Vijf jaar geleden, op Nieuwsjaardag 2019, overleed George. Hij was 14 jaar oud. George werd in gevangenschap geboren en stierf in gevangenschap, achter prikkeldraad. Iedereen noemde hem ‘eenzame George’, omdat zijn hele familie was gedood. Het schijnt dat George mooi kon zingen, zijn andere bijnaam was de ‘stem van het woud’. Maar vijanden wisten George te verslaan, en dat terwijl George maar een kleine plek op aarde innam. Toen George overleed, liet dat mensen niet onberoerd. „Ik ben verdrietig, maar vooral boos”, aldus Rebecca Rundell, die zich een leven lang had bekommerd om George en zijn lotgenoten. Zijn in memoriam ging gepaard met een voor George karakteristieke foto: even aan het rusten, en hoewel kopschuw als altijd, toch vrolijk, want aan het eten.
Onlangs woonde ik een lezing bij over George en zijn lotgenoten in Rotterdam. Het was toepasselijk dat deze werd gehouden in een designmuseum – het Nieuwe Instituut om precies te zijn – want hun verhaal past daar heel goed. Hun huizen zijn namelijk van een grote schoonheid. De golvende daken zijn sierlijk en hebben prachtige kleuren: roze, bruine, witte, rode, gouden, blauwe en groene strepen. Die avond klonk een solidariteitsoproep voor George en allen die nog geen naam hadden gekregen.
„Ik weet dat het maar een slak is, maar hij staat voor zoveel meer”, aldus de woorden van de beroemde spreekster. Ik ben geen bioloog en ook niet speciaal extinctie-activistisch aangelegd, maar naarmate de avond vorderde was ik van de Hawaïaanse boomslak gaan houden alsof hij familie was. Ik vroeg me af waarom ik niet eerder van dit wonderbaarlijke wezen had gehoord. De spreekster legde het uit: elke missie heeft een aantrekkelijk boegbeeld nodig, een poster child, en voor uitsterving wil het nog niet goed lukken. Maar hier was hij dan in al zijn schoonheid. Bijkomstig voordeel: alle genders zouden zich in dit boegbeeld kunnen vinden. De slak is een hermafrodiet en heeft één evolutionair voordeel ten opzichte van natuurlijke vijanden: snelle voortplanting met elke soortgenoot (v/x/m) die men tegen het lijf loopt, of met jezelf.
Meer over George: hij werd geboren in een fokcentrum op Hawaï, behoort tot de Achatinella apexfulva en was de laatste van zijn soort. Bioloog en filosoof Donna Haraway vertelde die avond over het groepje biologen dat zich is gaan bekommeren om Hawaïaanse slakken. Een van hen is Thom van Dooren, auteur van het literair-biologische boek A World in a Shell. Snail Stories for a Time of Extinctions (2023). Tijdens Kerst luisterde ik naar een hoorcollege van hem. Een sonore, vriendelijke stem vertelde dat 90 procent van de Hawaïaanse slakkensoorten al is verdwenen. De gekleurde huisjes worden als evolutionaire herinnering tentoongesteld in een Hawaïaans museum. Er is één soort die zijn hele leven doorbrengt op één soort boom. Zonder die boom kunnen ze niet leven, en de boom kan ook niet zonder de slak, want door schimmels te eten beschermt de slak de boom tegen ziekten. De groep biologen heeft daarom een paar van die bomen omheind, om ze te beschermen tegen (niet-) natuurlijke vijanden, onder meer de steeds verder uitbreidende Amerikaanse legerbases op Hawaï. Deze ‘snail solidarity’ lijkt misschien ver te gaan, maar zonder slak geen boom, geen zuurstof, geen mens. Wie begint te geven om een slakje, geeft om al het leven. Donna Haraway pleit daarom in haar Tree Snail Manifesto voor wat zij ‘materialities of care’ noemt, materiële manifestaties van ‘geven om’.
Tijdens de avond gebeurde iets ongebruikelijks: we gingen zingen. Dat was best gek bij een wetenschappelijke lezing, maar in dit geval was het lief en effectief want we werden tot saamhorigen. Ik begrijp nu pas dat dit ook een toepasselijk eerbetoon was aan de ‘zingende slak’. Van Dooren vertelt dat op Hawaï het verhaal rondgaat dat slakken kunnen zingen. Als mensen zich beklagen dat ze niks horen, krijgen ze de repliek van Hawaïanen dat je wel goed moet luisteren. Niet met wrede en overheersende, maar met vredige, koesterende intenties. Ik weet het, je solidair verklaren met George lijkt wat potsierlijk, verwaarloosbaar ten tijde van extinctie-oorlogen tussen mensen. Maar de zorg voor het kleine, voor je directe materiële leefomgeving, maakt alle verschil. Omdat George het begin is en het eind. Omdat hij echt is én een metafoor. Zoals in dit gedicht van Kees Stip:
Twee slakken waren al sinds jaren
op weg van Groningen naar Haren.
Ten slotte kwam geheel ontdaan
de oudste aan het eindpunt aan.
Hij slikte en sprak diep bewogen:
'Mijn broer is uit de bocht gevlogen.'
Stine Jensen is filosoof en schrijver. Ze schrijft om de week een column op deze plek.
Source: NRC