In een jaar vol oorlog en polarisatie was het soms naarstig zoeken naar verbinding. De Volkskrant portretteert rond de jaarwisseling Nederlanders die zich onvermoeibaar inspannen om kloven in de samenleving te overbruggen. Vandaag: een moeder en dochter die Deventenaren koppelen aan asielzoekers met een verblijfstatus.
Een slagerij beginnen in een tijd waarin de vegetariër terrein wint? Een van de ondernemers die deze maandag in Deventer aan het speeddaten is met statushouders buigt zich richting zijn Afghaanse tafelgenoot. Hij heeft zo zijn twijfels over het bedrijfsplan. ‘Pas op voor de overheadkosten, hoor’, waarschuwt hij. ‘Huur, personeelskosten, et cetera. Maar als je wilt, kan ik je wel helpen met het rekensommetje.’
Laura Faber (37) kijkt vanuit de deurpost toe hoe het ‘haar’ statushouders vergaat in hun zoektocht naar een ondernemerscoach. De speeddates zijn onderdeel van het ‘voorinburgeringsprogramma’ dat zij op eigen initiatief begon met haar moeder Sanne Terlouw (64). Hun doel: statushouders die wachten op een inburgeringscursus kennis laten maken met de Nederlandse taal, de samenleving, en de inwoners van Deventer. ‘We willen dat ze zich hier echt thuis gaan voelen.’
Het idee ontstond een jaar geleden toen er een ‘asielboot’ aanmeerde aan de IJsselkade in de Overijsselse stad. Anders dan in sommige andere steden leverde de komst van die noodopvang volgens de gemeente nauwelijks weerstand op.
Het leven van de 184 asielzoekers die tijdelijk worden opgevangen op de boot is wel een lesje in geduld: wachten op een gesprek bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), wachten op een huis, wachten op taalles. En voor degenen met een verblijfstatus: wachten op een inburgeringscursus.
Vanwege het gebrek aan gecertificeerde taaldocenten lopen de wachtlijsten voor de inburgeringscursus op, schreef demissionair minister Karien van Gennip (CDA, Sociale Zaken) afgelopen voorjaar aan de Tweede Kamer. In Deventer duurt het wachten volgens een woordvoerder van de gemeente al snel drie maanden.
Laat ‘geduld’ nu net niet de kernkwaliteit zijn van Sanne Terlouw en haar dochter Laura Faber. Vanaf dag één deden beiden vrijwilligerswerk bij de drijvende noodopvang aan de IJsselkade. ‘Waarom zou je niet gelijk beginnen met de inburgering als je toch al weet dat de meesten van hen een verblijfstatus krijgen?’, zegt Terlouw terugkijkend. ‘Ze liggen anders maar maanden depressief in bed.’
Het tweetal organiseerde daarom al snel taalles, sport- en theateractiviteiten voor de asielzoekers op de boot. Dat mondde uiteindelijk uit in het project ‘Iedereen aan boord’, dat in november van start ging.
De gemeente Deventer laat op haar kosten Terlouw en Faber een half jaar proefdraaien. Het tweetal heeft daarvoor hun gezamenlijke bedrijf – waarmee ze trainingen geven over inclusie – tijdelijk op een laag pitje gezet. Beiden werken nu fulltime aan het project voor statushouders.
In een tot school omgedoopt gebouw in de historische binnenstad van Deventer zijn de ochtendlessen van het ‘voorinburgeringsprogramma’ net afgelopen als Terlouw en Faber aansluiten in de rij voor het eten, dat elke dag rond het middaguur wordt geserveerd.
Het is een paar uur voordat de speeddates beginnen. Mogos Habtetsion, een van de leerlingen, heeft net verse linzensoep opgediend. De andere 44 en hun docenten scheppen ruim op. Aan een van de tafels oefent een docent zijn kennis van het Frans met een statushouder uit Rwanda.
‘We wilden per se gezamenlijk lunchen’, licht Faber toe, terwijl ze met een bord eten plaatsneemt aan een van de picknicktafels in de kantine. Op school eten in plaats van thuis verkleint de kans dat leerlingen ’s middags te laat komen voor de les. Maar minstens zo belangrijk is dat de gezamenlijke maaltijd het gemeenschapsgevoel tussen leerlingen en docenten versterkt.
Haar moeder Sanne, die naast haar zit, knikt bevestigend. Integratie moet van twee kanten komen, vindt zij. ‘Niet alleen de statushouders moeten zich aanpassen. De stad moet ook z’n best doen om deze vluchtelingen op te nemen.’
Om die reden zijn de lesdagen van het ‘voorinburgeringsprogramma’, vier per week, niet louter volgepropt met taalles. De leerlingen gaan ook op excursies, bijvoorbeeld naar het plaatselijke voetbalstadion aan de Vetkampstraat. En Deventenaren die les willen geven over hun vak of hobby kunnen als docent een plek krijgen op het rooster van Iedereen aan boord.
Zo staat bij de ‘analfabetengroep’ ’s middags een lesje aardrijkskunde op het programma. Planoloog Honny de Gucht (59) gidst het zevenkoppige klasje door kaarten van spoorlijnen en busverbindingen, om vervolgens aan te komen bij het verschil tussen zand- en kleigrond. ‘In klei groeien aardappelen wel, in zand niet’, legt hij in het Nederlands uit aan zijn studenten uit Syrië en Jemen. De plaatjes van zijn powerpointpresentatie illustreren zijn woorden – samen met zijn handen en voeten.
Het was echt niet zo dat hij meteen voor de klas mocht staan, benadrukt De Gucht als de groep bezig is met een oefening. Hij moest een sollicitatiegesprek voeren en een proefles geven. ‘Ik liep al een tijdje rond met dit idee. Ik wilde iets doen met mijn kennis over planologie en vluchtelingen, maar het bleef vaag. Sanne en Laura maakten het concreet.’
Datzelfde geldt voor Daan Engelen, die maandag met de ‘ondernemersgroep’ aan het speeddaten is. Deze telg van ‘een schoenenfamilie’ heeft zijn eigen schoenenwebshop en wilde iets doen voor vluchtelingen. Met zijn ondernemerscursus in het lesprogramma, hoopt hij iets te kunnen betekenen voor de statushouders in zijn stad.
Als het laatste belletje heeft geklonken en de speeddate erop zit, blijkt Van Engelen met Diaa Malak (32) de meeste overeenkomsten te hebben. Niet alleen omdat Malak enthousiast uitroept dat zijn naam in het Arabisch eveneens ‘Engel’ betekent; de voormalige tv-presentator wil eveneens zijn eigen webshop beginnen. ‘Ik weet zeker dat jij me goed kan helpen’, zegt de Syriër tegen zijn leeftijdsgenoot. ‘Ik ga mijn best doen’, reageert Engelen.
Toekijkend vanuit de deurpost concludeert Laura Faber tevreden dat ze hier ‘bijna niets’ voor heeft hoeven doen. ‘Ik heb alleen een paar mensen bij elkaar gezet. De rest regelt zich vanzelf.’
Source: Volkskrant