Home

Geen ‘geneuzel’, geen ‘gedram’, 2024 mag het jaar worden van het ongemakkelijke gesprek aangaan

Elke maand geeft de redactie iemand het podium op volkskrant.nl/opinie voor een reeks columns. De ene keer een kunstenaar, de andere keer een wetenschapper. Of een jurist. Of een akkervogelonderzoeker. Waarop verheugen deze gastcolumnisten zich in het nieuwe jaar?

Ergens rond 2015 verklaarde de toenmalige minister voor Wonen, Stef Blok, de woningmarktproblemen in Nederland als opgelost: overheidsbemoeienis met volkshuisvesting was volgens hem (en het toenmalige kabinet) nauwelijks nog nodig.

Eerlijk is eerlijk, daar maakten ook niet heel veel mensen bezwaar tegen. De afgelopen jaren is echter duidelijk geworden dat we een crisis op de woningmarkt hebben van heb ik jou daar. Volkshuisvesting is weer prominent op de politieke agenda gekomen. Maar paradoxaal genoeg is de woningbouwmarkt daardoor misschien wel in een grotere crisis terechtgekomen. Voorrang geven aan het volkshuisvestelijk belang (betaalbaar wonen) is voor woningbouwers immers meestal niet aantrekkelijker.

Eerder mocht ik hier een aantal gastcolumns over schrijven. Die gingen vooral over aan welke ‘knoppen’ je zou kunnen draaien om de woningmarkt beter te laten functioneren, gelet op een eerlijke volkshuisvesting. Voor mij liggen die deels bij de grondmarkt: een groter deel van de waardestijging van de grond moet ten goede komen aan collectieve doelen – volkshuisvesting dus.

Nog net niet demissionair, publiceerde minister De Jonge (van het net weer in ere herstelde ministerie van Volkshuisvesting) in juni een Kamerbrief over grondbeleid waarin hij min of meer hetzelfde voorstelt. Tot zover het goede nieuws. Inmiddels zijn we aanbeland bij de prelude van een nieuw hoofdstuk in de aanpak van de crisis.

Bij alle politieke partijen stond de woningmarktcrisis in de verkiezingen hoog op de politieke agenda. Maar duidelijkheid, laat staan overeenstemming, over de gewenste aanpak van de crisis ontbreekt.

Het zal nog wel even duren totdat een minister opnieuw de woningmarktproblematiek ‘opgelost’ verklaart.
Erwin van der Krabben is hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Een collega vroeg me laatst waar ik naar uitkijk komend jaar. Een tamelijk ongemakkelijke vraag. Want, zo leerde ik, je kunt maar beter uitkijken met ergens te veel naar uitkijken. Hoe vaak heb ik niet brandend van verlangen uitgekeken naar een sporttoernooi, EK of WK, wat uiteindelijk enorm tegenviel. Hoe vaak heb ik niet uitgekeken naar een boek, film of een proefschrift, wat dan toch niet mijn verwachting waarmaakte. Nee, al dat hunkeren toont dat werkelijke verrukking zich maar moeizaam laat aankondigen.

Maar toch. Er breken politiek spannende tijden aan. Voor mijn vakgebied sociologie geldt dat de feiten altijd gekker zijn dan ik ze verzonnen krijg, dixit bestuurskundige Paul Frissen. Dat is ook ons voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld economie en psychologie. Wij hoeven ons niet – denk aan de affaire-Stapel met onderzoek vol verzonnen data – in bochten te wringen om opmerkelijke gegevens te verzamelen.

Dus als ik ergens naar uitkijk, dan is het wel hoe de nieuwe partijpolitieke verhoudingen gaan aanzetten tot een maatschappelijk reveil binnen de wetenschappen. Hoe dat ertoe zal leiden dat Nederland zelf niet langer een nuttig, maar noodzákelijk onderwerp is dat overdenking behoeft van bestuurskundigen, sociologen, politicologen, rechtsfilosofen en historici. Waarbij het schrijven over Nederland en schrijven ín het Nederlands, naast nuttig en noodzakelijk, ook weer meer regel dan uitzondering wordt. Ik kijk er dus naar uit hoe deze politiek opmerkelijke tijden een duw geven aan het maatschappelijk engagement van sociale en geesteswetenschappers.

Aan mij zal het niet liggen, ik kijk ernaar uit daaraan per 2024 als vaste columnist van deze krant een bijdrage te mogen leveren. Het zou mooi zijn als het daar niet bij blijft. Hopelijk wordt die verwachting niet gelogenstraft, maar u begrijpt: ik zal uitkijken hier te veel naar uit te kijken.
Mark van Ostaijen is als bestuurssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Managing Director van het Leiden-Delft-Erasmus Centre Governance of Migration and Diversity.

Misschien was 2023 wel het jaar waarin het woord ‘neoliberalisme’ uit het verdomhoekje werd gehaald en er voor het eerst een breed publiek gesprek over werd gevoerd.

Dat hebben we dan te danken aan het werk van wetenschappers zoals Bram Mellink en Merijn Oudenampsen die een jaar eerder hun boek Neoliberalisme: Een Nederlandse Geschiedenis publiceerden. Of aan hun collega Naomi Woltring, die de laatste weken meermaals in de media was om te vertellen over haar proefschrift. Daarin onderzocht ze hoe het neoliberale beleid de voorbije decennia de verzorgingsstaat doelbewust grondig heeft veranderd – en, me dunkt, niet ten gunste van de meest kwetsbaren in ons land.

De verandering in het discours was ook te danken aan politici die in hun verkiezingsprogramma het neoliberalisme sterk bekritiseren – en die vinden we verrassend genoeg zowel op links als op rechts (zouden ze het ook allemaal menen?).

Overigens gebruikt niet elke groep die het neoliberalisme bekritiseert de term. Toen vorige week de branchevereniging van de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg (GGZ) een brandbrief stuurde naar de politiek omdat er te weinig personeel is, te veel bureaucratie, en te veel marktwerking, toen had de sector het over de uitwerking van het neoliberalisme in de praktijk – ook zonder de term zelf te gebruiken.

Voor 2024 heb ik goede hoop dat alle mensen die een post-neoliberale, duurzame, welvarende, menselijke en zorgzame samenleving wensen, zich zullen verenigen en netwerken smeden. Want we weten dat het neoliberalisme dominant is geworden dankzij machtige netwerken in universiteiten, bedrijven, politiek en beleid.

Het is dus aan ons om de nieuwe netwerken voor een post-neoliberale samenleving te smeden. En dat is zeker iets om naar uit te kijken.
Ingrid Robeyns is hoogleraar ethiek van instituties aan de Universiteit Utrecht.

We hebben onvoldoende geluisterd naar de woorden van Coretta Scott King: ‘Vrijheid is nooit echt gewonnen. Je verdient en wint haar in iedere generatie’. En we hebben onszelf toegestaan een ongekend dieptepunt te bereiken bij rechtvaardigheid, op alle fronten. Het is tijd Kings waarschuwing dat strijd ‘een eeuwigdurend proces’ is te erkennen en te vechten voor radicale verandering.

Want we hebben gefaald om ook maar iets te veranderen toen de covidpandemie de structurele ongelijkheden in onze samenlevingen blootlegde; nooit hebben we de belofte van de anti-racismedemonstraties in 2020 ingelost; en op dit moment laten we een genocide toe in Gaza en Soedan. We hebben gefaald met het ter verantwoording roepen van onze regering voor het toeslagenschandaal, met de zelfgecreëerde ‘asielcrisis’, met het systematisch uithollen van ons sociale vangnet. En nu hebben we, in navolging van Hongarije, Polen, het Verenigd Koninkrijk en Italië, een openlijk racistische en xenofobe regering gekozen.

Velen van ons verzetten zich al lang , maar dat is niet genoeg. Nodig is een massabeweging rond een visie voor een land, een wereld, die is gestoeld op mensenrechten, anti-racisme en sociale en economische rechtvaardigheid. Hiervoor moeten we onze angst voor confrontatie en ‘polarisatie’ loslaten.

Als opkomen voor een wereld waarin Zwarte levens, transgender levens, de levens van elke gemarginaliseerde en raciale groep ertoe doen als ‘extremistisch’ geldt, dan moeten we die term als een geuzennaam opvatten.

Als wij niet de verantwoordelijkheid nemen om de wereld te creëren die we willen, de wereld die we nodig hebben, dan zullen anderen de wereld vormen die zij willen. En we hebben genoeg gezien om te weten dat zij die verantwoordelijkheid niet aankunnen.
Nani Jansen Reventlow is oprichter en directeur van Systemic Justice, een organisatie die zich Europabreed inzet voor anti-racisme en sociale en economische rechtvaardigheid met behulp van het strategisch procederen.

Het is denk ik niemand ontgaan: leerlingen leren in Nederland steeds minder op school. Met name hun leesvaardigheid moet het daardoor ontgelden. Door periodieke nationale en internationale onderzoeken zoals Pirls, Iccs en Pisa wordt dit pijnlijke gegeven steeds duidelijker bevestigd.

De coronapandemie en het lerarentekort hebben hier waarschijnlijk een rol in gespeeld, maar zijn volgens onderzoekers zeker niet als enige of belangrijkste oorzaken aan te wijzen. Er zijn namelijk ook basisscholen die hun leerlingen tegen de negatieve landelijke trend in juist steeds beter hebben leren lezen. Ik denk bijvoorbeeld aan Het Open Venster in Rotterdam, de Alan Turingschool in Amsterdam, De Drie Koningen in Utrecht en Het Mozaïek in Arnhem.

Alhoewel deze vier scholen allemaal een unieke aanpak hebben gekozen, zijn de basisprincipes daarvan hetzelfde. Al deze scholen besteden veel aandacht aan stapsgewijze, interactieve kennisopbouw in betekenisvolle thema’s, met hulp van heldere instructies en rijke teksten. In deze thema’s integreren zij de ontwikkeling van de mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid: met behulp van hun opgedane kennis voeren ze bijvoorbeeld debatten over maatschappelijke kwesties, zoals de gaswinning in Groningen, en schrijven teksten over het historisch belang van Ketikoti.

Deze basisscholen verdienen (en krijgen gelukkig) veel lof. Deze thematische aanpak vraagt namelijk veel van leraren. Goed lesgeven is hard werken, kost tijd en vereist veel investering in expertise. Alleen onder het bezielend leiderschap op deze scholen kunnen leraren dit opbrengen. Laat deze scholen een lichtend voorbeeld zijn voor heel Nederland: 2024 wordt het jaar waarin de kennis overal weer terugkeert in het klaslokaal.
Erik Meester is leraar en curriculumontwikkelaar, verbonden aan de bacheloropleiding Pedagogische Wetenschappen voor Primair Onderwijs en de masteropleiding Curriculumontwikkeling voor Primair Onderwijs aan de Radboud Universiteit.

Zwervend langs de zeedijken tussen Harlingen en Nieuwe Statenzijl is er altijd ruimte voor heldere denkmomenten in je drukke bestaan. Ik begon deze systematische vogeltochtjes in 1988 en heb veel zien veranderen. Ook deze winter weer veel moois gezien, hoewel er veel lelijkheid is bijgekomen.

Zoekend naar ruigpootbuizerds en blauwe kiekendieven zijn er altijd bijvangsten waar een eenvoudige vogelonderzoeker blij van kan worden. Natuur als inspiratiebron, bij voorkeur op pad met leuke en bijzondere mensen. In 2024 zal dat niet anders zijn, goden zij dank.

Die lelijkheid, de verloedering zo u wilt. Mooipraten wat krom is, is niet mijn ding. Ik sta zelf tot in mijn enkels in de klei op het snijvlak van landbouw & natuur. Dan snapt u ook waarom zeedijken zo aantrekkelijk zijn. Tussen de strandleeuweriken en toendrarietganzen kun je dan wachten op magische momenten op zowel kwelder als akker.

Gek genoeg gaat dit stukje óók over Niccolò Machiavelli, de inspiratiebron van vele lepe types en auteur van het meesterwerk Il principe. Ik zou willen dat kopstukken in de natuurbescherming de laatste decennia wat meer meesterwerken van dit soort denkers hadden gelezen. Werken voor Natuur en Landschap mag wel wat minder defensief dan nu het geval is. Juist in onze poldercultuur moeten principes scherper de leidraad zijn, waardoor we harder gaan knokken voor onze natuur en beter ons best gaan doen onze landbouw te hervormen naar een voedselsysteem dat toekomstbestendig is.

2024 mag van mij het jaar worden dat principes weer de basis zijn van het behoud van de zachte waarden in deze harde wereld.
Ben Koks is liefhebber van veldleeuweriken en akkervogelonderzoeker.

Alle hoop is nu gevestigd op de rechter. De politiek is immers niet in staat gebleken voldoende actie te ondernemen om klimaatverandering tegen te gaan. En het lijkt er, ook in Nederland, niet beter op te worden: bij de verkiezingen hebben wij een partij de grootste gemaakt die wil ‘stoppen met de hysterische reductie van CO2’.

In 2024 zal het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zich voor het eerst uitspreken over klimaatverandering. In drie zaken die draaien om de vraag: is het een schending van mensenrechten – onder meer het recht op leven en privéleven – als landen onvoldoende actie ondernemen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen?

De zaken werden verwezen naar de ‘Grote Kamer’, die alleen in uitzonderlijke gevallen samenkomt en waarin ook de President van het Hof plaatsneemt. Dit is een signaal: de kwesties worden niet licht genomen. Er zijn allerlei mitsen en maren en beren op de weg, maar áls het EHRM een schending van mensenrechten vaststelt, is dit oordeel bindend en worden de betreffende staten verplicht om actie te ondernemen.

‘De PVV zegt: nee, dat gaan we mooi níét doen! De Klimaatwet, het Klimaatakkoord en alle andere klimaatmaatregelen gaan direct door de shredder. Geen miljardenverspilling aan zinloze klimaathobby’s’, zo valt in het verkiezingsprogramma te lezen.

Jammer voor de partij van Wilders, en voor vele andere partijen die in Europa aan de macht zijn: een arrest van de Grote Kamer is definitief en nationale rechters zullen deze lijn volgen.

Als een niet te stuiten olievlek – maar dan in positieve zin – zal deze klimaatjurisprudentie zich over Europa verspreiden. Ik verheug me erop.
Aisha Dutrieux is oud-rechter en schrijver.

Juni 2000 was ik toevallig in Amerika en zag daar live op tv hoe de toenmalige president Bill Clinton en de Britse premier Tony Blair aankondigden dat het hele menselijk dna, de blauwdruk van het leven, ontcijferd was.

Nou was dit op zich grotendeels waar, met de 750 miljoen letters van ons dna kan een mens nog een mens maken. Maar de dna-blauwdruk was nog geen Ikea-handleiding, zo bleek. Toch was het mooi gereedschap voor de wetenschap.

Rond 2003 was er de oorspronkelijke sars (‘covid-03’), veel dodelijker dan covid-19, maar een stuk minder besmettelijk. De angst zat er goed in, en de basis voor de mRNA vaccins werd toen gelegd, maar was nog lang niet toepasbaar. Wel weer meer gereedschap.

In 2013 zat ik achter mijn bureau bij de TU Delft, afdeling bionanoscience, en las ik over Crispr, een afweersysteem van bacteriën dat geschikt bleek om menselijk dna zeer selectief mee op te knippen en er nieuwe stukjes in te voegen. Weer meer gereedschap.

Met deze en andere technieken kunnen we nu ons afweersysteem opjagen (tegen tumoren) of afremmen (tegen onszelf, zoals bij multiple sclerose). Ook kunnen we defecte bloedlichaampjes vervangen door betere. Als grootste triomf kan de meest voorkomende vorm van sikkelcelanemie (een bloedziekte waarmee jaarlijks naar schatting 300 duizend kinderen worden geboren) in 2023 als geneesbaar worden beschouwd.

Ik kijk geweldig uit naar hoe de inmiddels rijkgevulde gereedschapskist van de moleculaire geneeskunde in 2024 nog meer aandoeningen gaat verslaan. Na decennia van zaaien is nu het grote oogsten begonnen.
Bert Hubert is onderzoeker, publicist, amateurwetenschapper en programmeur.

Schieten, tieten, bloedvergieten en drugs. Daar verheugen veel misdaadbestrijders zich beroepsmatig op: geweldszaken, zedendelicten en verdovende middelen.

Voor witteboordencriminaliteit lopen ze minder warm. Belastingfraude laat de meesten koud. Niet sexy genoeg. Criminele geldstromen zijn heet. De ironie: het gros van die geldstromen bestaat uit ontdoken belastingen. Toch gaat de belangstelling vooral uit naar criminele grijpstuivers in plaats van criminele belastingknaken. Een kwestie van te weinig koopmanszin en onvoldoende historisch besef. Een eeuw terug werd de Amerikaanse gangster Al Capone uiteindelijk voor één delict veroordeeld: belastingfraude.

In 2024 staan er in Amerika weer waanzinnige witteboordenzaken op de rol. Die gelden daar als de uitdagendste strafzaken. Het oudste en toonaangevendste federale parket, op de zuidpunt van Manhattan, specialiseert zich erin. De New Yorkse hoofdaanklager Alvin Bragg deed er jaren ervaring op. Zijn parket kreeg Trumps vastgoedbedrijf vorig jaar veroordeeld voor belastingfraude.

In maart staat de oud-president zelf terecht vanwege betalingen aan pornoactrice Stormy Daniels. Dan weten we vast ook meer over de aanklacht tegen Hunter Biden. Waar wordt de presidentszoon van beschuldigd? De witteboordenklassieker: belastingfraude.

Het nieuwsgierigst ben ik naar het megaproces in maffiastijl tegen Trump en medeverdachten vanwege hun poging de verkiezingsuitslag in Georgia ongedaan te maken. Handlangers van Trump werken daarin samen met de aanklager. ‘Ook gij, Brutus?!’

U ziet: 2024 heeft veel shakespeariaans witteboordenspektakel in petto. Wellicht verheugt u zich daarna, net als ik, vooral op poen, papertrails, profiteurs en charlatans.
Martin Lambregts is officier van justitie bij het Functioneel Parket, een landelijk onderdeel van het Openbaar Ministerie gespecialiseerd in fraudezaken.

Als babyboomer heb ik in de afgelopen decennia een enorme welvaartsstijging mogen meemaken. Iedereen heeft daarvan geprofiteerd, sommigen aanzienlijk meer dan anderen, met exorbitante en gênante vertoningen van individuele rijkdom aan de top van de piramide: de rijkste 26 mensen op aarde bezitten evenveel als de 3,4 miljard minstvermogende mensen.

Gênant is vooral dat ons rechtvaardigheidsgevoel daar weinig onder lijkt te lijden.

Eigenlijk dacht ik altijd dat er een ondergrens was aan wat wij acceptabel en rechtvaardig achten, maar die wordt voor mijn gevoel de afgelopen decennia voortdurend overschreden. Waar is die ondergrens eigenlijk?

Mijn rechtse vrienden (ja, die heb ik en ik praat er ook mee) vinden Nederland een gaaf welvarend land, waar je beloond wordt voor je inspanningen en de verhoudingen dus rechtvaardig uitpakken.

Waar ik mensen zie die ‘wel willen maar niet kunnen’, zien zij vooral mensen die ‘wel kunnen maar niet willen’.

Het is onbegonnen werk hen ervan te overtuigen dat die ‘beloning van inspanning’ simpelweg een bonus is op al aanwezige geluksfactoren, een individuele toe-eigening van de voordelen die het systeem de welgestelden biedt. En zo legitimeert en maskeert deze manier van denken steeds meer een beleid dat vooral ten goede komt aan bevoorrechte burgers en minderbedeelden in de steek laat.

Ruim 30 duizend daklozen (vermoedelijk een onderschatting) in Nederland, een verdubbeling in de laatste vijftien jaar, de meerderheid met forse psychiatrische problematiek en/of verstandelijke beperkingen kunnen hier symbool voor staan. Telkens als ik denk dat de ondergrens is bereikt (of overschreden), blijkt dat het toch nog erger kan.

Is er wel een ondergrens aan wat wij acceptabel en rechtvaardig vinden voor minderbedeelde groepen in Nederland? Of lijkt die ondergrens op de horizon: hoe hard je ook loopt, hoe erg we het ook maken, hij blijft altijd op veilige afstand.
Wilma Vollebergh is emeritus hoogleraar Interdisciplinaire Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Onder muzikanten bestaat er ontzettend veel angst voor kunstmatige intelligentie, AI. Logisch wel, want AI wordt er steeds beter in om ons te imiteren, om muziek te maken die griezelig veel lijkt op waar wij als makers dagen, weken of maanden op zitten te zwoegen. Dat opent mogelijkheden die zo groot en onoverzichtelijk zijn dat het onmogelijk is om erop te anticiperen. Dat boezemt angst in – en waarschijnlijk is dat terecht.

Toch zijn het precies die mogelijkheden waarop ik me als maker ook verheug. Om een voorbeeldje te geven. Een tijdje geleden moest een song van mijn hand worden gemasterd. Dat betekent dat een geschoolde professional een dag besteedt aan het op de millimeter afmixen en equalizen van alle opnames, waardoor het liedje optimaal tot z’n recht komt op de radio of streamingservice.

Aan het eind van de dag kreeg ik een mail met twee masterversies, met de vraag welke ik beter vond. Dat was de tweede versie, die klonk kraakhelder en fris, precies zoals ik ’m hebben wou. Ik legde de versies ook nog voor aan de rest van mijn team en we waren het er unaniem over eens.

Mijn producer appte me: ‘Het is definitief: AI heeft gewonnen.’

Wat bleek: de versie die we het beste vonden was gemasterd door AI-software, de ander door een professional.

Ik denk niet dat AI de menselijke maker gaat vervangen, daarvoor houden mensen te veel van mensen. Maar ik verheug me er wel op dat AI me gaat helpen mijn eigen muziek te verbeteren en ben razend benieuwd wat deze paradigmawisseling gaat betekenen voor de muziekindustrie.
Aafke Romeijn is schrijver en muzikant.

De mensen die, in navolging van Geert Wilders, diversiteit bestempelen als geneuzel en gedram, hebben over het algemeen een wereldbeeld dat ver af staat van het mijne. Het was dan ook een vreemde gewaarwording toen ik merkte dat ik me eigenlijk wel kon vinden in de oproep van de peroxide-populist om te stoppen met ‘dat diversiteitsgeneuzel’.

Als de gemeenten en organisaties waar ik als diversiteitsprofessional voor werk het in 2024 nou eens inderdaad anders zouden doen…

Geen ‘geneuzel’, geen ‘gedram’ maar juist het ongemakkelijke gesprek aangaan. In Nederland hebben we doorgaans geen moeite met zeggen wat we vinden. Uitspreken naar elkaar dat we ons bang of boos voelen, buitengesloten, beroofd of achtergesteld, vraagt echter een andere houding. Eentje van moed en kwetsbaarheid.

En de bereidheid om naar elkaar te luisteren, zodat we een klein beetje een beeld krijgen van het hoe het is om die ander te zijn.

Ik zie het als een begin van een oplossing voor de onvrede die onze samenleving in de greep dreigt te houden. Het ongemak opzoeken brengt waarschijnlijk een flinke portie ongezelligheid met zich mee en zal mijn werk niet gemakkelijker maken.

Maar liever dat, dan aan toekomstige generaties te moeten uitleggen dat we het gesprek uit de weg zijn gegaan en we het allemaal niet zo gewild hadden.
Salima El-Guada is deskundige op het gebied van diversiteit, inclusie en intercultureel werken. Zij is werkzaam als adviseur bij antidiscriminatie-voorziening Vizier in Gelderland.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next