Home

‘Dat goud zorgde voor de zwaarste twee jaar uit mijn leven, zonder die titel was ik nooit zo streng voor mezelf geweest’

Tegen het einde van het gesprek zegt schaatser Esmee Visser voorzichtig: ‘Het is niet dat ik dit interview geef en open ben om empathie van mensen te ontvangen.’

‘Nou, gewoon om ze een beter oordeel te kunnen laten vellen over topsport. Of mensen juist minder snel een oordeel te laten vellen. Om ze een inside story te geven. Van wat er mee kan spelen als je iemand ziet schaatsen.’

Ze zit op een bank achter de eettafel in haar woonkamer in Heerenveen; de 27-jarige vrouw die in 2018 op de 5.000 meter in Zuid-Korea een olympisch sprookje schreef.

Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft al ruim tien jaar over olympische sporten als schaatsen, tennis, judo, handbal en zeilen.

Voor die Winterspelen had Visser nauwelijks internationale ervaring op de 5.000 meter. Het was haar eerste verre reis. Ze moest het opnemen tegen schaatsiconen die ze tot die tijd alleen kende van tv. Maar zij, de tengere blondine uit het Noord-Hollandse Beinsdorp die na haar kwalificatie voor het grootste sportevenement ter wereld nog verbouwereerd moest vragen wanneer die Spelen dan precies plaatsvonden, versloeg iedereen.

Later tijdens de Spelen belandde Visser onverwachts op een tribune naast Ivanka Trump. Mocht ze uitleggen hoe de massastart werkt. De toenmalige presidentsdochter en tot in de puntjes gestylde glamourgirl, naast de 22-jarige Visser die zich ook in die week, op de ochtend na een televisie-optreden, kon afvragen waarom haar hoofdkussen ‘vol smerigheid’ zat; dat bleek make-up te zijn.

We zijn inmiddels bijna zes jaar verder. De komende dagen schaatst Visser de NK afstanden in Thialf. Eind oktober werd ze zesde op het World Cup-kwalificatietoernooi op de 5.000 meter, haar afstand. Op 22 seconden van winnaar Irene Schouten. In de catacomben zegt ze na afloop, voorzichtig, eigenlijk tevreden te zijn, maar dat bijna niet te durven zeggen. Ze gaat vooruit, merkt ze. Maar zesde? Er zijn vast mensen die daar wat negatiefs van vinden.

‘Ik schaam me niet voor mezelf, maar ik ben wel bang voor wat mensen van me vinden. Dat anderen vinden dat ik me moet schamen. Mezelf kwetsbaar opstellen is voor mij zelfontplooiing’, zegt ze deze ochtend thuis.

Voorzichtig is Visser sowieso vaak. Zoekend naar de juiste woorden: ze wil mensen niet tegen het hoofd stoten, of verkeerd overkomen. Maar, zoals ze in de catacomben een paar weken eerder ook zei: ze wil wel vertellen over haar verhaal van nu. Dat vindt ze belangrijk.

In de eerste jaren na de Spelen bemachtigde Visser zilver en brons op WK’s, ze won twee Europese titels en scherpte het nationaal record op de 3.000 meter aan. Ze werd geen eendagsvlieg. Maar olympisch goud bleef haar absolute hoogtepunt, na het succes kwam de worsteling.

‘Insiders weten hoe dun het lijntje is waarop je wankelt. Buitenstaanders zien drie keer per jaar een wedstrijd. Dan is het zwart-wit: iemand wint, of niet. Meestal wordt vervolgens de winnaar geïnterviewd, is alles hosanna. Dan is het topsportleven even heel mooi. Maar daar kunnen mensen op de bank zich niet mee identificeren. Er zijn meerdere verhalen.’

Een snuivend lachje vult de woonkamer. Dan, na even aarzelen: ‘Ik denk dat mijn verhaal uit meerdere delen bestaat. Dat ik niet één tegenslag heb gehad, maar meerdere, opeenvolgend. Wat er ook toe leidt dat je op een gegeven moment jezelf verliest, of niet weet wie je zelf bent. En dat is juist iets wat niet alleen topsporters, maar ook normale mensen kan gebeuren.’

‘Ik ben alleen nog maar olympisch kampioen, dacht ik na Pyeongchang. Dus nu moet ik alles winnen, dat verwachten mensen van me. Toen de coronapandemie kwam, kwam er stress bij: alles gaat dicht. Dan kan ik niet trainen, hoe kan ik dan nog alles winnen?

‘Ik heb geen rust genomen. Ik ben daarnaast heel streng voor mezelf, vind dat ik niet moet zeuren. Overtraind raak je niet van de ene op de andere dag, dat suddert en je hebt het zelf lange tijd niet door. Het begon achteraf in 2020, het heeft ruim twee jaar geduurd.’

‘Zij zagen de vrolijke, onbevangen en speelse Esmee veranderen in iemand die uitgevlakt was. Sippig. Iemand die niet echt leefde. De staf van mijn ploeg zag ik ondertussen weinig, want er was een pandemie gaande. In die periode ben ik helemaal in mezelf opgegaan.

‘Ik merkte zelf ook wel dat er iets niet klopte, maar zocht het in andere facetten: misschien moet ik nog meer fietsen. Is mijn basisconditie niet goed genoeg en ben ik daarom zo snel moe. Ik ging piekeren, ook superslecht. Altijd, alleen maar, bezig met prestaties. Ik ging het ook zoeken in zaken waar ik voorheen niet over nadacht. Veel verklaringen zoeken online. Elke beweging analyseren, ook in het normale leven. Hoe beweegt mijn voet? Als een robot op de fiets, denken: drukken, trappen, drukken, trappen. Dat is verkrampt leven. Mijn zenuwstelsel stond altijd aan.’

‘Dat was het ook.’

In 2021, bij het kwalificatietoernooi voor de recentste Olympische Spelen zat Visser huilend op een bankje. Ze durfde niet te schaatsen.

Als kind kon Visser rekenen als de beste. Tot rond haar tiende haar ‘hoofd ineens haperde’. Ze kreeg onderzoeken, niemand wist wat er aan de hand was, maar de volgende maand rekende ze weer. Uitmuntend ook. Er werd geconcludeerd dat ze bij te veel stress en druk kan verstijven. Later slaagde ze, cum laude, voor het atheneum. Veel topsporters studeren niet, of doen dit hooguit parttime. Visser rondde tijdens haar topsportcarrière haar universitaire studie farmaceutische wetenschappen af met een gemiddelde van 8,1 - dat kwam haar op zes weken migraine te staan.

‘Dat kon niet anders, vond ik. Maar mentaal was het heel zwaar. Alles voelde zo onveilig. Ik moest me blootgeven, het was op tv. Ik dacht: alleen plaatsing is goed genoeg, maar dat gaat me niet lukken. Ik kwam terug van die overtraining en kampte ook nog met een hamstringblessure. Ik verstijfde, kon niks meer. En dan komt er ook frustratie bij: ik moet mentaal toch sterk genoeg zijn? Dit aankunnen? Nu denk ik: ik ben mentaal juist sterk, ik denk dat veel mensen het niet eens tot het bankje hadden gered.

‘Maar ik ontwikkelde ook een trauma. Het rijden van wedstrijden was zo zwaar. Daar heb ik later mentale training voor gehad. Want zelfs als je lichamelijk opkrabbelt van een overtraining, kan een trauma je terugtrekken naar een minder niveau. Nu gaat dat gelukkig goed.’

‘Nu wel, toen niet. Tijdens een wedstrijd kan ik denken: deze slag was slecht, deze was slecht. Als je dan nog tien rondjes moet, is dat een heel lange tocht. In mijn goede jaren dacht ik nergens over na. Soms hoop ik dat weer eens te ervaren. Maar ik moet realistisch zijn: dat kan niet meer, ik heb er te veel ervaringen bij.’

Aan de andere kant van de woonkamer hangt een grote foto. Van een ijsbaan, met in een onscherpe omgeving in de verte een nauwelijks herkenbare, maar scherp geschoten schaatser. Het is Visser. Ze zou nooit een grote foto in huis hangen waarop ze duidelijk op de voorgrond staat. Daar houdt ze niet van.

Haar olympische medaille lag lange tijd ergens in een kast. Tot ze op een dag besloot dat ze trots mag zijn op haar prestatie. ‘Het hoort ook bij mij, dus waarom zou ik het verstoppen?’, zei ze toen ze het doosje opduikelde. Nu ligt de medaille - opgesloten in het doosje - naast haar schooldiploma. ‘Die medaille mag, nou ja, wel in dat rijtje thuishoren’, zegt ze aarzelend.

‘Heel lang schaamde ik me er een beetje voor. Ik ben...’ waarna elke lettergreep vervolgens iets zachter dan de voorgaande klinkt: ‘...een olympisch kampioen.’ Normale toon: ‘Ik ben geen fan van mezelf. Maar dat probeer ik wel te veranderen: dat ik steeds meer kan voelen van: ik mag er zijn.’

‘Dat goud zorgde voor de zwaarste twee jaar uit mijn leven. Zonder die titel had ik dat nooit zo ervaren. Dan was ik misschien nooit zo extreem streng voor mezelf geweest. En had ik de strijd met mezelf niet publiekelijk aan hoeven gaan. Ik had momenten waarop ik dacht: waarom was ik die dag zo goed? Maar ik kan ook snel denken: zo ben ik gewoon, dit hoort bij mij.

Na die overtraining leerde ik meer te waarderen wat ik bereikt heb. Nu denk ik: als ik die gouden plak niet had gehaald, zou het ergens in mijn leven alsnog ooit zijn gebeurd.’

‘Ja. Maar veel later. Ik ben door topsport sneller volwassen geworden. Heb levenservaringen opgedaan. Daar ben ik blij mee. Nu ben ik nog jong, kan ik er iets mee doen en me er in de toekomst bewust van zijn. Ik wil dit ook juist tijdens mijn schaatscarrière overwinnen.’

‘Ik denk dat het me juist geluk brengt op deze manier. Ik wil mezelf bevrijden van de constante spanning in mijn lichaam en geest. Wil positieve ervaringen aan wedstrijden koppelen. Na tweeënhalf jaar in een obsessief patroon is dat niet zomaar weg, maar het gaat de goede kant op.

‘Niemand hoeft me zielig te vinden. Ik krijg reacties, op sociale media bijvoorbeeld, van: doe jezelf dit niet aan. Stop gewoon. Je hebt het hoogst haalbare al bereikt. Of mijn zusje zegt: wat dapper van je, ik was allang gestopt. Weer anderen zeggen: ik hoop dat je het niveau weer haalt van tijdens de Spelen.

‘Ik kies hier zelf voor. Ik weet dat het niet hoeft. Het is niet zo dat alleen als ik mijn niveau van de Spelen haal, het goed genoeg is. Ik schaats omdat de sport in mijn hart zit. Mijn hart kan het niet verdragen met een vervelend gevoel afscheid te nemen van het schaatsen. Want uiteindelijk heeft dit mij het mooiste moment gebracht uit mijn leven.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next