Home

Navalny laat zien hoe je een sprankje hoop brengt tegen beter weten in

De tijd tussen Kerst en Oud en Nieuw is een goudmijn voor dichters: menig weemoedige versregel is in deze donkere dagen geschreven. Het is vreemd wat de combinatie van de twee met een mens (of moet ik zeggen: met dit mens) doet. Enerzijds is er het summum van voorgeschreven gezelligheid, tegelijk het automatische terugblikken waartoe de jaarsluiting je dwingt: hoe gezellig is het leven eigenlijk?

Het leidde ertoe dat ik vorige week op deze plek een nogal deprimerende column schreef waarin ik me afvroeg wat we moeten, wanneer de mensen die niet in een fascistisch land willen leven niet meer in de meerderheid zijn. Voor ik hem naar de krant stuurde, liet ik hem lezen aan mijn redacteur bij uitgeverij Pluim.

‘Kan er niet nog een sprankje hoop in aan het einde’, schreef ze terug. Dat sprankje hoop tegen beter weten in ook altijd, verzuchtte ik. Maar hier ben ik, terug, met een sprankje hoop. Want er gebeurden, naast de gebruikelijke dosis ellende, ook hoopvolle dingen deze week.

Zo was er Caroline van der Plas die een nogal cryptisch tweetje de wereld in slingerde. In reactie op het account van D66, dat iedereen fijne feestdagen wenste, schreef ze: ‘Ik wens iedereen ook fijn (sic) Kerstdagen. En de mensen die, om wat voor reden dan ook, geen #kerst vieren, wens ik fijne (vrije) dagen, wetende dat zij (althans de overgrote meerderheid) onze kerstdagen respecteren.’

De boodschap die wij daaruit denk ik moesten ontcijferen: het woord ‘feestdagen’ is een links-progressief paard van Troje waardoor, als we niet oppassen, binnenkort niemand meer Kerst zal vieren en we onze familie enkel nog zullen zien tijdens het Suikerfeest, als we samenkomen rondom het slotstuk van de Arabische Allerhande.

Ik kan Caroline geruststellen: het woord feestdagen wordt al sinds de 17de eeuw veelvuldig gebruikt om dagen waarop we feestvieren te omschrijven (veel verder gaat Delpher, de krantensite waarop ik het opzocht, volgens mij niet terug), en het heeft er nog nooit iemand toe gebracht om zich spontaan tot de islam te bekeren. Zo laat de Oprechte Haerlemsche Courant op 21 december 1666 weten ‘dat de aenstaende Saterdaeghse Courant, op Vrydagh sal uytgegeven worden, om de Feest-dagen.’ Nu was de Oprechte Haerlemsche Courant mogelijk het lijfblad van de haevermelck-elite der Republiek der Nederlanden, dat weet ik niet – feit is dat de Oprechte Haerlemsche Courant allang gefuseerd is met het Haarlems Dagblad, en Kerst nog niet met Eid al-Fitr.

In deze alinea wilde ik nog meer mensen geruststellen en hoopvol het nieuwe jaar in sturen, maar toen zag de melancholische dichter in mij een bericht op NOS.nl met als titel ‘Eenzame stier in nat niemandsland bij België moet zichzelf redden’. Buurtbewoners maakten zich zorgen, maar de eigenaar van de stier liet weten dat stieren doorgaans kunnen zwemmen. En terwijl ik naar de foto keek van het arme beest dat plompverloren in een drassig weiland het stijgende water stond te trotseren, dwaalde ik toch weer af in droefgeestige dwarsverbanden: wij zijn allemaal die stier, we wachten allemaal angstvallig op de brandweer, al roept er ergens iemand dat we kunnen zwemmen.

Aleksej Navalny, de onderdrukte Russische oppositieleider die na weken van zorgwekkende stilte maandag weer opdook, liet ondertussen zien hoe je dat wel doet, een sprankje hoop brengen tegen beter weten in: ‘Maak je geen zorgen om mij’, stond er in het bericht dat hij stuurde vanuit een boven de poolcirkel gelegen strafkolonie. ‘Iedereen bedankt voor de steun en fijne feestdagen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next