Home

Het verleden kwam weer eens tot leven, wat het in december altijd met meer kracht doet dan in de vroege lente

Ongeveer een keer per jaar speel ik tafeltennis, vroeger in een aftands clubgebouw in de Schoolstraat te Amsterdam, tegenwoordig op een locatie waar het verval nog onzichtbaar is.

Terwijl ik bezig was te verliezen – elk jaar neem ik me voor les te gaan nemen – kwam er een man naar me toe die lichtelijk opgewonden begon te vertellen waar wij elkaar van kenden.

Het verleden kwam weer eens tot leven, wat het in december altijd met meer kracht doet dan in de vroege lente. De man zei dat hij op de toneelschool een psychose had opgelopen maar dat hij binnenkort Hitler ging spelen en dat Hitlers geslachtsdeel door een geit zou zijn afgebeten.

Dat laatste is onjuist, maar we hebben de fictie om niet volledig aan de werkelijkheid ten onder te gaan.

Ik richtte me weer op het pingpongen. De man die Hitler wilde gaan spelen was een uitstekende pingponger, het was me al eerder opgevallen dat de ggz het tafeltennistalent in veel cliënten doet ontbranden. Het wachten en het pingpongen gaan goed samen. Misschien zouden er meer tafeltennistafels in asielzoekerscentra moeten worden geplaatst. Wacht, speel en word nog niet uitgezet.

Aan het eind van het jaar spreken en schrijven velen met hartstocht over zingeving, ik zou zeggen: zingeving is wachten en pingpong, daarna komen de vrome leugentjes, de een nog fraaier verpakt dan de ander.

Het verlies nam intussen dramatische vormen aan en dat bijvoeglijk naamwoord voerde me terug naar de oorlogen waaraan we intussen bijna helemaal gewend waren geraakt. Oorlog als liftmuziek. De oorlog staat nog in de krant maar de lezer zoekt naar artikelen over kunstmatige intelligentie.

Ja, ergens moet de intelligentie vandaan komen.

Ik verloor de set met 11-3, de acteur die in een monoloog Hitlers relatie tot de geit wilde uitdiepen, zwaaide bemoedigend naar me.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next