Wie is ‘de vader’? Vraag het hem zelf, en hij zal waarschijnlijk de superheld willen zijn, de man die alles kan en altijd paraat staat om zijn kinderen te redden. Maar vraag het elders, en de benamingen schieten alle kanten op. De vader kan een beschermer zijn, maar ook een rolmodel, afwezige, dwarsligger, steunpilaar, bemoeial, raadgever, zondagse vleessnijder of robuuste held.
Coen Verbraak had in zijn voice-over genoeg vaderrollen paraat, en trok dat moeiteloos door in zijn derde reeks van In de beste families. Na eerder te hebben gesproken met broers en zussen en moeders, onderzoekt Verbraak ditmaal de rol van de vader binnen het gezin, aan de hand van gesprekken met negen vaders en hun kinderen. Want waar het bij een moeder misschien ‘makkelijker’ is om een band te scheppen, omdat zij je nu eenmaal ‘negen maanden onder haar hart draagt’, is dat bij een vader wellicht complexer. Want wie is ‘de vader’? Hoe moet je je als kind verhouden tot zo’n vader? En wat is dat eigenlijk, een goede vader zijn?
De tweede aflevering draaide om drie uiteenlopende gezinssituaties, waarin het thema ‘wegvallen’, of de dreiging daarvan, de belangrijkste rode draad vormde. Zo moest Frenk zijn vaderrol opnieuw uitvinden nadat zijn vrouw ernstig ziek werd en uiteindelijk overleed. Met het overlijden veranderde ook de hiërarchie: zijn dochter vond dat Frenk voortaan maar op de stoel van mama moest plaatsnemen. Hij was nu immers ‘ook de moeder’.
Ook bij Orville veranderde de hiërarchie drastisch toen zijn ouders uit elkaar gingen toen hij tien was. Zijn vader ging weliswaar slechts 40 meter bij het gezin vandaan wonen, maar toch zagen ze elkaar zelden. Als hij al langsfietste, durfde hij niet te zwaaien, uit schaamte voor hoe het allemaal was gelopen. Maar als zijn vader er wél was, dan was hij voor Orville vanzelf weer ‘Superman’.
Op een heel andere manier complex was de relatie tussen vader Edwin en zoon Teun, die op het gebied van gezondheid weinig geluk hadden gehad in het leven. Bij Edwin werd op latere leeftijd de ziekte van Huntington geconstateerd, terwijl zoon Teun werd geboren met een aangeboren hartafwijking. En dan was er ook nog 50 procent kans dat Edwins kinderen dezelfde ziekte zouden krijgen als hij. Verbraak stelde de moeilijke vraag of hij aan kinderen was begonnen als hij eerder had geweten van zijn ziekte. Het antwoord was hartverscheurend snel en eerlijk: nee, want een kind mogelijk opzadelen met een rotziekte wil elke ouder zijn kind besparen.
Daarmee liet de ontroerende serie genoeg ruimte voor de schaamte, de pijn, de trots en de onzekerheid binnen het vaderschap, maar uiteindelijk gelukkig óók voor het (ideaal)beeld van de vader als superheld. Teun vatte het uiteindelijk het best samen: ‘Mijn vader is niet zijn ziekte. Hij is mijn papa.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
Voor snelle wijzigingen en bezorging
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden