Home

Het brandende schuldgevoel van het migrantenkind: in ‘Elemental’ is het verwezenlijken van dromen onmogelijk, er moet schuld worden ingelost

Voor migrantenkinderen is doen wat je wilt een luxe, ziet schrijver Dan Afrifa bevestigd in de animatiefilm Elemental. Hoe betaal je het offer dat je ouders voor jouw toekomst hebben gebracht terug, zonder je eigen, financieel weinig lucratieve dromen daarvoor op te geven?

Welk verhaal vertel ik mezelf nu ik na het afwegen van mogelijke levenspaden uitkom bij het schrijverschap? Ik ben geen kind van bonzen uit de culturele sector, en ook geen middenklassekind dat de intellectuele optie verkiest omdat-ie zijn ouders toch niet materieel kan overtreffen. Evenmin ben ik een kind uit een buiten-Randstedelijk gehucht dat à la Édouard Louis een uitweg zoekt via de literatuur. Ik? Ik ben een kind van immigranten dat moet stoppen met lanterfanten en op zoek moet naar een negen-tot-vijf.

En toch koop ik een kaartje voor een doordeweekse middagvertoning van Elemental. Deze animatiefilm vertelt het verhaal van Ember, de dochter van twee antropomorfe vlammen die vanuit het perspectiefloze Vurië migreren naar Element City. In deze New York-achtige smeltkroes van water-, lucht- en landmensen leeft de vuurgemeenschap gesegregeerd in de Vuurwijk, waar zich een klassiek migratieverhaal ontvouwt.

Dan Afrifa (1994) is een Ghanees-Amsterdamse schrijver, columnist, journalist en historicus. Eerder beschreef hij voor Het Parool zijn verhuizing van de Bijlmer naar de Amsterdamse binnenstad. Voor De Groene Amsterdammer onderzocht hij hoe Ghanees-Nederlandse jongeren zich verhouden tot het koloniale verleden. Afrifa werkt aan zijn debuutroman.

Ember werkt in de kruidenierswinkel van haar vader, die eigenlijk met pensioen moet. Zijn enige kind is echter geen waardige opvolger zolang ze (letterlijk) ontploft door lastige klanten. Ember bidt bij het huisaltaar van hun heilige blauwe vuur om het vereiste geduld en daarmee de trots van haar vader te verkrijgen. Maar de brandende vraag is: wil ze echt de winkel overnemen?

Zoals te verwachten behandelt Elemental thema’s als uitsluiting en discriminatie, je invechten in een nieuwe maatschappij en de verboden (interelementaire) liefde. Wat deze migrantenfilm onderscheidt, is dat Ember mijn eigen persoonlijke vraagstuk − over de schuldgevoelens jegens de mensen die hun families en verledens achterlieten voor mijn toekomst − duidelijker formuleert dan ik ooit heb gedaan: ‘De enige manier om zo’n offer terug te betalen, is door jezelf op te offeren’. Na deze scène licht mijn telefoonscherm asociaal op voor de andere bioscoopbezoekers; ik moet een notitie maken.

Deze 'migrantenkindschuld’ ontstaat uit het gevoelscontract dat menig migrantenkind onbewust ondertekent zodra ze zich bewust worden van hun privileges, bijvoorbeeld in vergelijking met familie wiens ouders niet naar het welvarende Westen zijn geëmigreerd. Hoewel je de voorwaarden niet zelf hebt opgesteld, blijf je constant geconfronteerd met het gevoel dat schulden moeten worden afgelost. Wie besluit zijn leven daarop in te richten, houdt mogelijk weinig leven voor zichzelf over, behalve als je toevallig hetzelfde droomt als je ouders. Een alternatief is om de ouderlijke offers niet te zien als een lening, maar als hun investering. Een investering kan terugverdiend worden of verloren gaan, het impliceert in ieder geval dat het risico bewust en moedwillig is aangegaan.

Maar zulk retorisch gegoochel kan mijn geweten niet sussen. De crux blijft dat ik eigenzinnige, ijdele en risicovolle levenskeuzes voor mezelf maak, zoals het nastreven van een geïdealiseerd ascetisch schrijversbestaan, terwijl ik mijn schrijfkwaliteiten ook prima commercieel kan inzetten. Of anders ongetwijfeld op de redactie van een krant. Er is tegenwoordig toch zo’n grote vraag naar pennen van kleur en zwarte inkt?

‘Kunnen doen wat je wilt is een luxe voor mensen zoals ik’, zei lotgenoot Ember ook. Maar in míjn leven lijk ik haar boodschap soms alweer te zijn vergeten. Ik gedraag me alsof mijn voorouders hier begraven liggen en bovengronds onroerend goed voor me achterlieten. Ik wil broodschrijver zijn van het klassiekste uitstervende soort, leven van het idiosyncratische schrijven dat iedereen moet willen lezen in dit dorre tijdperk van sociale media en streamingplatformen die alle aandacht naar zich toe irrigeren. Het soort schrijver dat zomaar, terloops, het woord ‘idiosyncratisch’ gebruikt.

Een roman schrijven? De Nederlandse fictieverkoop kelderde in 2022 met 10 procent. Misschien moet ik eerst snel geld verdienen via opportunistisch proza. Anno nu zijn er vertelvormen zat om mijn in trek zijnde identiteiten, ‘trauma’s’ en diagnoses te verzilveren. Zulke autofictie kan zelfs oprecht aanvoelen en inspirerend uitvallen, voorbeelden genoeg. Maar het blijft het onverhuld etaleren van het intieme, naaktloperij op papier, waarbij vaak ook naasten worden blootgegeven. Bovendien lijkt de meest lucratieve manier voor mij om dit te proberen, à la Lale Gül of Mano Bouzamour, door mijn familie en migrantengemeenschap literair in de uitverkoop te zetten.

Ik lees de recensies van Elemental en zie dat ze niet geschreven kunnen zijn door migrantenkinderen. De ene noemt het geesteskind van de Koreaans-Amerikaanse Peter Sohn ‘de minste Pixar-film in jaren’, en de ander laakt het gebrek aan magie van de New Yorkse filmmaker.

Note to self: bied jezelf bij kranten aan als recensent van alles wat over migrantenervaringen gaat. Als een bewijs van bekwaamheid betoog je dat een redactie iemand met geleefde ervaring nodig heeft om een paginavullend essay te schrijven op basis van een zin als ‘De enige manier om zo’n offer terug te betalen, is door jezelf op te offeren’.

De laatste jaren las ik kritische opinies over het ongezonde clichébeeld van de hardwerkende migrant. Net als Henk en Ingrid mag ik middelmatig zijn. Ik ben niet minder toevallig dan mijn autochtone medelanders geboren en opgegroeid in een welvarend en kansrijk land. Ik hoef geen schuld te voelen als ik niet naar iets hogers streef dan een comfortabel burgerlijk leven. Mijn passie hoeft niet per se mijn winstgevende werk te worden, en ik hoef niet harder, of überhaupt, mee te rennen in de neoliberale ratrace.

Wonderwel strookt zo’n relaxtere levenshouding met mijn meer creatieve inborst; niet al het schitterends ontstaat bij constante hoogdruk. Maar weet ik zeker of dit progressief-bubbelende modderbad geen drijfzand is? Om me heen zie ik accountants, advocaten en artsen; menig migrantengeneratiegenoot laat het lukken. En ik leef ondertussen van factuur naar factuur, masochistisch vooruitblikkend op het voorschotje dat ik ontvang als ik ooit teken voor een debuutroman. Erkenning levert het waarschijnlijk wel op, al betaalt sociaal kapitaal de huur niet.

Zo doe ik behalve mijn ouders en mijzelf ook het Nederlandse onderwijssysteem tekort. Natuurlijk gaf het me een lager schooladvies dan uit mijn Citotoets rolde en hield ik aan de witte middelbare school een ingewikkelde relatie met mijn huidskleur over. Maar hé, nu heb ik wel mooi een masterdiploma… Al die educatieve baten kan ik toch niet als vanzelfsprekend beschouwen? Alsof mijn voorouderlijke lijnen al belasting betalen in dit land sinds het Kinderwetje van Van Houten.

Misschien brandt het vuur van mijn schrijfpassie niet profijtelijk genoeg omdat ik, net als Ember, besef dat ik me zo’n passie niet kan veroorloven. Ik smokkel er steeds brandhout naartoe, maar alles gaat op aan de immer oplaaiende vlam van rusteloosheid. Heet, heet, ’s nachts schrik ik wakker, badend in het zweet. ’s Ochtends brandt de hitte me uit bed voor de wekker afgaat. Net als Ember zoek ik dan mijn toevlucht in gebed om het vuur meester te worden.

Maar ondertussen kleurt de huid onder mijn ogen net zo donker als die van mijn vaders eeuwige wallen. Al waag ik het natuurlijk niet om me serieus met die strijder te vergelijken. Zijn slaaptekort komt voort uit altijd te veel werken en te weinig slapen. Het mijne door de stress van weer een dag aan mezelf moeten verantwoorden dat mijn schrijven - waar niemand écht op zit te wachten - ook een vorm van werken is.

Och, anders ga ik toch weer tijdens kantooruren naar Elemental? In plaats van solliciteren? Lekker opnieuw zien dat Ember tegen het einde van de film beseft dat het heilige blauwe vuur haar smeekbedes allang had beantwoord. Haar driftbuien zijn geen bewijs dat ze er niet klaar voor is om haar vader op te volgen. Het was haar vurige ziel die doorseinde dat ze de winkel niet wíl overnemen. Tijdens een etentje met de familie van haar heimelijke water-vriendje komt ze erachter wat ze dan wel met haar leven wil: artistiek glasblazen.

Via de moeder van haar vriendje krijgt Ember een stageplaats aangeboden bij een glaskunstbedrijf, ver weg van huis. Durft ze deze kans te grijpen? Haar dapperheid wordt in ieder geval op de proef gesteld als een stortvloed de Vuurwijk bedreigt. Haar vaders winkel moet aan de golven geloven, maar Ember weet de heilige vlam te redden. Zoals het happy end-Hollywood betaamt, krijgt ze daarna de levenszegen van haar vader. Hij vindt andere opvolgers en kan met pensioen. Ember leert zelfs dat hij nooit droomde dat zij de zaak zou overnemen; haar geluk, dat was zijn droom.

‘Mijn ouders brachten een brandoffer, maar ik hoef de brandstof niet te vergoeden. Ik mag mijn fakkel eraan oplichten en mijn pad van licht voorzien. Dít is het verhaal dat ik mezelf en de wereld moet vertellen,’ schrijf ik thuis na de film op. Ik werk deze aantekeningen uit en hoop dat een krant bereid is om me ervoor te betalen.

Alsof dat de migrantenkindschuld wezenlijk zal verlichten. Want zelfs mijn grote heldin Ember uit zich bij haar afscheid nog verontschuldigend tegenover haar ouders over haar keuze voor zichzelf, terwijl ze haar komen uitzwaaien. Vlak voordat ze samen met haar waterjongen aan boord van een schip stapt, relativeert ze nog hoe leuk het glasblazen zal worden. En benadrukt ze dat ze altijd snel kan terugkomen om toch het werk in de winkel op te pakken.

Elemental in regie van Peter Sohn is de 27ste lange animatiefilm van Pixar, de animatiestudio die sinds 2006 onderdeel is van Disney. De film werd wisselend ontvangen. The Guardian gaf drie sterren en schreef: ‘Misschien is het belachelijk om te klagen over de geloofwaardigheid van een relatie tussen een vrouw van vlammen en een volledig vloeibare man, maar er is weinig overtuigende chemie tussen hen.’ Ook de Volkskrant gaf drie sterren. NRC was positiever, met vier sterren: ‘Elemental is visueel zeer aantrekkelijk [en] overtuigt als ontroerend liefdesverhaal.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

Voor snelle wijzigingen en bezorging

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next