komen, dacht ze, waarop ik moet incasseren. ‘Toen kreeg ik tijdens de WK in 2022 in Montréal corona en moest ik voortijdig naar huis. Dit is het, dacht ik. Maar het kon nog veel erger.’

Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft al ruim tien jaar over olympische sporten als schaatsen, tennis, judo, handbal en zeilen.

Een jaar na Montréal, nu zo’n negen maanden geleden, meldde ze zich voor een camera in Seoul voor een videoverbinding naar Nederland. Een gebroken jonge vrouw. Moegestreden, radeloos, verslagen, al had ze in Korea drie gouden WK-medailles gewonnen. Die dag werd ze ook voorbijgereden door haar ploeggenote, de vier jaar jongere Xandra Velzeboer, op háár afstand; de 1.000 meter. Nog ondraaglijker: ze was zichzelf niet, vertelde Schulting snikkend. Ze voelde zich leeg.

Een paar maanden later liet Schulting via een persbericht weten voorlopig niet bij de nationale bondselectie aan te sluiten. Medische testen toonden dat zij slecht herstelde van trainingen. Zij, die blind vertrouwde op haar werklust. Die wist: er zijn schaatsers met meer talent op technisch gebied, maar ik kan mezelf verder pushen dan wie ook. ‘Bulkmodus aanzetten; gewoon doorgaan, weet je wel?’ Zij, vaak rusteloos, moest ineens rusten.

Het is december als ze de deur thuis opent van haar woning in het centrum van Heerenveen. Interviews gaf ze tot die tijd niet. Te intensief, te confronterend ook. ‘Anderhalve maand geleden had ik dit niet gekund’, zal ze later zeggen. Maar nu gaat het goed. Stond het stoplicht eerst op donkerrood, dan is het nu niet heldergroen, ‘maar wel lichtgroen’.

‘Ik ben nog niet honderd procent, maar heel erg op de goede weg. Eindelijk begin ik me weer energiek te voelen en fit. De laatste keer dat ik me zo voelde was in het olympisch jaar in 2022. Vorig jaar was ik zo, zo moe. Maar ik gaf steeds de schuld aan het trainingsprogramma. Dat was niet goed genoeg.’

Na de Olympische Spelen van Beijing in 2022 zei de toenmalige shorttrackbondscoach Jeroen Otter met wie ze al jaren samenwerkte: ‘Neem een langere pauze dan de gebruikelijke maand, je hebt zware jaren achter de rug.’ Maar Otter had er eveneens een lange, intensieve periode opzitten, en kondigde later een sabbatical aan. Zonder voorgesprekken met de rijders, wat schaatsbond KNSB later werd verweten, werd de 39-jarige Niels Kerstholt aangesteld.

‘En bij de eerste de beste gezamenlijke training was ik weer aanwezig. Dat was veel te vroeg. Niels had met de kennis van nu tegen mij moeten zeggen: Suus, ik wil je niet zien, punt.’

‘Ik wilde goed zijn in het nieuwe seizoen. Mijn jaren niet laten liggen. Terwijl, ja, uiteindelijk laat ik nu een heel seizoen of een gedeelte van het seizoen liggen. Mijn hoofd is te sterk. Niels was nieuw, het was voor hem lastig in te schatten, maar hij remde mij niet af.

‘Daarnaast kon ik me in veel van zijn keuzes voor het trainingsschema niet helemaal vinden. Er werd voor mijn gevoel niet naar mij geluisterd. Ik wilde me ook nog eens naar hem bewijzen. Laten zien: kijk eens hoe sterk ik ben, hoe goed ik kan trainen? Hij ging mee in mijn gretigheid: o, ze kan dit, en dit. Maar ondertussen ging het helemaal niet goed met me.’

***

Als 9-jarig meisje maakte Schulting zich met grote tegenzin op voor haar eerste shorttrackwedstrijd. Haar ouders konden niet, ze moest met een vriendinnetje en haar ouders mee. Nog erger: dat vriendinnetje had al wedstrijdervaring. Schulting kenmerkt zich door bravoure, presenteert zich vaak als onbevreesd, maar dat is deels schijn. ‘Je vindt shorttrack leuk, daar horen wedstrijden bij’, zei haar moeder destijds, wetende hoe de oudste van haar drie dochters is. Schulting, nu: ‘Het was uiteindelijk een fantastische dag.’

De onzekerheid voor het onbekende sloeg ruim een jaar geleden ook toe. Met de aanstelling van een nieuwe bondscoach verdween een deel van de oude staf, mensen met wie Schulting altijd nauw samenwerkte. ‘Die nieuwe prikkels, al mijn vertrouwenspersonen die verdwenen, kostten mij enorm veel energie. Ik raakte extreem uit mijn comfortzone.

‘Jeroen vertrouwde ik blind, ik kwam als puber al bij hem in de ploeg. Hij is een tweede vader voor me. Hij kent de topsporter Suzanne het beste van iedereen. Ineens viel hij weg. Met iemand in zijn plaats die het anders doet. Vertrouwen bouw je niet in een paar maanden op, daar gaat tijd overheen.’

Daar kwam in de winter het CMV-virus bovenop, ontdekte ze door bloedtesten na het seizoen, toen ze haar vermoeidheid niet meer aan een verkeerde vorm van trainen kon wijten. Dat virus heeft overeenkomsten met de ziekte van Pfeiffer. Het bezorgde Schulting vermoeidheidssymptomen. Ze was overreached, een term waar ze voorzichtig mee is; het levert veel vraagtekens op bij mensen. Zie het als een voorloper van overtraining, vertelt ze.

‘Ik herstelde niet, maar we waren er wel op tijd bij om overtraining te voorkomen. Als je in die fase zit, ben je gewoon de lul.’

‘Nou, ja, minder. Ik hoop dat ik dit nooit meer meemaak. Ik vond het verschrikkelijk om lange tijd nauwelijks wat te doen en me zo moe te voelen. Ik had liefdesverdriet afgelopen zomer. Wilde niks met Heerenveen of Thialf te maken hebben. Stafleden wilde ik niet spreken, alleen voor het noodzakelijke. Ik kick erop om mezelf te verbeteren en grenzen te verleggen. Dat geeft een thrill, het is een soort drugs. Maar ik kon en mocht niks.

‘Nu kan ik denken: hoe de fuck kreeg ik het voor elkaar om in maart nog wereldkampioen te worden op de 1.500 meter? Grenzen liggen voor mij verder dan voor een ander. Maar ik denk ook: als Jeroen er gewoon nog was geweest, was ik er misschien niet zo aan toe geweest.’

‘Zijn vertrek had grote gevolgen, maar ik snapte hem. Ik hoopte lange tijd dat hij maar één seizoen weg zou blijven. Daar hield ik me aan vast. Maar toen werd het contract van Niels voor drie jaar verlengd. Ik zag Jeroen en Niels wel naast elkaar werken, maar die onderhandelingen liepen anders.’

‘Dat is nog steeds mijn stille hoop. Misschien ooit. Ik zou het zo doen. Het programma ligt er.’

‘Nog steeds de beste van de wereld. Alleen moet ik nu wel het vertrouwen in mezelf terugkrijgen. Dat is langzaam aan het groeien. We bouwen het trainen voorzichtig op. Het EK sla ik over, we lassen een extra trainingsblok in. Het WK in maart is het doel, maar belangrijker is gezond worden. Ik doe ook alleen mee als ik denk een A-finale te kunnen halen.’

Schulting slaat haar armen voor de borst over elkaar.

‘Ik was niet anders gewend dan alleenheerser te zijn. Ik zag Xans, maar ook Hanne Desmets, destijds mijn ploeggenootje uit België, potentie al in het jaar van de Spelen. Het hele internationale veld kwam dichter bij elkaar, maar in wedstrijden stak ik er nog bovenuit. In de zomer kwam de ommekeer. Voelde ik de dreiging meer. Rationeel wilde ik erboven staan, emotioneel is dat soms lastig, zeker als je je niet sterk voelt.

‘Nu zie ik die concurrentie juist als iets positiefs. Ik weet hoe goed ze het doen in wedstrijden en waar ik naartoe moet. Ik zie de 1.000 en 1.500 meter nog steeds als mijn afstanden. Maar nu kan ik jagen, dat heb ik vijf jaar lang niet kunnen doen omdat ik bovenaan stond.’

‘Ik kan mezelf verliezen, als schaatser. Ik wil terugkomen op het niveau dat ik had en daarna beter worden. Ik heb zoveel geleerd, ben me nu bewuster van mijn grenzen en weet dat ik naar mijn lichaam moet luisteren. Maar daardoor weet ik ook dit: een half jaar geleden had ik niet gedacht nu al op het niveau te zijn waarop ik rij. Ik voel me sterk, het gaat goed. Nu durf ik te zeggen: ik wil medailles halen. Ik wil goud. Strijd tot de max.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next