Home

Binnen, op de bovenste plank, stonden de seksboekjes, had Fruts me verzekerd

Een gevaarlijk limbo, tussen Kerst en Oud en Nieuw. Valse zondagen alom, onderweg nog ergens mijn verjaardag, overal geknal. Je raakt erdoor van de leg. Zo kwam ik er pas tijdens de lunch achter dat het columndag is. ‘Corona’, zei ik, ‘het is donderdag – wist jij dat?’

‘Niet heel bewust’, zei mijn vriendin Jet, bleek wegtrekkend. Ze begreep wel dat de rapen aangebrand aan de bodem van de pan koekten. Voor je het weet sla ik alles kort en klein. Ik kuchte. Ruim drie uur liep ik achter op schema, normaal zou ik al bijna klaar zijn. Ik had ergo nog nul minuten. ‘Zeg’, zei ik vriendelijk, ‘kun je mij het vlugzout aangeven?’

Gelukkig schoot mij een andere ‘tussen Kerst en Oud en Nieuw’ te binnen, namelijk met Fruts. Wie Fruts is, heb ik al heel vaak verteld, namelijk niemand, en iedereen. Hij staat voor al mijn schoolvriendjes. Vaak hoor ik dat Fruts een belachelijke naam is, maar dat is Elckerlijc ook. Ik heb er dus totaal geen boodschap aan. Bovendien heb ik nog nul minuten.

Welnu, de laatste dagen van 1987 – stel je voor, Janmaat was nog een scheldwoord, tegenwoordig zou hij Kamervoorzitter zijn – mocht ik met Fruts’ familie doorbrengen in Drenthe, waar ze een huisje hadden. Zij waren er al, vanwege Kerst, waarbij ze mij kennelijk niet konden gebruiken. (‘Ach’, zei ik met trillende onderlip, ‘ik moet toch zwavelstokjes colporteren.’)

Vanaf station Venlo vertrok ik richting Assen, mijn eerste lange treinreis. Prompt liet ik mijn koffer op het perron staan, hangend uit het raampje zag ik hem kleiner worden. Ik las eens dat iemand, met z’n kop uit zo’n wagon, door een smeedijzeren seinpaal het hoofd werd afgerukt. Dit is mij bespaard gebleven, al zou het nu, met nul minuten op de klok, leuk zijn geweest voor in de column.

Daarom snel door naar Fruts, die met Kerst een tientje had gekregen en, in samenwerking met mij, een Playboy wilde aanschaffen. De rolverdeling was helder, Fruts trad op als geldschieter, ik moest het ding gaan kopen; waarna we gezamenlijk eigenaar zouden zijn. Het huisje was geoutilleerd met twee fietsen, waarvan er eentje een lekke band had. Hierover ging Fruts’ vader, een militair, een klacht indienen.

‘Peter wil een stukje fietsen’, zei Fruts tegen deze man. ‘In zijn eentje?’, bulderde hij argwanend. We knikten blozend.

Daar ging ik, door het veen richting Assen, waar volgens Fruts aan de grote weg een tankstation stond. Klopte. Binnen, op de bovenste plank, stonden de seksboekjes, had Fruts me verzekerd. Klopte ook.

Wat minder goed klopte, was met een fiets aanmeren bij een tankstation, en dan binnen eindeloos gaan staan dralen bij de tijdschriften. Er was verder niemand, behalve de boerendochter achter de toonbank. Met haar ogen in mijn rug durfde ik niet naar de bovenste plank te kijken. Laat staan er een Playboy af te pakken.

Ik kocht een oliebol. En besloot de ringweg af te fietsen, hopend op een volgend tankstation. Heel erg ver, bleek dat. Vernikkeld stapte ik het winkeltje binnen: totaal afgeladen. Turfstekers, huisvrouwen, boerendochters. Het bleek mij zo mogelijk onmogelijker om met een druipneus, onder de poedersuiker, in de rij voor de kassa te gaan staan met een Playboy.

Ik kocht een tweede oliebol. Op weg naar een zoveelste tankstation, het schemerde al, vrat ik het baksel. Lichtjaren van het huisje verwijderd maakte ik me zorgen over Fruts’ slinkende tientje, en over zijn onberekenbare vader, die me waarschijnlijk al miste, en militair was.

Volgende week meer...

Source: Volkskrant

Previous

Next