Home

Niet een andere kandidaat, maar een grondwetsartikel uit 1868 lijkt de grootste hindernis voor Trumps nominatie

Of hij opnieuw president wordt, is voor Donald Trump niet alleen een kwestie van de verkiezingen winnen. De vraag is of hij überhaupt kandidaat mag zijn. Tegenstanders proberen Trump te dwarsbomen met een beroep op het veertiende amendement van de Amerikaanse grondwet.

Een grondwet is soms net een religieuze tekst. Voor velen zijn de rechten en plichten die eruit voortvloeien heilig en onveranderlijk, maar over wat de opstellers precies met de tekst bedoelden zijn eindeloze discussies mogelijk. Zelden had de exegese van een deel van de grondwet in de Verenigde Staten zulke grote potentiële gevolgen als nu. De kans bestaat dat ex-president Donald Trump niet aan de verkiezingen mag meedoen op basis van een sectie uit 1868.

Drie recente rechtszaken laten zien hoe verschillend de interpretatie van die sectie kan zijn. In Colorado oordeelde het Hooggerechtshof vorige week dat hij niet aan de verkiezingen mag deelnemen, terwijl Michigan het tegenovergestelde besloot. In Maine werd donderdag besloten dat hij niet op het stembiljet mag bij de Republikeinse voorverkiezingen. Drie vragen over de toepassing van sectie drie van het veertiende amendement.

Over de auteur
Joram Bolle is algemeen verslaggever van de Volkskrant.

Het artikel zegt samengevat dat bekleders van een openbaar ambt die betrokken waren bij een rebellie of opstand niet opnieuw een openbaar ambt mogen bekleden. De sectie stamt van vlak na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). De bedoeling was om te voorkomen dat functionarissen van de opstandige Confederatie ooit weer een ambt konden bekleden.

Daarna is het alleen in 1919 nog een keer toegepast, maar sinds de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 staat de sectie weer in de belangstelling. In de afgelopen twee jaar zijn er verschillende pogingen gedaan om Republikeinse functionarissen te weren, waarvan één keer succesvol bij een lokale politicus uit New Mexico, die zelf had meegedaan aan de bestorming.

De redenering van mensen die in verschillende staten zaken hebben aangespannen om Trump van het stembiljet te krijgen, is dat de ex-president verantwoordelijk is voor de Capitoolbestorming. Daarmee was hij als bekleder van een openbaar ambt betrokken bij een opstand en dus mag hij niet opnieuw een openbaar ambt bekleden, menen zij.

De vraag is onder meer op wie de sectie van toepassing is. Iemand moet een eed gezworen hebben op de grondwet. Leden van het Congres – senatoren en afgevaardigden – worden vervolgens expliciet genoemd.

Maar het gaat met name om welke functie níét expliciet wordt genoemd: die van president. Wel staat er de algemene bepaling dat het ook van toepassing is op elke ‘officer of the United States’. De discussie draait erom of het presidentschap daaronder valt. Een rechter in Colorado oordeelde eerst dat dat niet zo was, maar het Hooggerechtshof in de staat vond van wel.

Vervolgens is de vraag of de Capitoolbestorming als opstand of rebellie valt te kenschetsen en wat de rol van Trump daarin is geweest. De tekst van de sectie heeft het over ‘deelgenomen hebben aan’ (have engaged in) of ‘hulp bieden aan de vijanden’ (given aid or comfort to the enemies). Trump heeft zelf niet het Capitool betreden op 6 januari 2021. Wel zette hij mogelijk aan tot de bestorming met een toespraak op diezelfde dag, waarin hij zijn volgelingen vertelde: ‘We fight like hell. En als je dat niet doet, zul je je land kwijtraken.’ Ook weigerde hij urenlang zijn aanhangers op te roepen het Capitool te verlaten.

In Colorado bepaalde een lagere rechter al dat Trump om die reden betrokken was bij een rebellie. Die uitspraak diende als basis voor de beslissing van het Hooggerechtshof in die staat. Zo’n zaak was er niet in Michigan. Bovendien gaan de zaken er nu officieel over om Trump al te weren bij de Republikeinse voorverkiezingen waar hij tot presidentskandidaat kan worden gekozen. Daar voorziet de wet volgens het Hooggerechtshof in Michigan niet in.

Ook in meer dan twintig andere staten zijn zaken aangespannen op basis van de grondwetssectie, tot nu toe is alleen die in Colorado, en gisteren in Maine, succesvol geweest. Vaak is de zaak om procedurele redenen afgewezen. Staten als Michigan sluiten niet uit dat de sectie alsnog van toepassing is als Trump tot Republikeinse presidentskandidaat wordt gekozen.

In ruim tien staten moet nog een beslissing vallen, maar hoe dat uit zal pakken is koffiedik kijken. Uiteindelijk is de kans groot dat het federale Hooggerechtshof zich over de toepassing van het grondwetsartikel zal buigen. Republikeinen in de staat hebben beroep aangetekend bij het Hooggerechtshof, waardoor de uitspraak voorlopig is opgeschort.

Als de zaak voor het Hooggerechtshof komt, zal het onontgonnen grondwettelijk terrein moeten betreden. In het voordeel van Trump is dat er drie progressieve en zes conservatieve rechters tot het hof behoren, van wie hij er drie zelf heeft benoemd. Besluit het Hooggerechtshof in het voordeel van Colorado, dan opent dat mogelijkheden om in alle staten kansrijke zaken aan te spannen tegen de kandidatuur van Trump. Duidelijk is in ieder geval dat er haast bij geboden is: half januari staat al de eerste voorverkiezing gepland.

Source: Volkskrant

Previous

Next