Bij Deventer klotste de IJssel bijna over de kade. Geen probleem, zeggen experts, langs de grote rivieren ‘werkt het systeem’. Over de kleine rivieren is nog veel minder kennis. ‘We weten eigenlijk niet of er in Duitsland nog knoppen zijn om aan te draaien.’
Er staat een zware delegatie overstromingsdeskundigen op de kade in Deventer. Naast bigbags met zand, die strak opgelijnd langs de rand staan. Klaar om het waterpeil dat deze donderdag bij Deventer piekt in de IJssel te houden.
De grote rivieren kunnen op papier twee keer meer water afvoeren dan de 8 miljoen liter die dezer dagen per seconde via de Rijn ons land binnenkomt. Dat de provisorische dijkverhoging in Deventer toch wordt ingezet, wil niet zeggen dat het systeem lek is.
‘Het beleid is niet dat we nooit een druppel water willen laten overstromen’, zegt Ferdinand Diermanse van Deltares, het Delftse kennisinstituut voor water en ondergrond. Het systeem werkt volgens hem naar behoren. ‘De grote rivieren houden het gewoon goed.’
Over de auteur
Pieter Hotse Smit is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland en verslaat ontwikkelingen in de provincies Overijssel en Gelderland. Eerder schreef hij over landbouw, natuur, voedsel en duurzaamheid
Diermanse is een van de tien overstromingsexperts van Deltares die in hun vakantie donderdag naar Deventer zijn gekomen om met eigen ogen te aanschouwen wat in hun modellen al was voorzien. ‘We rekenen veel, maar je wilt ook zien wat hoogwater in de praktijk betekent’, zegt collega Nathalie Asselman. ‘Het is gevaarlijk alleen op modellen af te gaan.’
In de jaren negentig werden deskundigen verrast. In iets meer dan een jaar tijd kregen de grote rivieren onverwachts twee keer met extreem hoogwater te maken. Eén keer per tachtig jaar werd december 1993 én januari 1995.
In reactie op die twee waarschuwingsschoten van de natuur, werd vanaf de eeuwwisseling het programma Ruimte voor de Rivier opgezet. Door de uiterwaarden te verbreden, kregen de grote stromen IJssel, Waal, Nederrijn en Lek meer ruimte om buiten hun oevers te treden. Ook kwamen er aftakkingen die alleen volstromen bij extreem hoog water, zoals de geul Veessen-Wapenveld ten noorden van Deventer.
Wat de overstromingen in 1993 en 1995 waren voor de grote rivieren, was de overstroming van de Geul bij Valkenburg in 2021 voor de kleinere binnenwateren. ‘Echt een wake-upcall’, zegt Kymo Slager, die bij Deltares onderzoek doet naar de kleinere rivieren. ‘Van de Vecht, Regge, Berkel, Dommel en andere weten we veel minder goed wat we kunnen verwachten bij een extreem hoog waterpeil.’
Het verschil in veiligheid tussen groot en klein bleek in 2021 in Limburg. Terwijl Valkenburg langs de Geul onderliep, bleef door de Maaswerken – het project dat de Maas meer ruimte gaf – de waterschade daar beperkt. ‘Zonder de extra capaciteit in de Maas had een kerkdorp als Borgharen geen droge voeten gehouden’, zegt onderzoeker Asselman.
Na Deventer doet de groep experts de plek aan waar de Beneden Regge uitkomt in de Overijsselse Vecht, ten zuidwesten van Ommen. ‘De Vecht heeft op dit moment een recordhoogte bereikt’, zegt Slager. ‘Als het nog extremer wordt, weten we eigenlijk niet of er in Duitsland nog knoppen zijn om aan te draaien. Of dat we alleen de gevolgen kunnen beperken door crisismanagement, en zijn aangewezen op brandweer en leger.’
Om verandering te brengen in die kennisachterstand maakt Slager deel uit van een onderzoeksteam van Nederlandse en Duitse collega’s. Vijf jaar lang gaan ze kijken hoe beter kan worden samengewerkt in de kleine wateren. Zijn collega Diermanse wil wel benadrukken dat ook in de kleinere rivieren de veiligheid voor nu goed op orde is. Ondanks de recordhoogte van de Vecht doen zich daar geen dreigende situaties voor.
Diermanse vindt het niet meer dan logisch dat er vooralsnog meer aandacht uitgaat naar het mogelijk overstromen van de grote rivieren. ‘Die zijn potentieel veel bedreigender’, zegt hij. ‘En dan heb ik het niet over hier in Deventer, waar nu een kelder of huis onderloopt. Er is geen gevaar, dit hoort er gewoon bij.’ Uiteindelijk bleef in Deventer donderdag op het hoogtepunt het water enkele centimeters onder de kritieke grens van 6,3 meter boven Normaal Amsterdams Peil (NAP), het laagste punt van de kade.
Mocht de situatie in Deventer dreigender worden, dan hoeft dat volgens Diermanse niet automatisch te betekenen dat er meer permanente maatregelen worden getroffen dan de bigbags die nu op de kade staan. ‘Theoretisch gezien kan de kade hier hoger’, zegt hij. ‘De vraag is wel wat je ervoor overhebt om alles tot in de puntjes te beschermen tegen hoogwater.’
De overstromingsexpert doelt niet alleen op de euro’s, het kostenplaatje. ‘Het verhogen van dijken grijpt altijd in op de lokale situatie, waardoor het ook een politieke keuze is’, zegt hij. ‘Deze kade langs de oude stad, met vrij uitzicht over de rivier, is in zijn huidige vorm ook het beschermen waard.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden