Op Radio 1 mocht Caroline van der Plas een uur lang kletskoek verkopen onder het mom van terugblikken. Op uitnodiging van professionele presentatoren kan deze politica begrippen als liefde of productie oprekken tot ze omslaan en het tegenovergestelde worden. En ze komt ermee weg ook. In ieders gezicht beweert ze dat veeboeren voedsel produceren terwijl de veehouderij voedsel juist verspilt. Hele lappen landbouwgrond gebruikt de sector voor het verbouwen van voeding voor opgesloten dieren.
Helemaal bezopen is het als ze fluitend wegkomt met „veeboeren houden van hun dieren”. Veeboeren insemineren dieren onder dwang, pakken hun jongen af en zetten die op transport naar slachthuizen. Als een politica voor een microfoon kan beweren dat dat liefde is, hoort ze niet wat ze zegt en de interviewer hoort het ook niet. Tegenover Margje Fikse beweerde Caroline dat schaalvergroting in de veehouderij niet hoeft te betekenen dat dieren slechter verzorgd worden.
Een maand voor Kerst accepteerde dierenactivist Joey Carbstrong in Groot-Brittannië de uitnodiging van een kalkoenenproducent. ‘Kom bij ons in de stal kijken’ stond er op diens website. Carbstrong en zijn team gingen weliswaar ’s nachts de stal in, filmden wat ze aantroffen en lieten bewakingscamera’s achter. Vlak voor Kerst publiceerden ze de beelden. Ernaar kijken schoof ik voor me uit. Zoals de meeste mensen word ik intens verdrietig bij het zien van lijdende dieren. Door Carolines beweringen over schaalvergroting moest ik eraan geloven, dus slofte ik naar Carbstrongs YouTube-kanaal. Ik vroeg mijn maat de Hagenees, een vegetariër, of hij meekeek. Als ik me aan ellende moest blootstellen, dan niet alleen.
De beelden uit de kalkoenstal toonden precies wat er mis is met schaalvergroting. Carbstrong loopt tussen honderden dieren, zoomt in op gaten in de lichamen en zegt: „Ze verwonden elkaar in gevechten omdat ze de ruimte niet hebben om de hiërarchie op natuurlijke wijze te bepalen.” Als de zee van opeengepakte dieren uiteen wijkt, worden de gevallenen zichtbaar. Kalkoenen met gebroken poten, uit de kom gedraaide gewrichten en rottende ledematen liggen te creperen. Een vogel stikt met bloedende oren in zijn eigen pus. De zorg die een kalkoen een dag later van de boer krijgt, is een schot met een pistoolachtig apparaat, waarna het beestje nog drie minuten ligt te stuiptrekken terwijl de andere dieren toekijken.
„Oké”, zei de Hagenees. Hij ging meedoen aan veganuary.
De kalkoenen die Carbstrong filmde, krijgen het Britse keurmerk Red Tractor. Op hun website staat: „Het logo betekent dat het voedsel dat u koopt afkomstig is van dieren die goed zijn verzorgd.” Red tractor doet hetzelfde als Nederlandse keurmerken en Caroline van der Plas doen: concepten als zorg, liefde en natuurlijk gedrag oprekken tot ze niets meer betekenen. Zolang ze daar in het publieke debat mee wegkomen, blijft de consument geloven dat hij een dier kan opeten zonder dat het lijdt. Precies zoals de vee-industrie dat wil hebben.
Source: NRC